Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Over gewone, rustige mensen

Ongeveer een maand geleden beschreef ik een droom in ‘De Leunstoel’, het orgaan van het Haagse Genootschap voor Rustige Mensen. Ik had namelijk gedroomd, dat drie agenten mij vroegen of ik mij kon legitimeren. En dat ik antwoordde: ‘Doet u dat eerst maar eens zelf. Want iedereen in zo’n apenpakkie kan wel zeggen dat-ie bij de politie is’. Waarop de agenten, die ik in de oplopende woordenwisseling ook nog eens beschreven had als ‘de neefjes Kwik, Kwek en Kwak’, mij mee naar het bureau namen. Waarna ik tenslotte moest voorkomen en aan de rechter vroeg of hij zich kon legitimeren. ‘Want iedereen in zo’n apenpakkie kon wel zeggen, dat-ie rechter was’.

Een lezer reageerde met de opmerking dat ik mezelf (als een dikke aap) maar eens een apenpakkie aan moest trekken. Waarop ik hem vroeg waarom.
Daarop schreef hij: ‘Ik denk, dat ik het zomaar beledigen en kleineren van agenten die gewoon hun werk doen, ongepast vind. Zelfs in een (wens)droom’.

Tja. Daar moest ik echt wat langer over nadenken dan over de gemiddelde reacties die ik doorgaans op mijn schrijfsels mag ontvangen.
Uiteindelijk kwam ik tot de volgende conclusie:
Mijn anti-autoritair getinte droom kwam waarschijnlijk voort uit het idee van fatsoen, dat ik van huisuit had meegekregen. Ik heb namelijk geleerd, dat als je de naam van iemand wilt weten, je je altijd éérst zèlf moet voorstellen en daarna beleefd moet vragen: ‘En wie bent u, als ik vragen mag?’.
Die agenten in mijn droom hanteerden hun macht. Terwijl je met gezag de samenleving en de vooruitgang uiteindelijk veel méér dient.
Die agenten hadden (als gezagshandhavers) bijvoorbeeld dus eigenlijk veel beter kunnen zeggen:’
‘Meneer. Mag ik me even voorstellen? Ik ben Janus Pietersen. En zoals u aan mijn kleding kunt zien werk ik bij de politie. Op dit moment ben ik aan het werk en dat werk schrijft me voor, dat ik op allerlei zaken moet letten, teneinde de veiligheid in de samenleving te handhaven en te verbeteren. Ik zie, dat u zich op dit moment gedraagt op een wijze, die wellicht niet geheel strookt met het waarborgen van die veiligheid. Zou u ons misschien willen voorzien van uw naam? Of van een papiertje waaruit die naam blijkt?’

Nou ja. Ik overdrijf natuurlijk vreselijk. Maar íets beleefder hadden die agenten toch wel kunnen zijn.
Want het gaat hier in feite om het verschil tussen macht en gezag. Macht eigenen sommige mensen (dus ook agenten) zich toe nadat ze ermee bekleed zijn. Want met macht kan je andere mensen uiteindelijk altijd laten doen wat ze zèlf eigenlijk niet willen.
Terwijl je je gezag íedere keer opnieuw moet waarmaken. En in iedere situatie opnieuw moet verdienen.
Vandaar dat Donald Trump, Alexander Loekasjenko en Vladimir Poetin altijd voor macht in plaats van gezag kiezen. En zich bedienen van de diensten van de oproerpolitie en soldaten die allemaal ook voor macht in plaats van voor gezag kiezen. Macht oogt imposanter, macht is makkelijker en macht kost minder tijd dan de uitoefening van gezag. En…. macht gaat altijd ten koste van een ander.
Maar bij de uitoefening van gezag moet je steeds van tevoren uitleggen, wie je eigenlijk zèlf bent. Dat je, als het puntje bij paaltje komt, eigenlijk maar heel gewoon bent en als gewoon mens eigenlijk ook alleen maar heel gewoon je werk doet omdat ìemand dat moet doen. Om zo je gezag iedere keer opnieuw te verdíenen.
Ook al is dat in een apenpakkie


 
Geplaatst op: Donderdag 17 september 2020 om 08:14 uur
1845135
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld