Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met de bejaardenclub op stap

De leden van de ouderenclub in ons dorp vermaken zich opperbest met koersbal en biljart. Wekelijks worden krachten gemeten en vooruitgangen geboekt. Opdat aan het eind van het jaar de resultaten in het dorpsblaadje kunnen worden vermeld. Niet dat dat iemand zal interesseren. Maar op deze manier krijgen de ouderen het gevoel er toch ook nog een beetje bij te horen. Dat geldt althans voor mij. Dus laat ik vooral niet voor de anderen spreken.
Onze club telt zestien personen van 65 jaar en ouder. Het bestuur bestaat uit vijf personen. Onlangs kwam het bij het bestuur op om het jaarlijkse uitje (dat al sinds mensenheugenis bestaat uit een middagje minigolfen in Wolphaarsdijk) uit te breiden met een extra aktiviteit. Na urenlang wikken en wegen op de jaarvergadering werd dat een excursie naar het landbouwmuseum in Dreischor, gekoppeld aan een aansluitend bezoek aan de nabijliggende wijnhoeve. Afgesproken werd dat we met vier auto’s zouden gaan en dat de passagiers na afloop van het uitje ieder 2 euro aan de chauffeur zouden betalen voor de benzine. De overige kosten zouden worden betaald uit de verenigingskas. Hetgeen voor de liefhebbers van wijn natuurlijk een bijzonder aantrekkelijk vooruitzicht was.

Om twee uur kwamen we aan bij het museum. Alles wat een eeuw geleden met landbouw te maken had, was hier duidelijk en overzichtelijk gerangschikt. De een bleek wat meer geïnteresseerd dan de ander. Eerlijk gezegd had ik het wel een beetje gezien toen het braken, zwingelen, wannen, hekelen, zaaien en repelen van vlas uitgebreid aan de orde was gekomen. Met twee andere makkers uit de oude garde besloot ik eerst een biertje op het terras te nuttigen en daarna clandistien de 14e eeuwse Adriaanskerk van Dreischor met een bezoek te vereren. Clandistien, omdat dit niet op het programma stond en we ook geen toestemming aan de voorzitter durfden vragen.

De kerk was prachtig. Geheel omringd door water en met binnenin een enorm grafmonument dat we eigenlijk zelf ook wel op ons graf zouden willen als het zover is.
Toen we weer naar het museum wilden bleek, dat we de heenweg niet voldoende in ons bewustzijn hadden opgeslagen waardoor ook de weg terug opeens zoek was. Na een half uur dwalen langs alle hoeken en gaten van Dreischor geraakten we tenslotte gelukkig weer op het terras van het museum. Daar bleek, dat onze absentie zich geheel en al had voltrokken zonder opgevallen te zijn. Andere clubleden hadden zich zo zoetjes aan ook op het terras verzameld.
Nog maar een biertje dus. Het was toch op kosten van de club.

Daarna ging het naar Wijnhoeve De Kleine Schorre alwaar in het riante proeflokaal een keuze gemaakt kon worden uit onder meer de Schouwen Duivelandgris+, de Barrique+ en de Auxerrois. Een proefglas kostte 2,25 euro, een gewoon glas 3,75 euro en een fles rond de 20 euro. De penningmeester deelde mee, dat een proefglas wederom voor rekening van de club zou zijn, dus we zouden wel gek zijn als we een gewoon glas namen.
Arie koos een Pinot Noir en zei na een minuscuul nipje: ‘Nee. Dit is niks. Dat hoef ik niet meer’, waarna Henk het glas van Arie in één teug leegdronk, waarop Karel weer zei, dat dat geen gepast gedrag was bij een wijnproeverij.
Zelf nam ik de Schouwen Duivelandgris+ en vertelde de naast mij zittende medeclubleden na een voorzichtig teugje met mijn ogen dicht:
‘Mmm! Enerzijds heel fris en anderzijds toch een tikkeltje zoet. Sappig ook. Hij zou lekker zijn met een vleugje wit fruit en wellicht op de achtergrond een klein rozijntje’. Men keek mij wat verwonderd aan met een blik in de ogen die deed vermoeden dat ik na een half glaasje reeds van het padje af was geraakt. Tot ik bekende, dat ik stiekem had geciteerd uit de folder die ik even te voren had doorgenomen.

Om half zes waren we weer thuis. Opgetogen. Voldaan. En geheel ingenomen met het idee dat onze club de beste club is die er bestaat.
 
Geplaatst op: Donderdag 23 augustus 2018 om 08:20 uur
1447098
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld