Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met Deetman in de badkamer

Vanochtend vielen me tijdens mijn toiletbeurt ineens de overeenkomsten op tussen het scheren en het politieke bedrijf in Den Haag.
De hardnekkige plekjes op mijn huid, zowel als die in Den Haag zijn maar niet glad te krijgen. Voor het gemak geef ik even geen voorbeelden. En zo heb ook ik in mijn toiletmandje naast de spiegel genoeg doekjes voor het bloeden om de stommiteiten die ik tijdens de scheerbeurt heb begaan zo snel mogelijk aan het oog te onttrekken.

Glad strijken. Er netjes bij willen lopen. De jofele peer uithangen met een weggemoffeld smoel. Het toneel na de strijd bedekken met een lekker geurtje dat heel anders ruikt dan het eerst rook. Heus. De overeenkomsten tussen de Haagse gemeenteraad en mijn badkamer liggen voor het oprapen.
Zo kwam mevrouw Pasgeld ineens binnenlopen toen ik voor de spiegel zorgvuldig de haren uit mijn neusgaten knipte. Mijn gedachten gingen daarbij uit naar de overweldigende indruk die ik daarmee op de allermooiste vrouwen in Buenos Aires, Melbourne, Sint Petersburg, Tokio en Ottawa zou maken. Ik moet een beetje wazig naar mevrouw Pasgeld hebben gekeken en waarachtig, toen ik wat tegen haar wilde zeggen kon ik ineens niet meer op haar naam komen.
“Eh, eh, kom nou toch’, sloeg ik vertwijfeld tegen mijn voorhoofd. “Hoe heet jij toch ook al weer?’ Haar reactie liet niets te wensen over.
Nog geen twee minuten later voegde Junior zich bij ons. Het werd een drukke boel in de badkamer. “Zo Franciscus”, begroette ik hem terwijl ik mijn wenkbrauwen aan het föhnen was met het oog op een internationale delegatie uit Beijing die die dag bij ons zou komen dineren.
“Hij heet Junior hoor. Geen Franciscus”, beet mevrouw Pasgeld me toe.
In gedachten verkeerde ik echter allang niet meer in de badkamer, maar in Washington DC waar ik binnenkort een goed woordje zou doen voor de vis die in Scheveningen zo duur wordt betaald. Echt. De overeenkomsten tussen de Haagse gemeenteraad en mijn badkamer liggen voor het oprapen.

En daarom kan ik zo goed begrijpen dat burgemeester Wim Deetman er met zijn hoofd ook wel eens niet bij is. Zo wilde hem vorige week de naam van het gemeenteraadslid Wil Vonk ineens niet meer te binnen schieten. Wil is van zijn eigen partij. Zij zitten samen al zo’n jaar of tien in de gemeenteraad. En dan: “Kom. Eh. Eh. Hoe heet u nu toch ook al weer?”
En nog diezelfde dag had onze burgervader de directeur van het Haagse basisonderwijs, de heer Wiely Hendricks, feestelijk met bloemen gehuldigd, en hem vervolgens aangesproken met ‘meneer Cornelissen’.

Ach. Ik weet het heus wel. Normaal schrijf je zulke dingen niet op. We strijken het glad. We hangen de jofele peer uit. Pakken snel een doekje voor het bloeden. En doen vervolgens alsof er niets aan de hand is.
Maar bij een toekomstig lid van de Raad van State kan dat natuurlijk niet.
Eén van twee: òf Deetman wordt wat oud en dan is hier en daar een stoppeltje heus zo’n ramp niet. Òf hij is nog machtig kwiek ter been en dan moet hij tijdens het scheren stil, erg stil blijven zitten.
Geplaatst op: Zaterdag 15 december 2007 om 10:10 uur
383379
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld