Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met mijn kleinzoon in het bad

(Uit: Haags Nieuwsblad, 28 september 2007)

Steeds als ik met mijn kleinzoon Jurre (5) in het bad zit verzinnen we wel weer wat anders. Laatst was dat een wedstrijd wie het hardst onder water kon niezen. Om de winnaar vast te stellen werden we voor bijna onoverkomelijke problemen gesteld. Wie onder water niest kan zichzelf immers niet goed horen. En hoe moet je dat dan vergelijken met de onderwaternies van een ander terwijl je zelf je oren boven de waterspiegel hebt. Toen ik voorstelde om oma in de badkamer te ontbieden om voor scheidsrechter te spelen verwierp Jurre dat idee onmiddellijk. ‘Nee opa’, zei hij. ‘Liever niet’. En toen ik vroeg waarom niet, bleek hem de toorn van oma nog vers in het geheugen te liggen van toen wij een vorige keer aan het bestuderen waren hoeveel water er vanuit de badkuip naar de badkamer kon worden verplaatst zonder je handen te gebruiken. Ik hield mijn kleinzoon voor, dat ik zo langzamerhand op een leeftijd ben gekomen, dat de toorn van vrouwen mij niet veel meer doet en dat hij als man van eer en courage wat dat betreft nog veel te leren heeft. Maar dat er ongetwijfeld ook voor hem een tijd zou aanbreken, die gevrijwaard zou zijn van angsten voor vrouwelijke emoties.

Afgelopen week zaten we weer in het bad. Jurre bleek niet in de stemming voor de befaamde zeehondenact, waarbij dan weer opa en dan weer Jurre het geluid van een zeehond zo natuurgetrouw mogelijk dient na te bootsen terwijl de douchekop met een straal ijskoud water in het gezicht is gericht.
Nee, hij moest, zo meende hij, deze keer eens ernstig met opa praten. Na wat gezoek naar woorden kwam de aap uit de mouw: Jurre bleek verliefd op een meisje uit zijn klas, Quinty genaamd.
‘Maar ik weet niet goed, hoe ik dat aan haar moet zeggen, opa’.
‘Tja. Dat weet ik eigenlijk ook niet, kerel. Ik kan je alleen maar zeggen, dat ik, toen ik zo oud was als jij, ook verliefd was op een meisje uit de klas. Ze heette Inge en ze had twee blonde vlechtjes. Ik zie haar nog voor me.’
‘En hoe heb je haar dat dan gezegd? Dat je verliefd op haar was?’
‘Dat heb ik haar nooit gezegd. Dat durfde ik niet. Inge heeft nooit geweten, dat ik verliefd op haar was.’
‘Oh’, zei Jurre teleurgesteld. ‘Misschien zal Quinty dan ook wel nooit weten, dat ik verliefd op haar ben.’

Wat zou er zijn gebeurd, schoot het door me heen, als ik het indertijd wel aan Inge had durven zeggen. Dan was het misschien wel wat geworden met haar. En dan hadden Inge en ik misschien wel kinderen gekregen. En die kinderen hadden dan wellicht weer zoons en dochters gekregen. En dan zou ik vast wel met een van die kleinzoons een keer in het bad hebben gezeten. En die zou dan aan me vragen hoe hij een meisje uit zijn klas duidelijk moest maken dat hij verliefd op haar was. En dan had ik hem wél antwoord kunnen geven. Want dan had ik immers uit eigen ervaring geweten hoe je zoiets aan een meisje moet vertellen. En dan was er wellicht iets moois ontstaan tussen díe kleinzoon en dát meisje. Terwijl het nu misschien nooit wat wordt tussen Jurre en Quinty.
Ik werd er stil van. Want niet zelden tast men toch vergeefs in het duister als het gaat om het achterhalen van de invloeden op het lot.

‘Het is nogal ingewikkeld’, zei ik tegen Jurre. ‘Maar op de een of andere manier hoef je nergens bang voor te zijn. Met opa is het toch ook allemaal goedgekomen.’
Geplaatst op: Vrijdag 28 september 2007 om 12:40 uur
383382
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld