Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Ongeremd door `s Gravenhage

Vannacht had ik een prachtige droom. Het ging zo:
Op de een of andere manier was ik in het bezit gekomen van een wonderlijk vervoermiddel. Twee plankjes (een soort skateboardjes) met onder ieder plankje geen wieltjes maar twee lange schaats-ijzers, zoals je die ook wel onder Noorse schaatsen ziet.
De bedoeling was, dat je op elk plankje een voet zette. En dan ging je vanzelf vooruit. Vooral omdat het in Den Haag tegenwoordig vrijwel altijd en overal bergafwaarts gaat.
Van het gemotoriseerde verkeer om mij heen had ik geen enkele last. Tientallen meters voordat ik in de buurt was, stonden ze al stil. Trams, vrachtauto’s gewone auto, e-bikes, noem maar op.
Ik begreep er niks van maar het was wel heerlijk. Hele pleinen geraakten op die manier vrij van verkeer zodat ik die helemaal alleen voor me zelf had. Kruispunten kon ik zowel links als rechts als diagonaal vrijwel blindelings oversteken.
Later bleek, dat dat kwam doordat een zendertje in mijn plankjes de verbinding tussen het gaspedaal en de motor van de omliggende vervoermiddelen lamlegde als ik op minder dan twintig meter afstand was genaderd. Als ik voorbij was kwam de verbinding weer tot stand en konden alle verkeersdeelnemers weer gewoon verder.

Zo reed ik van het Papaverhof via het Valkenboschplein over de Laan van Meerdervoort richting centrum. En of de stoplichten nou op rood of groen stonden, ik trok me er niks van aan. Er was altijd een zee van ruimte voor me vrij. De wachtende bestuurders van de auto’s om me heen vonden het prachtig. Als ik passeerde staken ze bewonderend hun duim omhoog. Dus ik hoefde me ook al geen zorgen te maken over het feit, dat ik anderen hinderde met mijn toch tamelijk a-sociale voertuig.

Op de Lange Vijverberg aan gekomen stapte ik van mijn plankjes af om even uit te rusten op een bankje. Daar keek ik eens goed om me heen. En ja hoor. Wat ik al gevreesd had werd werkelijkheid. Vanuit het Tournooiveld, de Papestraat en de het Lange Voorhout schoten ze al tevoorschijn: allemaal verkeersdeelnemers op plankjes net zoals ik. Die elkaar met hun wonderijke vervoermiddelen net zo dwars zaten als de gewone vervoermiddelen in het gebruikelijke verkeer. Zodat de terugweg naar het Papaverhof op mijn plankjes drie keer zo lang duurde als normaal.

Aan mijn psychiater vroeg ik om uitleg. Jazeker. In mijn dromen heb ik vaak een psychiater ter beschikking. Mijn vader zei mij eens, toen ik mij op mijn tiende nogal treurig had betoond omdat ik een spelletje knikkeren van een vriendje had verloren: ‘Los het zèlf maar op. Later, als het er ècht op aan komt moet je toch ook uiteindelijk alles zèlf oplossen’. Zodoende heb ik voor raad en daad’s nachts in mijn dromen tegenwoordig een psychiater ter beschikking. Gratis.

‘Pasgeld’, zei hij deze keer. ‘Pasgeld, luister goed. Door je verhuizing naar een klein dorpje in Zeeland ben je er aan gewend geraakt dat je op kruispunten bijna altijd door kunt rijden. Daar was je erg blij mee. Maar nu ziet het er naar uit, dat je daar na tien jaar aan gewend bent geraakt. En dat je je nu ook al gaat ergeren aan die enkele auto, die je heel soms op een kruispunt in Zeeland tegenkomt. Je moest je schamen!’.
En daar kon ik het mee doen toen ik wakker werd.
 
Geplaatst op: Donderdag 11 februari 2021 om 08:23 uur
1898699
bezoekers
© 2021 - Julius Pasgeld