Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Op zoek naar consent

Na urenlange onderhandelingen bereikten mevrouw Pasgeld en ik eindelijk consent over de aard en de inhoud van de escapades die wij voornemens waren die avond in de bedstee te ondernemen.
Restte nog een laatste consenthobbel over de tijdsduur waarin een en ander zou plaatsvinden. Mevrouw Pasgeld meende, dat alles zich wel binnen een kwartier zou kunnen voltrekken. Terwijl ik, wat ouder dan mevrouw Pasgeld, het zekere voor het onzekere wilde nemen en een half uur opeiste.

In de dagen daarvoor hadden we kennis genomen van diverse krantenartikelen waarin het woord ‘consent’ aan een ware wildgroei onderhevig bleek. Alles wat de klok sloeg was ‘consent’. Consent dit en consent dat.
We zochten het op.

Consent (1): een halve stuiver per florijn belasting bij de verkoop van onroerend goed.
Consent (2): bewilliging, verlof, in een toestand toestemmen.
Consent (3): toestand waarin geen beargumenteerde bezwaren bestaan.
Consent (4): visvergunning voor beroepsvissers.
Consent (5): overeenstemming van gevoelens.

Tijdens onze beraadslagingen over vorm waarin onze cohabitatie zou plaats vinden besloten we het op het laatste te houden. En nu restte ons, zoals gezegd, nog een laatste hobbel omtrent de tijdsduur.

Mevrouw Pasgeld: ‘Ik ben geen subject met duidelijk afgebakende verlangens maar meer een verwarrende orkaan. Een fenomeen met een onbegrensde kern, bestaande uit miljoenen tintelende deeltjes. En ontelbare, gelijktijdige bewegingen! Dat alles lukt me dus wel binnen een kwartiertje.’

Ik: ‘Ik zou graag weer lijf willen worden in een uitwisseling van zweet en sap. Tot we niet goed meer weten waar we zijn, en hoeveel uren er verstreken zijn. Ik wil nauwelijks nog bestaan en tegelijkertijd heel heftig bestaan. De grenzen tussen ons moeten poreus worden. Ik wil niet meer goed weten wie wie is en wie wat wil. Daar heb ik toch minstens een half uur voor nodig, zou ik zeggen.’

We kwamen er niet uit. En lazen de krant er dus maar weer eens op na.
In de NRC van 11 november stond iets over de in quadranten opgesplitste interakties ‘geven’, ‘ontvangen’, ‘toestaan’en ‘nemen’. En dat de meeste mensen zich bij één specifiek quadrant niet op hun gemak voelen.
‘Zie je wel. Dat heb ik nou ook’, bracht ik in het midden. ‘In mijn rol van alléén maar gever vindt ik, dat ik je na een geslaagde cohabitatie moet belonen door luidkeels te kreunen. Terwijl ik me in mijn rol van ontvanger, na afloop alleen maar wil omdraaien en in slaap vallen.
Een half uurtje dus, als ik je niet ontrief.’
‘Stel je niet aan’, antwoordde mevrouw Pasgeld. ‘Je geeft op die manier je totale machtsdynamiek veel te veel kans. Je probeert zo mijn hele dopaminerespons te hijacken. Een kwartier. Geen minuut langer.’

En zo stonden we urenlang tevergeefs aan het consentwiel te draaien. Doodmoe waren we ervan. Uiteindelijk zeiden we elkaar onverrichter zake welterusten en vielen in slaap zonder ‘de grenzen van het elkaar verrassen of overdonderen’ te hebben overschreden.
Want voor een gezonde slaap, gewoon naast elkaar in eenzelfde bed, heb je tot op heden gelukkig nog geen consent nodig.
 
Geplaatst op: Donderdag 23 november 2017 om 08:09 uur
1308683
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld