|
Over de moeite die we doen om ons moeite te besparen
(Oorspronkelijk verschenen in ‘Branding’, het Haagse tijdschrift voor natuur en milieu.)
Energie. En nou kan het me even niet schelen of die energie komt uit kolen, olie, gas, wind, zon, biomassa, golfslag of warmtepompen. Maar hoe dan ook: energie is bedoeld om ons het leven gemakkelijker te maken. Om ons lichamelijke inspanning te besparen. Want lichamelijke inspanning, daar moeten we niks van hebben. Ja. We sporten, we fitnessen, we joggen als halve garen. Maar voor een beetje normale lichamelijke inspanning zoals de was doen, je verplaatsen, het gazon maaien, een boom omzagen, een gaatje in de muur boren, een brief schrijven of met elkaar praten hebben we tegenwoordig energie nodig van buiten het lichaam. Externe energie. Alleen je neus snuiten en aan je kont krabben. Dat doen we nog met mankracht. Hoewel. Vandaag of morgen zal de automatische kontkrabber met drie versnellingen en zestien hulpstukken wel op de markt komen. En je neus snuiten? Dat doen we toch met papieren zakdoekjes? En hoe zijn die zakdoekjes gemaakt? Kwam daar geen externe energie bij kijken? Zelfs onze neus snuiten doen we niet meer uitsluitend met mankracht. Vroeger wel. Dan hield je je vinger tegen je ene neusgat en ademde met je mond dicht eens flink door je andere neusgat boven de straatkeien en fledder, daar ging je snot. Dat kostte niks. En het was nog gezonder ook. Kijk, en daar wil ik het nou even over hebben. Om duidelijk te maken wat ik bedoel neem ik als voorbeeld: de wasmachine. Eerst deden we de was met menskracht. Toen gingen we wasmachines maken. Om een wasmachine te maken hebben we ijzer nodig dat met externe energie uit de grond moet worden gehaald, met externe energie moet worden vervoerd, gewalst, geknipt, en gelast. Verder hebben we onderdelen van andere materialen nodig die eveneens met externe energie moeten worden gemaakt, vervoerd, gemodelleerd, en gemonteerd. En dat gebeurt allemaal door mensen die elkaar met externe energie aanwijzingen geven door telefoons. Hun neus snuiten in papieren zakdoekjes. Die zich in werkkleding hullen die met externe energie is gemaakt. Die met externe energie naar hun werk gaan. En zo weet ik nog wel drie columns te vullen. En tenslotte moeten al die wasmaschines, als ze eenmaal klaar zijn, eerst met externe energie naar de winkels en daarna met externe energie naar het wasmachinehok bij je thuis worden vervoerd. En als je denkt dat het daarmee klaar is heb je het mis want dan moet je ook de stekker van die wasmachine nog in het stopkontakt doen. Want zonder externe energie doet-ie het niet. En dan zouden we bijna nog vergeten om mopperend, hijgend en zwetend de was erin te doen. Maar dat telt niet mee. Want dat doen we op eigen kracht. En dat is geen externe energie. Maar al het voorgaande was toch echt bedoeld om het leven er gemakkelijker op te maken. U voelde het al aankomen. En daar komt het dan: de wet van Pasgeld: De energie om de wasmachine te maken, ter plaatse te krijgen en te laten draaien noemen we Ee (Energie extern). De energie om de was zonder wasmachine op eigen kracht te doen noemen we Em (Energie menskracht). En kijk eens aan: Em =Ee. Op z’n minst. Maar waarschijnlijker is Em < Ee. Voor de wat minder wetenschappelijk geschoolden: de moeite die we doen om ons moeite te besparen is tegenwoordig groter dan de moeite die we zouden moeten doen om de dingen gewoon zelf te doen. Ziet u de gevolgen van deze wet voor u? Beelden van zingende deernen en jonge adonissen aan de rivieroever die hun eigen ondergoed wassen en daarna in een zonovergoten landschap te drogen leggen op de bleek? En dan heb ik het er nog niet eens over dat ik zestig jaar geleden van mijn moeder twee keer in de week een schone onderbroek kreeg en dat dat heel best ging. En dat ik tegenwoordig ieder ochtend een schone onderbroek aanmoet alleen maar omdat de wasmachine is uitgevonden om ons het leven gemakkelijker te maker. En dan hebben we het alleen nog maar over het wassen van onze kleren. Maar eigenlijk is het met alles zo. We spannen ons zo verschrikkelijk in om ons niet te hoeven inspannen, dat we ons daardoor nog meer gaan inspannen. Resultaat: een overspannen, vervuilde wereld vol meesters en knechten. Kom. Ik ga nog maar eens met een grassprietje in mijn mond op mijn rug in het weiland naar de voorbijglijdende wolken liggen kijken. Over een uurtje is mijn ondergoed droog.
Geplaatst op: Donderdag 23 juli 2009 om 22:31 uur
|
384201
bezoekers |