Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Nog meer vlaggetjes

Veertien dagen geleden uitte ik op deze plek mijn ongenoegen over het langdurige vlagvertoon op ons Dorpsplein. Ik had het nog niet geschreven of het werd nog erger. Het leek wel alsof iedereen op mijn schrijfsel had gewacht om al die vlaggetjes op en rond ons Dorpsplein in tal en last te doen vergezellen van nóg meer vlaggetjes. En nóg meer kransen. En nóg meer eerbewijzen aan onze jarige monarch.

Zo voorzag mijn rechterbuurman na het verschijnen van mijn column zijn voorgevel, naast een wapperende vlag met wimpel, ook nog eens met een strakke, v-vormige bedrading waaraan maar liefst 15 oranje vlaggetjes meewapperden dat het een lieve lust was.
Mijn linkerbuurman vroeg mij daarna beleefd, (maar zijn ironische ondertoon ontging mij niet) of ik er soms bezwaar tegen had dat hij de vlag ook uithing. ‘Alleen maar op de dag van de verjaardag van de koning’, zei hij. ‘Bij zonsondergang haal ik hem weer weg, zoals dat hoort’.
Natuurlijk had ik geen bezwaar. Ook al maakte dat niet uit. Want iedereen moet natuurlijk doen wat hij of zij wil. Maar hij begreep het tenminste.

Over Suus, de beheerster van het Dorpshuis had ik al verteld. Zij zou er geen enkel bezwaar tegen hebben als al die vlaggetjes op het Dorpsplein er het hele jaar zouden blijven hangen. Maar daarna maakte ze het wel heel erg bont toen bleek, dat ze onze biljartzaal van onder tot boven had gelardeerd met oranje vlaggetjes

Ik riep haar streng tot de orde en vroeg daarna beleefd of ze wel wist, dat het me met al dat oranje groen en geel voor de ogen stond. En of ze serieus meende dat iemand naast zulk een opsmuk ook nog in staat zou zijn een carambole te maken. Zij meende echter dat er wel degelijk een positieve relatie bestond tussen de garnering van de biljartzaal en de scores.

En weer had ze gelijk. Een der (toevallig zeer koningsgezinde) biljarters speelde, misschien wel juist door al die vlaggetjes, kransen en wimpels boven de biljarttafel bij uitzondering ook nog eens de sterren van de hemel. En ging aan het eind van de middag naar huis met een moyenne van 1,4. Terwijl zijn gemiddelde in wat minder kleurrijke periodes niet boven de 0,9 uitkwam. Dus toch een positieve relatie?
Hoe anders verging het mij! Normaal gesproken ben ik op het gebied van het biljarten ook iets van 0,9 waard. Maar nu kwam ik, vanwege al die belabberde, koningsgezinde praal, niet boven de 0,4 uit.


Niet lang na de biljartwedstrijd liep ik op het plein een lid van de lokale Trim- en Ontspanningsvereniging tegen het lijf. Ze vertelde, dat ze mijn eerste column over de vlaggetjes had gelezen en bekende daarna ruiterlijk, dat ze mee had geholpen met het ophangen van de vlaggetjes. Vriendelijk vroeg ze me of het niet iets voor mij zou zijn om bij te dragen aan het weer opruimen van al die vlaggetjes. Enthousiast riep ik, dat ik daar direkt al mee wilde beginnen. Maar nee. Het mocht pas als het bestuur van de club dat had bepaald.

En tenslotte de dominee. Die had mijn column ook gelezen. Dat vertelde hij me toen hij me bij een bepaalde gelegenheid de hand schudde.
Hij leefde met mij mee, zei hij.
Eindelijk! Eindelijk iemand die me begreep. Pas later drong het tot me door, dat dat een taak is van dominees om de medemens te begrijpen. En mee te leven in de wonderlijke en soms meest uiteenlopende gedachtenwerelden van diezelfde medemens.
Ja. Hij had het echt met me te doen.
 
Geplaatst op: Donderdag 2 mei 2019 om 08:54 uur
1575617
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld