Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

`Nooit meer schouwde men zo diep in de hel`

Tijdens onze vakantietochtjes in de omgeving kon het Belgische dorp Doel als bestemming natuurlijk niet uitblijven. Het dorpje was z’n reputatie vooruitgesneld. Waardoor we reeds op de hoogte waren hoe vreselijk het daar was. Maar toen we er eenmaal waren bleek het allemaal nog veel erger.

Alleen al de rit erheen. Via de omstreden Nederlandse Hedwigepolder en de Belgische Prosperpolder geraakten we op een weg langs de Schelde die in de richting van de kerncentrale nabij Doel leek te gaan. De twee gigantische, betonnen koeltorens en de vier koepels van de centrale werden almaar groter.

Totdat er een bord langs de weg verscheen waaruit bleek dat we op een doodlopende weg reden. Omdat ik me niet graag in de maling laat nemen reden we door, vlak langs de spookachtige centrales waar geen mens te bekennen was. Totdat een slagboom dwars over de weg ons erop wees, dat we echt niet verder konden. Maar de weg ging wel verder en even verderop zagen we er gewoon een auto op rijden. Naast de slagboom stond een bord met de tekst: ‘Samenscholingsverbod sinds april 2017’. In de wijde omtrek was echter geen mens te bekennen. Dus parkeerden we de auto naast de slagboom en liepen de dijk op richting Doel.
Met aan de linkeroever van de Schelde een indrukwekkend uitzicht op de havens van Antwerpen en voor ons, ingeklemd tussen de energiecentrales en een kersverse uitbreiding van de haven aan de rechteroever, het dorpje Doel, een paar honderd meter voor ons. Als symbool van menselijke bescheidenheid tussen de ultieme symboliek van lompe schaalvergroting en medogenloos winstbejag.

Over Doel zelf kan ik kort zijn. Een dorp met uniforme, zware aluminium rasters voor deuren en ramen, dichtgetimmerde huizen, graffity zover het oog reikt, stukgegooide ramen, scheef openstaande garagedeuren en overal rotzooi. Een groot bord leerde ons:

‘Doel: bewoond dorp.
Respecteer de bewoners.
Verboden de huizen te betreden of te beschadigen.
Overlast en vandalisme zullen worden beboet’.

Bewoond dorp? Het leek uitgestorven. Aan bloembakken voor een enkel raam kon je zien waar nog mensen wonen. Dat waren er op het moment dat ik dit schrijf nog tien. Naast de ‘Taverne’ voor ramptoeristen aan de Pastorijstraat functioneert verder alleen de kerk en de begraafplaats nog.
De graffity floreert gelijk onkruid. Op alle mogelijke en onmogelijke plekken staan zowel prachtige als afschuwelijke tekeningen en teksten. Sommige bewoners lieten, voordat ze hun huis verlieten, gedichten en spreuken achter op hun ramen en deuren:

‘En nooit meer schouwde men zo diep in de hel.’

‘Wat is het Doel? Vernieuwing of vernieling?’

‘Delivrez nous!’

‘Everybody can be proud!’

‘Dit dorp lijdt,
suizebollend,
als een lichaam dat vecht om z’n waarheid’

Teneergeslagen verlieten we dit monument van Belgische stompzinnigheid. Had de strijd tussen de bewoners, de havenbaronnen en de milieufanaten nou echt niet wat minder desastreus kunnen eindigen? Handenwringend vroegen we ons af waarom ze er in België eigenlijk nog een overheid op na houden.

Wie er meer van wil weten moet het boek ‘Dit is mijn hof’ van Chris de Stoop er maar eens op naslaan. Daar wordt alle narigheid vanaf de Hedwigepolder tot en met Doel niet alleen uitvoerig maar vooral ook ontroerend belicht.
 
Geplaatst op: Donderdag 24 augustus 2017 om 07:40 uur
1263690
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld