Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Mevrouw Pasgeld snurkt

(Zoals te doen gebruikelijk zit mijn eerste column van het nieuwe jaar weer vol malapropismen. Dat zijn uitdrukkingen die verkeerd door elkaar zijn verhaspeld.
Tel het aantal malapropismen in deze column en maak kans op een echte zilveren rijksdaalder uit 1964.)

Snurken. Echt onvervalst snurken. Daar is geen geluid tegen gewassen. Liever nog hoor ik een kanon afschieten naast mijn bed dan dat ik naast mevrouw Pasgeld moet liggen als ze snurkt. Want met één grote knal weet je tenminste waar je aan toe ben.
Het is werkelijk om uit je bed te springen: lig je net na een vermoeiende dag naar een welverdiend uiltje te happen of daar begint een cementmolen naast me te draaien. En reken maar dat Mevrouw Pasgeld niet alleen cementmolens kan, maar dat ze ook heel goed is in het imiteren van rollend grind, authentieke houtzagerijen, openbarstende zakken hondenvoer, kettingbotsingen en hagelkanonnen. Holle vaten ronken het hardst, zeggen ze wel eens, maar wie dat zegt heeft nog nooit naast mevrouw Pasgeld een dutje gedaan.

Daar lig je dan in je eigen boontjes gaar te soppen. Vier uur ’s nachts. Nog drie uur te gaan. Uit de droom hoef ik niet meer te worden geholpen. Mij rest slechts het schillen van een zuur appeltje. Òf ik maak mevrouw Pasgeld wakker en wijs haar met gespeelde vriendelijkheid op haar aanstootgevende gedrag òf ik kruip op mijn dooie kuierlatten naar het logeerbed een kamer verderop.
En nou kan u wel vinden dat ik met een mug op een olifant schiet, maar ik zet moeders pappot liever voorzichtig in de porseleinkast dan dat ik de lakens uitdeel. En zeker als het om de nachtrust van mevrouw Pasgeld gaat.
Ik klap nu even met het verkeerde been uit het bed als ik u vertel dat mevrouw Pasgeld zelfs, of misschien wel juìst, in haar slaap ontvankelijk is voor de minste of geringste indruk. Ik hoef maar even met mijn keel te schrapen, zachtjes ‘ahum’ te zeggen of me wat luidruchtiger dan normaal om te draaien of mevrouw Pasgeld stopt met snurken. Zonder overigens wakker te worden. Waarschijnlijk uit een soort schuldgevoel dat zelfs in haar slaap nog latent aanwezig is.
Waarom zeg je dan niet even zachtjes ‘ahum’, zult u zeggen. Welnu. Dat is, omdat ze dan, juist op het moment dat ik weer in slaap ben gevallen, toch weer begint te snurken. Eerst zachtjes. Maar dan steeds harder totdat ze weer op het niveau is van een instortend winkelcentrum, een zaal vol hongerige zuigelingen of het knersen der tanden tijdens het Armageddon zelve, al naar gelang haar pet staat. En ik mezelf dus weer helemaal opnieuw bijeen kan rapen.
Maar waarom doe je dan geen oordopjes in, vraagt u weer. Nou, ik wil natuurlijk niet in slapende honden bijten maar toen ik dat eens probeerde ging het, voordat ik het ene oor had aangenaaid het andere oordopje alweer uit. En eerlijk gezegd hou ik het niet droog achter de ogen met al die oordopjes in omdat het me dan als de dood om het hart slaat dat ik de inbrekers niet meer op hun kousenvoeten kan horen rondsluipen.

Werkelijk alles heb ik al geprobeerd. Van logeerbed tot subliminaal geschraap van de keel. Van oordopjes tot het lijdzaam bezitten van mijn ziel.
Maar even afgezien van dat gesnurk heb ik niets dan goeds over mevrouw Pasgeld.
Ik heb haar lief als geen ander.
Dat valt zelfs met geen pen te bedekken.
Geplaatst op: Vrijdag 6 januari 2012 om 09:28 uur
388845
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld