Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Op het bankje

Vorige maand (77) kreeg ik op mijn verjaardag van mevrouw Pasgeld een bankje om voor ons huis in het voortuintje te zetten. Opdat ik daar achter het mom van een borreltje en een krant onopvallend het wèl en wee op ons pleintje zou kunnen volgen. Als een soort geheime agent dus, die daar later verslag over moet uitbrengen aan de geheime dienst.
Nou, ik kan u nù alvast verklappen dat er van ‘wèl’ op ons pleintje overvloedig sprake is. En gelukkig nauwelijks of niet van ‘wee’.

Vermeldenswaard is ongetwijfeld het aantal begroetingen, knikjes en bewijzen van oogkontakt die ik daar, zittend op dat bankje mocht ontvangen van passerende wandelaars, fietsers en zelfs automobilisten. Mensen die ik helemaal nog nooit gezien had zeiden zomaar spontaan ‘Hallo!’ of ‘Goedenmiddag’ tijdens het passeren. Een statistische benadering zou het aantal begroetingen van wandelaars zeker op 90% vaststellen. Bij fietsers is dat een kleine 70%. Wielrenners groeten vrijwel nooit.
Want een groet
doet de snelheid geen goed.
Het aantal toeknikkende of de hand opstekende inzittenden in auto’s schat ik op zo’n 40%. Een schatting, omdat ik vanwege de vaart niet altijd konden zien of er van een werkelijke groet sprake was.

Ongeveer 6% van de passanten stopt om wat te vragen. Waar de geldautomaat in ons dorp staat, bijvoorbeeld. Of waar ze hier kunnen tanken.
Dan moet ik ze helaas teleurstellen. Dat kan allemaal niet in ons dorp.
Soms vraagt een fietser, automobilist of voetganger of hij of zij even van ons toilet gebruik mag maken. Vóór de Corona-episode mocht dat natuurlijk altijd. Nu even niet.

Soms groet iemand me in het voorbijgaan met een motoriek waaruit zonneklaar blijkt dat hij of zij me kent. Maar dan herken ik de voorbijganger zelf niet. In zo’n geval groet ik altijd terug met dezelfde ‘dag ik herken jou ook’-motoriek. Maar in het geval van echte, wederzijdse herkenning mondt een dergelijke ontmoeting niet zelden uit in een wat hartelijker begroeting, vaak in een praatje en enkele keer zelfs in een uitnodiging om in onze achtertuin het praatje onder het genot van een kopje koffie of een borrel te komen voortzetten.
Bij fietsers ligt dat wat lastiger. Want die hebben op zijn minst een ander doel dan bij Pasgeld even wat te komen leuteren over de toestand in de wereld in het algemeen en die in Nisse in het bijzonder.

Naast al dat langslopen, langsfietsen en langsrijden gebeurt er op het plein verderop op enige afstand af en toe natuurlijk ook het een en ander. Zo heeft iemand een doos met boeken neergezet in de muziektent. Voorbijgangers mogen daar uit pakken wat ze willen. Zonder betalen.
Verder telt ons plein rond de vijver tegenwoordig zo’n 17 eenden, die hun uiterste best doen zich te vermenigvuldigen. Auto’s, reigers, katten en ander onheil zetten een duidelijke rem op deze uitbreiding. Ook daarvan mag ik getuige zijn.

Zo zit ik op mijn bankje in de voortuin. Als getuige van tijdelijke harmonie, van rust, van dierlijke voortplantingsdriften en van de menselijke behoefte weer eens op te stappen om de wereld even verderop te verkennen.
 
Geplaatst op: Donderdag 18 juni 2020 om 07:48 uur
1764310
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld