Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Op weg met Truus en mevrouw Pasgeld

(Uit Haags Nieuwsblad van 11 mei 2007)

Vanwege een of andere reden moesten mevrouw Pasgeld en ik naar Nisse. Dat ligt in Zeeland in de zak van Zuid-Beveland. Mevrouw Pasgeld had in haar pas verworven TomTom, die we Truus hebben gedoopt, het woord ‘Nisse’ en ‘Dorpsplein’ ingetikt.
En ja hoor, we zitten nog niet in de auto of daar begint Truus al in mijn oor te tetteren.
‘Ik kan heus de weg zelf wel vinden, hoor’, zeg ik tegen Truus. ‘Gewoon even van te voren op de kaart te kijken hoe je moet rijden.’ Maar zoals een heleboel andere vrouwen blijkt ook Truus nauwelijks ontvankelijk voor rationele argumenten als het gaat om het verwerven van geografisch inzicht. Ze blijft maar aanwijzingen roepen. En ik ben toch al zo gevoelig voor op- en aanmerkingen als ik ergens mee bezig ben. Ter hoogte van Bergen op Zoom ben ik helemaal ibbel.
‘Stel je toch niet aan’, doet mevrouw Pasgeld ook nog eens een duit in het zakje. ‘Een Truus in je auto is tegenwoordig heel gewoon. Iedereen vindt het makkelijk.’
‘Ja’, zeg ik. ‘En vanwege al die gemakzucht verdwijnt het ene na het andere vermogen om de beproevingen van het leven op een natuurlijke manier het hoofd te bieden.’
‘Na 150 meter rechtsaf’, zegt Truus.

Even boven Goes, ter hoogte van Wilhelminadorp ontspint zich de volgende discussie:
Truus: ‘Over 300 meter linksaf.’
Ik: ‘Helemaal niet! Echt niet! Dat is niet goed. Dat is de hele verkeerde kant op!’
Mevrouw Pasgeld: ‘Ga nou maar linksaf. Ze zal het heus wel weten.’
Ik: ‘Nee. Nee. En nog eens nee. Dat druist volstrekt in tegen mijn richtinggevoel. Ik ga gewoon rechtdoor. En dan bij de volgende rechtsaf.’
Mevrouw Pasgeld: ‘Soms weet Truus een kortere weg waarvoor je eerst even wat moet omrijden.’
Truus: ‘Linksafslaan’.
Op het laatste moment schiet het me te binnen dat ik soms een vreselijk eigenwijs stuk vreten kan zijn. Dus doe ik wat me wordt gezegd en sla linksaf.
Na 100 meter zegt Truus: ‘Maak een u-bocht waar dat mogelijk is en rij terug.’
Ik: ‘Zie je wel! Dat rotwijf! Had ik nou toch maar naar mezelf geluisterd!’
Mevrouw Pasgeld: ‘Nou, nou. Iemand kan zich toch vergissen. Gedraag je toch eens wat toleranter.’
Ik: ‘Nou is-ie goed zeg. Truus ìs helemaal geen mens. Nog niet eens een minderheidsgroep. Moet ik daar nou ook al tolerantie voor opbrengen? Ik word zo langzamerhand niet goed van deze maatschappij!’
Truus: ‘Bij de volgende kruising linksaf.’

En zo rijden we op de weg, waar ik zonder Truus al veel eerder had kunnen rijden. En dan heb ik het nog niet eens over mijn eigen, gratis gezonde verstand en over die 450 euro die we voor Truus hebben moeten neertellen.

Opvallend in het hele voorval was trouwens wel, dat mevrouw Pasgeld zich op de een of andere manier nogal solidair betoonde met Truus. Het lijkt me tekenend voor de huidige maatschappij. Mensen die de weg kwijt zijn zoeken steun bij elkaar.
Ook al zijn het automaten.


Geplaatst op: Vrijdag 11 mei 2007 om 07:59 uur
254480
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld