|
Onze randstad in 2040
Schreef ik vorige week een verslag over de dorpraadsvergadering in een klein gehucht in Zuid-Beveland van 500 inwoners, deze week gaat het over het andere uiterste: een conferentie in Rotterdam over hoe de Randstad er, met 5 miljoen inwoners, in het jaar 2040 uit zou moeten zien.
Ik was daar, als belangstellende burger (via een enquete) uitgenodigd door het ministerie van Vrom. De conferentie werd, naast een handjevol burgers zoals ik, bezocht door tenminste 300 topambtenaren en minister Jacqeline Cramer. Onze eigen Haagse wethouder Marnix Norder stond ook op de genodigdenlijst maar schitterde door afwezigheid. De conferentie begon, net zoals de dorpsraad in Zuid-Beveland, met koffie. Maar daarmee hield de gelijkenis wel op. Tijdens de inleidende speeches ging het in Rotterdam al gauw over het functioneren van ‘de maximale kwaliteit in de Randstad’. Over de noodzaak van het bouwen van één miljoen extra woningen in de Randstad in de komende 30 jaar (!). Over het realiseren van ‘consistentie en de gewenste kwaliteit op de lange termijn’. Over ‘gebiedsautoriteiten die de uitdaging van de centrale regie aan zouden kunnen’. Over het bouwen langs de randen van de landschappen. (Dat heette daar niet ‘knabbelen aan het groen’ maar de ‘bebouwing laten opgaan in het groen’). Over stadsuitbreidingen die over ‘polderlandschappen heen springen’. Over het model van de Gelderse vallei, dat hier in de Randstad ook zo mooi van toepassing zou kunnen zijn. Wat de burgers kwamen doen was niet geheel duidelijk want er lag een metershoge stapel nota’s van ambtelijke instellingen die zich allemaal al jarenlang van te voren beroepshalve hadden bezig gehouden met de Randstad in 2040. Die nota’s heetten: ‘Uitvoeringsalliantie Metropolitane Parken in de Randstad’ (LNV). ‘Naar een duurzame en economische topregio’ (Vrom). ‘Contouren van een visie worden zichtbaar’. ‘Zuinig op de Randstad’ (SER). ‘Verbinden en verknopen’ (Vromraad). ‘Benchmark Randstad Leefomgeving’ (TNO). Wat een poeha. Wat een aanmatigend geneuzel. Wat een wollige niksigheid. Ik zat in de workshop ‘Groen en Blauw’. Die ging vooral over het Groene Hart. Er waren stellingen op de powerpoint. ‘We moeten grote Metropolitane Parken aanleggen’. ‘De Olympische Spelen moeten in het Groene Hart worden gehouden’. Steeds als je het er mee eens was moest je aan de ene kant van de zaal gaan zitten. En als je het oneens was aan de andere kant. Soms mocht je ook wat zeggen. Ik zei, dat ik graag rustig zou willen blijven fietsen in het Groene Hart. Maar de voorgekookte conclusie drong zich aldra op. Het Groene Hart moest worden ontsloten. En zo snel mogelijk. Op kosten van private partijen. Letterlijk stond er in een rapport van het minsterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: ‘Bij de aanleg van de Metropolitane Parken in de Randstad kiest het ministerie voor een creatieve, innovatieve lijn en vraagt iemand als Joop van de Ende. Deze man inspireert, heeft invloed, is kapitaalkrachtig en kan inspelen op de wensen van grote groepen mensen op het gebied van genieten en parken.’ Je gelooft je ogen niet als je zoiets leest. Nog even en de ambtenarij heeft Nederland doen verworden tot één groot, innovatief, commercieel pretpark. Toen ik na afloop van de conferentie thuis kwam ging ik klappertandend van angst op mijn stoel zitten. Daar zit ik nog steeds. En dat zal tot 2040 wel zo blijven.
Geplaatst op: Vrijdag 6 juni 2008 om 18:40 uur
|
383381
bezoekers |