Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Onkruid vergaat niet

(Uitgesproken tijdens het milieucafe van het Haags Milieucentrum in het Atrium van het stadhuis op 16 oktober 2007)

Het is en blijft een eigenaardige gewoonte van de mensen om het pad waarop men gaat, te verharden.
Van autowegen kan men zich dat nog enigszins voorstellen omdat die worden ontworpen met het oog op een kwieke verplaatsing van A naar B. Maar ook waar men te voet gaat, en een kwieke verplaatsing dus niet strikt noodzakelijk is, sterker nog, waar dat uit oogpunt van lichamelijk welzijn zelfs valt af te raden, bespaart men zich kosten nog moeite het pad te verharden. Vaak met tegels. Dikwijls ook met grind of fijne keitjes. Soms zelfs met een dikke laag houtsnippers of vermalen schelpen. Bij uitstek allemaal materialen waar grassen en ander jeugdig onkruid tijdens hun onstuimige ontwikkeling volgaarne tussendoor piepen. En geef ze eens ongelijk. Wie zou er níet smachten maar enige frisse lucht en een blauwe hemel met al die drukkende materialen zo vlak boven het hoofd.

Het is dan ook volstrekt zinloos om voetpaden, trottoirs en stoepen te voorzien van een verharde laag. Vechten tegen de bierkaai. Tènzij men overgaat tot asfaltering der voetpaden, hetgeen ik zeker in dit gezelschap niet zou willen propageren, is er niets, maar dan ook helemaal niets te doen tegen het onkruid tussen de stoeptegels. En of men nou met kwaadaardig gif spuit of met milieuvriendelijk gif: het is lood om oud ijzer.
Onkruid, dames en heren, vergaat niet.

De natuur is iedere keer sterker dan de leer terwijl de mens wat dat betreft in het verléden hardleers was, in het héden hardleers is en in de toekomst hardleers zal blijven. Met schoffels, borstels, gifspuiten en blowers blijft men ieder sprietje gras, en elk dood blad dat de euvele moed heeft ons pad te kruisen, hardhandig bestrijden, uitroeien, om zeep brengen, wegblazen, opvegen en vergiftigen. En is men er dan eindelijk, meestal pas half december, in geslaagd, de stoepen min of meer vrij van blad te maken dan begint men, alsof men helemaal niets van de loop der dingen heeft opgestoken, er in oktober weer geheel blij van zin opnieuw mee. Eenzelfde rigide gang van zaken zien wij bij de bestrijding van het onkruid. Het moet weg. Helemaal weg. Zo rigoreus mogelijk. Het liefst voor zover het oog reikt. Zonder dat iemand zich ook maar één moment afvraagt waarom.

Laten we, omwille van de zuivere redenatie, de andere kant van de zaak eens in ogenschouw nemen. Ik ben er, en u zult mijn mening vast wel delen, zeker geen voorstander van dat men zich op Haagse trottoirs en wandelpaden met machetes een weg moet banen door de omhoog geschoten gewassen, doornstruiken en precies in het oog zwiepende takken. Nee. Bewandelbaar zullen de routes wel moeten blijven. Al was het alleen maar om onze kinderen naar de creche te kunnen brengen en naar de boekwinkel te lopen om tijdschriften aan te schaffen waarin staat hoe mooi de natuur is.
Maar er moet toch een gulden middenweg te vinden zijn tussen een ondoordringbaar oerwoud en een stenen vlakte waar het struikelen over een tegel die en paar centimeter boven het trottoirdek uitsteekt al een reden is om de gemeente voor de rechter te slepen. Ik bedoel: dat we in een auto niet meer weten welke fly-over via wat voor in- en afritten waar naar toe leidt, is nog tot daraantoe. Daar is enig overheidsingrijpen in de vorm van richtingborden nog wel begrijpelijk. Maar als we gewoon lopen in onze eigen buurt kunnen we zelf toch nog wel zien waar we onze voeten neerzetten? Daar is toch geen gemeente voor nodig?

Ik stel daarom het volgende voor:
Iedere Hagenaar krijgt een fikse korting op de reinigingsrechten. In ruil daarvoor krijgt men de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het kleine stukje stoep voor het eigen huis. Flatbewoners en appartementseigenaren zijn collectief verantwoordelijk voor de voetpaden rondom hun gebouw. Zij zullen in bewonersvergaderingen hun gezamenlijk beleid ter zake dienen uit te stippelen. De enige spelregel zal zijn: passanten zullen zich op een normale wijze moeten kunnen verplaatsen over het terrein zonder zijsprongen, gymnastische toeren, takken in de ogen en wat dies meer zij. En zo zal er, gaandeweg, om het zo maar eens even uit te drukken, in Den Haag een fantastisch netwerk aan voetpaden ontstaan. Een diversiteit aan wandelaarstracee’s. Zó loopt men op een slingerend, klein zandpaadje temidden van bamboe en waringins, dàn weer even op gewone stoeptegels, om vervolgens de weg te vervolgen op een loopbruggetje over een klein bloembollenveld van een paar vierkante meter. Een geplet grasspoor tussen een mini-boomgaardje wordt aldra afgewisseld door een paar prachtige stepping-stones tussen de heidestruiken en, kijk toch eens wat leuk, even verderop heeft men ons pad voorzien van een soort railinkje om te voorkomen dat we in het prachtige vijvertje ernaast vallen.
Tegemoetkomend aan de diversiteit van het individu, met waardering voor het eigene zonder het collectieve belang te verwaarlozen, zal men in Den Haag kunnen wandelen als in geen andere stad. Eindelijk zal Den Haag dan toch nog op de internationale kaart komen. Niet dankzij de inspanningen van de daarvoor betaalde wethouder Huffnagels. Maar door de onbezoldigde betrokkenheid van alle inwoners zelf.

Oké. Goed. Nog een regeltje dan. Bij iedereen, die zich níet aan de afspraak houd dat voorbijgangers op een normale manier over het stoepje voor het huis kunnen lopen, zal datzelfde stukje stoep op kosten van de bewoner zonder enige discussie of respijt geheel geasfalteerd worden. Vanaf de trottoirband tot het hekje van de voortuin. Datzelfde geldt bij flat- en appartementencollectieven die niet tot een gezamelijk aanpak kunnen komen waar het de inrichting van het wandelgebiedje rond hun gezamenlijke gebouw betreft.
Als we het zo nou eens zouden aanpakken, dames en heren. De uitdrukking: Je eigen straatje schoonhouden krijgt op deze manier weer een geheel eigen, nieuwe betekenis.

En verder kan ik u verzekeren, dat als we het inderdaad zo gaan doen, dat dan vrijwel alle stoepen, trottoirs en wandelpaden in Den Haag binnen de kortste keren geheel geasfalteerd zijn.
En dan zijn we tenminste ook af van de vraag of, en zo ja met welk gif, we onze trottoirs dienen te behandelen.
Geplaatst op: Woensdag 17 oktober 2007 om 13:44 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld