Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met Edwin Leyen in het stembureau

Tijdens de afgelopen verkiezingen stuurde de voorzitter van een stembureau, Edwin Leyen, zijn eigen vrouw weg omdat zij zich niet kon legitimeren.
Stelt u zich voor. Daar komt mevrouw Leyen het stemlokaal binnen en overhandigt haar stempas aan de voorzitter.

Voorzitter Leyen: ‘Goedemorgen. Wie hebben we daar? Eens even kijken. (ritselt wat in het register). Aha. Ik zie het al. Mevrouw Leyen. Zo. U komt dus stemmen. Mag ik uw identiteitsbewijs even zien?’
Mevrouw Leyen: ‘Dat heb ik niet bij me. Ik dacht dat het zo ook wel ging.’
Voorzitter Leyen: ‘Nee. Nee. Dat gaat niet ‘zo ook wel even’. Iedereen kan wel zeggen dat ie mevrouw Leyen heet. Maar zo zijn we niet getrouwd. Stel je voor zeg. Nog even, en dan zeggen ze allemaal, dat ze mevrouw Leyen heten. Nee. Eerst een identiteitsbewijs en dan pas stemmen. Wat denkt u wel. U bent hier niet thuis. En dan nog? Doet u thuis zulke dingen ook?’
Mevrouw Leyen: ‘Maar ik bèn toch mevrouw Leyen? Dat kun je toch zo zien?
Kijk dan toch! Ik ben je eigen vrouw waar je al vijfendertig jaar mee bent getrouwd. Of heb je soms een extra brilletje nodig?’
Voorzitter Leyen: ‘Dat is nu niet aan de orde. Hier gelden andere regels dan thuis. En terecht. Stel je voor. Het is thuis toch geen stembureau? Wie denk je wel dat je bent?’
Mevrouw Leyen: ‘Ik ben mevrouw Leyen.’
Voorzitter Leyen: ‘Ja. Dat kunnen ze allemaal wel zeggen. Zo draaien we in een kringetje rond. Maar regels zijn regels. En mevrouw Leyen is nu even niet mevrouw Leyen.’
Het lid van het stembureau dat links van de voorzitter zit roert zich en zegt: ‘Maar meneer Leyen? Dat is toch uw vrouw die daar voor ons staat? Ik ken haar wel. Ik sta garant dat dat mevrouw Leyen is.’
Voorzitter Leyen: ‘Ja. Hallo. Iedereen kan wel zeggen, dat ze mijn vrouw kennen. Kunt u zich legitimeren dan?’
Linkerlid stembureau: ‘Nee. Nu even niet. Ik heb toevallig geen legitimatiebewijs bij me.’
Lid van het stembureau dat rechts van de voorzitter zit: ‘Maar ik kan me wel legitimeren. En toevallig ken ik uw vrouw ook.’
Voorzitter Leyen: ‘Hé, ik wist niet dat u mijn vrouw ook kende. Hoe zit dat? Waar kent u haar dan van? Je hebt…?’
Mevrouw Leyen valt de voorzitter in de rede: ‘Dat gaat je niks aan. Hoe ik die man ken is mijn zaak. Daar heb jij niks mee te maken.’
Voorzitter Leyen (briesend): ‘Hoezo, niks mee te maken? Wie is hier de voorzitter? Ik moet die dingen weten! Anders wordt het een zooitje in de wereld! Vertel op. Wat heb je met die kerel?’
Mevrouw Leyen: ‘Eerst legitimeren!’
Voorzitter Leyen overhandigt z’n paspoort aan mevrouw Leyen. Mevrouw Leyen bestudeert het zorgvuldig, geeft het weer terug en zegt: ‘Ik heb een verhouding met die man.’
Voorzitter Leyen: ‘Ja. Dat kan iedereen wel zeggen. Iedereen kan wel zeggen dat ie een verhouding heeft met deze man. Gaat u eerst maar eens naar huis om uw paspoort of uw rijbewijs te halen. En kom dan nog maar eens terug. Dan pas praten we verder.’
Geplaatst op: Vrijdag 12 maart 2010 om 10:18 uur
1821710
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld