Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Misschien staat opgeruimd wel netjes

Vorige week heeft de Hoge Raad besloten, dat een arts op basis van een schriftelijke wilsverklaring een eind mag maken aan het leven van iemand met diepe dementie. Zelfs als de patiënt niet meer kenbaar kan maken, dat hij er zelf een eind aan wil maken.

‘Bijna 250.000 demente mensen in Nederland dwalen door een mist van angst op zoek naar een thuis en een vertrouwd gezicht’, schrijft psychiater Boudewijn Chabot in de NRC van afgelopen zaterdag. En hij vervolgt met: ‘Er komen steeds meer zorgbehoeftige dementerenden die de draagkracht van partners, familie en samenleving ver te boven zullen gaan’.

De conclusie van de Hoge Raad lijkt nu te zijn: vooruitlopend op deze ramp dient het gemakkelijker te worden om er bij wilsonbekwaamheid een einde aan te maken. Ook al kan de patiënt dat zelf niet meer bevestigen of tegenspreken.

Het lijkt mij een ethisch dillemma, waar zowel medici, als wetsgeleerden misschien wel nooit uit zullen komen. Chabot schetst nu al een beeld van een gemakkelijke weg. Waarbij het vinden van de twee voorgeschreven, onafhankelijke artsen, die nodig zijn om het oordeel van de huisarts en de familie te bevestigen een peuleschil zal zijn. Een peuleschil die per definitie zal voldoen aan de eisen van een toetsingscommissie. Ook zullen er binnenkort voorgedrukte wilsverklaringen komen, aangepast aan de eisen van de Hoge Raad, die bij huisartsen kunnen worden ingeleverd. Alles uiteraard geheel buiten de dementerende patiënt om.

Om alles nog wat soepeler te laten verlopen lijkt de definitie van ‘ondraagelijk lijden’ steeds meer onderhevig aan diverse, zich op een glijdende schaal begevende interpretaties. Verdriet, weigeren van eten, zich afwenden. Het zijn tegenwoordig al gauw verschijnselen die lijken te duiden op ondragelijk lijden. En die al naar gelang het uitkomt kunnen worden geïnterpreteerd door de betrokken instanties.

Naruurlijk blijft het een moeilijke materie. Maar hoe je het ook wendt of keert: straks lijkt het makkelijker te worden een ander mens straffeloos te doden. En is dàt nou de oplossing?

Wellicht kunnen de essentiele kenmerken van ‘jeugd’, ‘volwassenheid’ en ‘ouderdom’ eens wat meer aan de orde komen in de maatschappelijke discussie. Opdat iedereen wat meer kan stilstaan bij, in plaats van dat hij of zij zich afsluit voor de eventuele gevolgen van de onvermijdelijke ouderdom. En zich wellicht alvast zèlf van het leven kan beroven als een naderende dementie hem of haar niet aanstaat. Dan hoeft een ander dat later tenminste niet meer te doen. Een en ander zou in ieder geval wat meer in overeenstemming zijn met de eigen verantwoordelijkheid en de eigen inzichten die men geacht wordt na een leven te hebben verworven

Maar nu lijkt het er verdacht veel op dat wij ‘moord op een ondragelijk lijdend medemens’ steeds meer gaan goedpraten onder de noemer van ‘humaan’ gedrag.

Ik zit nog met een paar vragen (waar ik waarschijnlijk nooit een antwoord op zal krijgen):
-Wat stond de verantwoordelijken voor de gezondheidszorg 15, 20 jaar geleden voor de geest toen ze de helft van de bejaarden- en verzorgingsinstellingen sloten. En de gevolgen daarvan overleverden aan ‘de mantelzorg’?

En tenslotte: Is het eigenlijk wel verstandig om in een maatschappij die nu tot in de verste uithoeken wordt bepaald door de groep volwassenen tussen de 30 en de 70, te bepalen dat mensen na die leeftijd wat eerder dood zouden moeten gaan?
 
Geplaatst op: Donderdag 7 mei 2020 om 08:31 uur
1764262
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld