Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Nooit meer van het padje af

Regelmatig trek ik de kuierlatten aan. Niet alleen omdat de omgeving rond ons Dorp zich daar uitstekend voor leent. Maar ook omdat het gezond is.
Echt spectaculair is het niet. Eerlijk gezegd gebeurt er nooit iets bijzonders onderweg. Maar het steeds wisselende uitzicht rondom is, als je er oog voor hebt, voor mij al bijzonder genoeg.

Tot vorige week. Het was een mooie, zonnige zondag. Ik wandelde alleen want mevrouw Pasgeld was aan het bijkomen van een werkweek met haar studenten in Londen. Vrolijk fluitend ging ik de paden op, de lanen in. Vooruit, met flinke pas. Ook over de mooie Valdijk met links daarvan een prachtig, uniek heggengebied. En rechts appel- en perenboomgaarden zover het oog reikte.
Ineens zie ik daar tussen de appelbomen iets liggen dat verdacht veel lijkt op een dood varken. Nieuwsgierig loop ik de dijk af. Dichterbij gekomen blijk ik het slachtoffer van mijn eigen sensatiezucht: het is een hoop slordig neergesmeten plastic. Maar even verder zitten er nog een paar prachtige, rijpe appels aan de bomen. Ik pluk er een en besluit al etend van die appel voor de verandering eens onderaan de dijk verder te gaan om wellicht een paar honderd meter verderop weer op de dijk te klimmen.
Maar verderop blijk er een nogal brede sloot te zijn aangelegd tussen de plek waar ik loop en de dijk waar ik op wil. Doodgemoedereerd loop ik door in de verwachting dat er zich verderop ongetijfeld een mogelijkheid zal aandienen mijn weg op de dijk te vervolgen.
Dat blijkt niet het geval. Sterker nog. De sloot maakt een bocht naar rechts. Langs een nieuwe dijk die haaks op de dijk staat die ik moet hebben. Nog steeds vol verwachting maar niet meer zo zeker van mijn zaak sla ik rechtsaf met nog steeds die vermaledijde sloot aan mijn linkerkant.
Na tien minuten zie ik een omgevallen boom over de sloot liggen. Dit is mijn kans, gaat er door me heen. Minutenlang sta ik te twijfelen. Durf ik over die boom? Zou-ie glad zijn? Ben je gek, denk ik. Je bent pas 76. Dat moet kunnen. In drie stappen ben je aan de overkant. En hup daar ga ik.
Reeds bij de eerste stap op de boomstam glij ik uit en kom keihard met mijn bovenlijf plat op de boomstam terecht. Mijn linker- en rechterbeen geraken daarbij rechts van die boomstam tot mijn heupen in het water. Ik schreeuw het uit van schrik. Dan lig ik versuft en met een vreselijke pijn onder mijn linkerborst en in mijn linkerbovenbeen enige tijd na te denken over hoe het nou verder moet met mijn leven. Op het weggetje boven me komt misschien eens in de drie dagen een wandelaar langs. Drie dagen lang om hulp roepen gaat natuurlijk niet. Ik zal mezelf moeten redden.
Nog steeds hijgend van de pijn en de schrik schuif ik half liggend voorzichtig over de boomstam naar de overkant. Daar duurt het minstens vijf minuten voordat ik mezelf overeind krijg en nog eens twintig minuten voor ik de steile helling van de dijk vol hoge brandnetels en met maar liefst twee hekken met prikkeldraad heb bedwongen.Ik ben er niet rustiger op geworden, Maar de pijn onder mijn linkerborst lijkt minder.
Tijdens het daaropvolgende moeizame gestrompel naar huis komt er zowaar een vraag bij me op.
Wat heb ik geleerd van deze schokkende gebeurtenis? Heb ik er uberhaupt wat van geleerd?
Jazeker. Ik weet nu waarom de Valdijk zo heet.
Maar de belangrijkste les is toch wel: Bij twijfel niet doen. Nooit meer. Het was misschien beter geweest als ik dat wat eerder in mijn leven had opgestoken. Maar beter laat dan nooit.
Dat vindt mevrouw Pasgeld ook als ik eenmaal thuis verslag doe van mijn avonturen in de wildernis.
‘En nóóit meer in je eentje van het padje af’, voegt ze daar gestreng aan toe.
 
Geplaatst op: Donderdag 28 november 2019 om 08:32 uur
1698253
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld