Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Met mijn vader achterop het scootertje

Mijn vader is al ruim dertig jaar dood. Maar af en toe gaat hij er even uit voor een frisse neus. En soms, heel soms, ontmoet ik hem dan.
Laatst in de Ockenburghstraat bijvoorbeeld. Ik reed op mijn scootertje en hij liep wat stil voor zich uit te dromen. Ik riep: ‘He, pa! Als je zin hebt om even wat rond te toeren moet je maar achterop komen zitten.’

Dat deed hij. Kalm reden we richting Kijkduin. Het gesprek kwam al gauw op de komende verkiezingen. Ik biechte hem op, dat ik geen flauw idee had waar ik op moest stemmen. Hij bekende ook ruiterlijk, dat, als hij nog stemrecht had gehad, hij tegenwoordig in het duister zou tasten waar het ging om de uitoefening van zijn democratische rechten.
‘Dat is nogal wat’, riep ik in zijn linkeroor. ‘Want je hebt je hele leven op de PvdA gestemd.’
‘Ach, jongen’, zei hij. ‘Ik ben niet achterlijk. Ik heb heus wel door  wat er op het ogenblijk aan de hand is. Het gaat bij de PvdA tegenwoordig niet meer om idealen en saamhorigheid. Het draait daar alleen nog maar om posities en macht.’

‘Dat klopt als een stembus’, grapte ik. En ik vertelde hem, dat je tegenwoordig op je computertje de gezichten van de kandidaten van je eigen provincie kan oproepen. (www.stemtinder.nl) En als je dan steeds de gezichten aanvinkt van de kandidaten die je het meest sympatiek toeschijnen, rekent de computer voor je uit op welke partij je moet stemmen. En dat je het ook andersom kan doen. Je moet dan net doen of je Nederland zo snel mogelijk naar de verdommenis wil helpen. En dan vink je de smoelen aan die je daartoe het meest geschikt acht. De computer rekent dan weer voor je uit op welke partij je dan het best zou kunnen stemmen.’

‘En?’, zei mijn vader.
‘Wat en?’ zei ik.
‘Je begrijpt me best’, zei mijn vader. ‘Als ik dan tenminste nog enige vruchten mag plukken van de opvoeding die ik je heb gegeven, wil ik nu echt wel weten op welke partij we volgens jou moeten stemmen om het land naar de gallemiezen te helpen’.
‘De VVD’, zei ik.
‘Zie je wel’, lachte mijn vader. ‘Dan heb ik het toch goed gedaan’.

Op het Deltaplein stapten we af. De zon scheen en we vonden achter het glas van een terras een heerlijk beschut plekje.
We babbelden nog even door over de verkiezingen.
‘Weet je wat het is’, zei mijn vader. ‘De politiek gaat tegenwoordig niet meer uit van principes. Principes zoals gelijkwaardigheid, bijvoorbeeld. Ieder mens is natuurlijk nooit gelijk aan een ander mens. Maar wel gelijkwaardig. Zelfs een crimineel en een heilige zijn gelijkwaardig. En als dat een enkele keer toch anders blijkt uit te vallen hebben we pech gehad. Maar we moeten steeds van vertrouwen blijven uitgaan. Anders is het einde zoek.’

‘Is er nog een politieke partij die dat ook vindt?’, vroeg ik.
‘Ik vrees, dat je daarvoor tegenwoordig alleen nog bij de Partij voor de Dieren terecht kan’, zei hij en we hadden het niet meer van het lachen.

In de Ockenburghstraat, in het zicht van zijn huidige onderkomen, leverde ik mijn vader weer af.
Geplaatst op: Vrijdag 13 maart 2015 om 08:24 uur
1793989
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld