Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Over het strijken van overhemden

Het heeft ruim een halve eeuw geduurd, maar het is er dan toch van gekomen: ik heb gisteren voor het eerst van mijn leven mijn eigen overhemden gestreken.
Aan de ene kant vervult het me met trots. Eindelijk heb ik iets gedaan waar ik altijd te beroerd voor was.  Aan de andere kant heb ik het idee, dat er met dat strijken van die overhemden iets definitief verloren is gegaan. Want heeft God de wereld niet zo ingericht, dat uitsluitend vrouwen de overhemden van mannen kunnen en moeten strijken?

Ik doe nu zonder mopperen de boodschappen. Ik zuig stof. Ik kook af en toe voor mezelf en weet zelfs hoe de knoppen van de wasmaschine en de droger werken. Even afgezien van het werpen van kinderen, verricht ik dus alle handelingen die nog geen halve eeuw geleden als typisch vrouwelijk werden gekenschetst. Maar als ik dan met mijn pantoffels aan bij het haardvuur de krant las, en mevrouw Pasgeld was bezig met het strijken van mijn overhemden terwijl ze naar de tv keek, had ik toch nog het idee, dat ik op een masculien bolwerkje zat. Begrijpt u wel? Een buitengewoon klein, bolwerkje weliswaar, dat meer blank stond dan dat je er droog op bleef. Maar toch.

En nu is zelfs dat bolwerkje verdwenen. Ik heb niks meer om trots op te zijn. Als man dan, welteverstaan. Waarin moet ik me nu als man in godsnaam nog in onderscheiden? Ja. Als het op vechten aankomt, win ik het waarschijnlijk nog wel van mevrouw Pasgeld. Hoewel ik dat tegenwoordig ook al betwijfel. En waar het geld verdienen betreft, delf ik tegenwoordig met mijn pensioentje hoe dan ook het onderspit.

Waarom ging ik dan in godsnaam strijken?

Dat kwam zo. Mevrouw Pasgeld had het op zeker moment vreselijk druk met haar werk. De tijd, dat ze voor haar werk niet uithuizig was, zat ze wel achter haar lap-top. De berg vuile overhemden werd er niet kleiner op. Totdat ik op zeker moment mijn laatste overhemd in de wasmand deponeerde. En dan kan je de volgende dag wel net doen alsof je naar de golbaan gaat en een polo aandoen maar ook het stapeltje polo’s in de linnenkast slinkt op den duur. Dus dat was ook de oplossing niet.
‘Weet je wat’, zei ik dus tegen mevrouw Pasgeld. ‘Als ìk nou eens mijn overhemden ging strijken.’

We kennen elkaar nu bijna veertig jaar. Maar nog nooit was ze zo ontdaan. Het duurde wel een volle minuut voordat ze een woord uitbracht. ‘D..d..dat lijkt me een goed idee’, zei ze. ‘Dat komt eigenlijk heel goed uit. Want ik heb het nogal druk’.
‘Die indruk kreeg ik al’, zei ik. Maar ik wist zeker, dat mevrouw Pasgeld die overhemden heus wel zelf gestreken zou hebben als ik het niet aangeboden had. Want mevrouw Pasgeld heeft een plichtsbesef waar ze soms zelf niet goed van wordt.

Het uitklappen van de strijkplank leverde geen probleem op. Dat er tegenwoordig water in een strijkbout moet, wist ik niet maar mevrouw Pasgeld hielp me uit de droom. Ook legde ze de volgorde uit. Kraag, rechter voorpand (even goed tussen de knoopjes), achterpand en linkervoorpand (even goed over de knoopsgaten). Dan het schouderpand. En tenslotte de mouwen, zowel de ene als de andere kant. Fluitend toog ik aan het werk.

Eigenlijk al direct begonnen de problemen. Ik streek er meer vouwen ìn dan uít. En geloof me, ìngestreken vouwen krijg je er bijna niet meer uit. Bij  het schouderpand aangekomen was ik de instructies vergeten en moest ik mevrouw Pasgeld bij haar werk storen om ze me weer in te prenten. En jezusmina, hoe kon je nou weten, dat er aan de andere kant van de mouw geen vouwen zaten als je de bovenkant streek. Ik deed drie uur over elf overhemden. Halverwege moest ik even liggen.

En wat ik zo lief vond van mevrouw Pasgeld was, dat ze de overhemden niet direct controleerde toen ik ze weghing in de linnenkast in de slaapkamer. Dat deed ze pas toen ik in de badkamer de wasmachine aanzette voor de volgende berg vuile overhemden.
Geplaatst op: Vrijdag 29 november 2013 om 10:13 uur
1793457
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld