Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Onderweg in Zeeland

Op onze ontdekkingsreizen door Zeeland maken mevrouw Pasgeld en ik van alles mee. Drie voorbeelden:

A.De blauwe route.
De met pijltjes aangegeven blauwe route door het zuidelijke natuurgebied van de Braakman in Zeeuws-Vlaanderen staat getekend op een plattegrond bij het parkeerterrein aan de Isabellaweg.
Wij zijn geen voorstanders van al die gekleurde routes door natuurgebieden. We verdwalen graag en dan is zo’n parcours juist een last. Maar in dit geval beloofde de blauwe route ons via een houten bruggetje een tocht langs het water dat op een andere manier niet bereikbaar leek.
Het ging gelijk al mis.
Een uur lang keken we volkomen stompzinnig alleen maar naar pijltjes inplaats van naar de prachtige omgeving. En daarna voelde ik aan m’n water, dat we het houten bruggetje hadden gemist. En na nog een uur bereikten we de parkeerplaats weer zonder ook maar in de buurt te geraken van ons gewenste doel.
Op die parkeerplaats beloofden we elkaar plechtig nooit meer een vooraf aangegeven, gekleurd parcours te lopen.

B.De Boa-route
Deze route leidde ons, na een enerverende wandeltocht over de Goudplaat in Zuid-Beveland, met de automobiel langs de noordoever van het Veerse Meer richting Kortgene. We wilden perse langs die oever terug omdat dat op de heenweg niet was gelukt. Eerst zag het er naar uit dat dat weer niet zou lukken, maar na de Spieringweg en de Kruisweg reden we dan toch langs het water. Even verderop werd de weg onverhard maar dat mocht de pret niet drukken.
Bij de Westbermweg begonnen de problemen. De weg was weliswaar geasfalteerd en aanvankelijk wat breder maar werd letterlijk gaandeweg smaller. Zo smal, dat bij mevrouw Pasgeld het vermoeden rees, dat het misschien wel eens een fietspad zou kunnen zijn. Maar nee, ik wist het zeker. Er hadden absoluut géén borden met fietspad of niet-toegankelijk voor auto’s aan het begin van die weg gestaan. En er ontbrak bovendien zo’n rood-wit gestreept paaltje waardoor toegang voor auto’s onmogelijk zou zijn. Na vijf minuten moeizaam rijden -het was zo smal dat we nergens konden keren- kwam ons een fietser tegemoet. Omdat we op onze tochten nimmer tot last van een ander willen zijn, week ik voor de helft uit in het gras en stopte om hem te laten passeren. Maar ook de fietser stopte, haalde een balpen tevoorschijn en begon iets op zijn hand te noteren.
‘Wat doet u?’, vroeg ik door het open raampje.
‘Ik noteer uw kenteken. Want ik ben een Boa (Buitengewoon opsporingsambtenaar) en geef uw kenteken straks door aan de politie. Want u mag hier niet rijden. Dit is een fietspad’.
‘Er staat nergens, dat dit een fietspad is’, verweerde ik me.
‘Nee. Dat klopt’, zei de man. ‘Maar het is toch een fietspad’.
‘U vindt het vast veel leuker om een bon uit te schrijven dan om me te helpen’, zei ik boos. ‘Maar kunt u me ook vertellen waar ik kan keren?’.
‘Verderop kunt u keren’, antwoordde hij.
Dat deden we en reden terug op het fietspad met het gevaar opnieuw door de Boa bij de kladden te worden gevat.

C. De schapenroute
Dat was de leukste route tot nog toe. Na een fikse wandeling door het Verdronken Land van Saeftinghe besloten we door Belgie terug te rijden. Even voorbij Boekhoute zag ik rechts een weg met allemaal opmerkelijke verkeersborden: ‘Schapen voorrang!’. ‘Pas op, wildroosters!’. ‘Verkeerskussens!’
‘Dat moeten we hebben’, zei ik tegen mevrouw Pasgeld.
Het bleek het leukste stukje met de auto sinds jaren. Overal zwarte schapen op de dijkweg. Allemaal met vier horens. Allemaal eropuit auto’s tot stapvoets rijden te dwingen. Sommige schapen hadden duivelsogen. Als ze ons aankeken maakten ze, dat we uit onszelf tot de overtuiging kwamen dat mensen in het vervolg hun auto maar beter kunnen laten staan. Alleen al, omdat lopen veel leuker is. Met een vaartje van anderhalve kilometer per uur bereikten we uiteindelijk het laatste wildrooster.
Met tegenzin drukte ik het gaspedaal weer in.
 
Geplaatst op: Donderdag 6 september 2018 om 08:10 uur
1470119
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld