Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met Lousje dooie schepsels van het asfalt schrapen

(Uit: Branding, tijdschrift voor natuur en milieu, april 2008)

Ik ben een groot bewonderaar van het werk van de schrijver J.J. Voskuil. Vooral de verslagen van zijn voettochten door de Auvergne met zijn vrouw Lousje zijn van grote klasse. (Gebundeld in ‘Terloops’, ‘Buiten Schot’ en ‘Gaandeweg’)
Er gebeurt bijna nooit iets van belang in die reisverslagen. Links van ons zien we een uitgestrekt meer dat schittert in de ondergaande zon. De hoofdpijn van gisteren is bijna over. En ineens worden we ingehaald door een stel luid kwetterende toeristen met rare petjes op.

Al lezend wandel je mee en zie je het voor je.
Steevast wordt het echtpaar Voskuil onderweg geconfronteerd met platgereden egels, konijnen en vossen op de weg. En iedere keer weer barst Lousje dan in snikken uit, schraapt met de moed der wanhoop het dooie beest van de weg en legt het in de berm waar ze het liefdevol bedekt met inderhaast afgerukte plukken gras. Waarna de wandeling nog uren bedrukt wordt voortgezet in een sfeer van verdriet en vertwijfeling omtrent de geaardheid van het menselijk ras.
Wat een emoties!

Als ik dat lees, zou ik het liefst eigenhandig overal in de Auvergne (maar natuurlijk ook in Den Haag) ecologische bruggen, tunnels en oversteekplaatsen aanleggen. Al was het alleen maar voor Lousje. Want de dieren schieten er natuurlijk niks mee op. Zeker niet als we het zien in het licht der evolutie. Want dan zijn dieren juist gebaat met de grootst mogelijke narigheid. Pas in tijden van kommer en kwel maken ze immers van de nood een deugd en zo overleeft de soort op den duur het beste.

Zo hadden vleermuizen nooit radar ontwikkeld als ze in de watten waren gelegd. En kan je je afvragen of al die padden, die straks de Sportlaan weer oversteken, uiteindelijk wel zijn gebaat bij al die goedbedoelende oversteekmoeders. Want misschien ontwikkelen padden in benarde, levensbedreigende omstandigheden op den duur wel zulke buitengewoon sterke poten, dat ze in één sprong over al die auto’s de overkant van de Sportlaan bereiken. En dat doen ze natuurlijk niet zolang ze nog keurig aan het handje naar de andere kant worden geholpen. Wie zal het zeggen.

Natuurlijk wil ik niet zo ver gaan om ook voor onze eigen kleuters een aanpak vol kommer en kwel aan te bevelen. Want hoeveel dooie kleuters duurt het, voordat ook zij in één sprong de overkant bereiken. En daar zit hem natuurlijk ook de kneep. Maar enig afstandelijk nadenken over ecologisch verbindingsleed kan naar mijn idee geen kwaad.

Nu schijnt het in Den Haag zo te zijn dat de dieren in het Westduingebied maar moeizaam, of eigenlijk helemaal niet naar de Oostduinen kunnen. En vice versa. Het Verversingskanaal en het Verhulstplein zitten daarbij lelijk in de weg. Persoonlijk heb ik nog nooit radeloze dieren aan de oevers van het Verversingskanaal of op de trottoirs van het Verhulstplein zien staan dringen om aan de beurt te komen voor een ticket naar de overkant. Maar los daarvan rijst de vraag: Moeten ze dan zo nodig heen en weer? Ja, zeggen sommige biologen. Ze willen ook wel eens met verre vrienden in plaats van met goede buren copuleren. Anders komt er maar inteelt van. En dat is niet goed voor de voortplanting van de soort. Nou èn. Denk ik dan. Ik heb er alle vertrouwen in dat die padden en konijnen en vleermuizen er dan wel weer wat op verzinnen. Moet ìk me daar dan mee bemoeien?

Stel je voor dat iemand zich ermee had bemoeid toen we indertijd moeizaam vanuit de zee de wal opkropen. Dat er toen oversteekmoeders hadden gestaan met zuurstofcylindertjes en infusen om in te grijpen zodra iemand de pijp uit dreigde te gaan. Hoe zouden we er dan nu uit hebben gezien? Nou? Nou? Als een soort amechtig hijgende kwallen? In ieder geval vast niet zo stevig en flink als nu.
En stel je voor, dat iemand mij een gratis vliegticket had gegeven op het moment dat ik, puur en alleen vanuit de verfrissing van de soort, zo nodig een wipje wilde maken met een prachtige, verse meid ergens in de Stille Zuidzee? Dan had ik toch nooit mevrouw Pasgeld uit het Westland ontmoet waarmee het tot op heden buitengewoon prettig uit te houden is?

Ik bedoel maar.
Ik heb alle begrip voor de jammerlijke smarten van Lousje. Maar ik ben God niet. Hooguit een (nog) niet overreden schepsel dat gedurende een uiterst geringe tijdspanne in een onafzienbare, onbegrepen evolutie ook zo nodig eens een duit in het zakje wil doen.
Geplaatst op: Vrijdag 18 april 2008 om 15:19 uur
254476
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld