JULIUS PASGELD
LAATSTE COLUMNS
|
Mijn vader
Vijfentwintig jaar geleden nam iemand in Thailand per ongeluk de verkeerde bus en reed inplaats van naar Narathiwat in Zuid- Thailand bijna duizend kilometer noordwaarts naar de hoofdstad Bangkok. Daar nam hij nog een keer de bus, in de hoop dat die terug naar het zuiden zou rijden. Maar die bus ging nog 600 kilometer verder naar het noorden naar Chiang Mai. Eenmaal daar aangekomen, zag hij geen kans meer om terug te gaan naar de plaats waarvandaan hij was vertrokken.
Hij leefde verder als bedelaar en werd uiteindelijk opgenomen in een tehuis voor daklozen. De verzorgers daar dachten dat hij stom was, omdat hij slechts af en toe wat zachtjes voor zich uit zat te mompelen. Niemand die op het idee kwam dat hij een andere taal sprak.
Pas na vijfentwintig jaar was er iemand die belangstelling toonde waardoor de man zijn verhaal uit de doeken kon doen. Hij keerde terug naar zijn familie die al die tijd had gedacht dat hij bij een verkeersongeluk om het leven was gekomen.
Ik vind het een prachtig verhaal, of het nou waar is of niet.
Toen ik het las moest ik aan mijn vader denken. Die stapte vijfentwintig jaar geleden ook op de bus en kwam ook nooit meer terug. Wie weet staat hij vandaag of morgen ook ineens weer voor mijn neus. Met verfomfaaide kleren en helemaal uitgemergeld van de lange rit terug.
‘Dag. Daar ben ik weer’, zal hij een beetje verlegen zeggen. ‘Een tijdje weggeweest want de bus ging anders dan ik dacht’.
Overmand door schrik, maar toch ook al een beetje in tranen zal ik hem dan omhelzen en zeggen dat ik hem vreselijk heb gemist. En dat ik natuurlijk blij ben dat hij weer terug is.
In werkelijkheid is mijn vader vijfentwintig jaar geleden heel plotseling, zomaar ineens dood gegaan. Hij was net zeventig geworden en dat vonden we allemaal veel te jong om te sterven. Het gebeurde allemaal zo plotseling, dat ik er eigenlijk nooit om heb gehuild. Behalve eens in de drie jaar een beetje. En dan nog het liefst onder de douche want dan heb je toch al allemaal druppels op je wangen en dan valt het niet zo op.
Beetje bij beetje ben ik er pas na zijn overlijden achtergekomen wat ik hem verschuldigd was en toen was het natuurlijk al te laat. Want toen kon ik hem niet meer bedanken. Voor zijn vertrouwen bijvoorbeeld, dat het allemaal wel goed zou komen als ik mijn geld en mijn status weer eens belangrijker vond dan menselijkheid en een betere wereld in de toekomst. En voor zijn geduld waarmee hij mijn jeugdige misstappen steeds maar weer niet erger maakte dan ze waren. Terwijl het toch veel makkelijker voor hem zou zijn geweest om zijn angsten op mij bot te vieren.
Pas nu weet ik wat het is, want ik heb zelf een zoon van zeventien. Het geduld en het vertrouwen heb ik inmiddels van mijn vader. En wat moet ik er anders mee dan het weer over te dragen op mijn zoon.
En of het nou allemaal goed komt of niet, ooit zal er ook voor mij een bus stoppen.
En dan kan ik instappen. Als ik weet waar ik naar toe wil.
Maar dat weet je nooit van te voren.
Geplaatst op: Dinsdag 10 juli 2007 om 08:22 uur
|
383380
bezoekers
|