|
Over hoe je moet omgaan met politici
(Vanwege de zomervakantie deze week een inleiding die ik begin dit jaar voor scholieren van klas 5 en 6VWO van het Atlas college in Rijswijk hield, waarin ik ze probeerde voor te bereiden op een debat met een aantal plaatstelijke wethouders)
Regel 1: Vertrouw politici nooit. Nooit en te nimmer. Het kunnen hele aardige mensen zijn. Meestal zijn ze ook gezellig in de omgang. Ze tonen belangstelling. Ze vragen geïnteresseerd naar je moeilijkheden. Ze zijn over het algemeen beleefd, hoewel ze je niet vaak laten uitspreken. Kortom: politici lijken erg op gewone mensen. En als je niet weet dat je met een politicus te maken hebt is het moeilijk ze van je gewone kennissen en vrienden te onderscheiden. Maar als je eenmaal weet, dat je met een politicus te maken hebt is het eerste wat je te binnen dient te schieten: vertrouw ze nooit! Vandaag zeggen ze dit. Morgen weer dat. Vandaag beloven ze je met de hand op het hart dat het allemaal wel meevalt, morgen blijkt het toch op een ramp te zijn uitgelopen. Vandaag maken ze je bang met zure regen, terroristen, stijgende zeespiegels, nieuwe ziektes, jonge Marokkanen en meer van de meest fantastische onzin. Morgen blijkt er ineens helemaal niks meer aan de hand te zijn. In de meeste gevallen kan je er dan ook rustig van uit gaan dat het niet waar is wat een politicus zegt. Regel 2: Hoe herken je een politicus. We hadden het er al even over. Een politicus laat zich vaak herkennen doordat hij of zij je niet laat uitspreken. En dat komt omdat een politicus denkt dat-ie het beter weet dan jij. Jij hebt je immers niet verdiept in het probleem terwijl de politicus graag de indruk wil wekken dat hij datzelfde probleem al maandenlang onafgebroken, van zes uur ’s ochtends tot drie uur ’s nachts aan het bestuderen is geweest. Kortom: Hij luistert wel even naar je. Maar voordat je bent uitgesproken valt hij je al in de rede om je op die manier te laten weten dat jij erg dom bent en hij heel slim. Een ander hulpmiddel om een politicus van een gewoon mens te onderscheiden is goed te luisteren of hij beloftes doet. Politici doen namelijk altijd beloftes. Tja. Anders zouden het geen politici zijn. Ze doen beloftes om zich waar te maken. Dan beloven ze weer dit en dan weer dat. Maar altijd beloven ze dat het later beter zal worden. De luchtkwaliteit. De verkeersdrukte. Het gevoel van onveiligheid. En als het dan eenmaal later is, dan is het zo erg geworden dat iedereen al weer vergeten is dat die politicus had gezegd dat het beter zou worden. Of dan is die politicus inmiddels opgestapt en zit samen met zijn vriend of vriendin ergens waar nog helemaal geen sprake is van vieze lucht, van druk verkeer of van criminaliteit op het terras van zijn luxe villa heerlijk een biertje te drinken. Het spreekwoord zegt het al: Veel beloven en weinig geven doet een gek in vreugde leven. Politici staan bekend om het geven van beloften. En jij bent die gek die er iedere keer weer intrapt. En de volgende keer weer. En de daaropvolgende keer ook weer. Een ander belangrijk kenmerk van politici is, dat ze vage taal gebruiken. Of juist erg ingewikkelde taal. Soms ook gebruiken ze hele mooie woorden voor hun eigen fouten. Als ze een ongelooflijk stomme blunder hebben gemaakt zeggen ze doodleuk: Dat verdiende de schoonheidsprijs niet’. En als ze hebben gelogen dat het gedrukt staat, en dat komt uit, dan zeggen ze: ‘Ach ja, dat was misschien een beetje bezijden de waarheid’. Een knallende ruzie noemen ze ‘een aanvaring’. En als ze het ergens helemaal niet mee eens zijn zeggen ze: ‘Ik zie dat net een tikkie anders’. Waarom gebruiken politici dat soort taal? Daar zijn verschillende redenen voor al naar gelang het henzelf uitkomt. Als ze ingewikkelde taal gebruiken doen ze dat vrijwel altijd om te verstoppen dat ze er zelf niks van weten. (Tussen haakjes: als iets niet in eenvoudige taal kan worden gezegd is het ook niet de moeite waard om het te weten). Als ze vage taal gebruiken dan is er weer iets anders aan de hand. Dan is het vrijwel altijd zo dat ze iets weten wat jij nog niet mag weten. Dat er bijvoorbeeld plannen zijn om scholieren te dwingen om vanwege de lichaamsbeweging naar school te lopen, inplaats van op de fiets of op de scooter te gaan. Of dat ze van plan zijn een nieuwe Amerikaanse oorlog met het een of andere land te gaan steunen. Dat soort dingen. Die jij en ik nog niet mogen weten omdat anders, als dat te vroeg in de krant komt bijvoorbeeld, hun plannetjes niet doorgaan. Regel 3 Dat is de moeilijkste regel. En nu komen we zelf om de hoek kijken. Blijf doorvragen als je een politicus tegenkomt! We zagen net, dat politici over het algemeen op de vlakte blijven. Als ze al een achterste van een tong hebben, laten ze die in ieder geval niet zien. Vraag dan door. Als je bijvoorbeeld wilt weten wanneer een bepaald plan ter verbetering van de rechten van de mens in jou gemeente uitgevoerd wordt, kan dat doorvragen er zo uitzien: Wanneer wordt dat plan dan uitgevoerd? O, ergens in de nabije toekomst, zullen ze dan antwoorden. Ja. Maar wanneer precies. Ach. Dat kunnen we nu nog niet zo precies zeggen hoor. Maar wat kunt u dan nu wel zeggen? Nou, dat eraan wordt gewerkt. Maar wanneer is de uitslag van die werkzaamheden dan bekend? Dat hangt af van het standpunt van de andere partijen. Ja, alles goed en wel, maar wat is dan het standpunt van de andere partijen? Ja. Daar gaan wij natuurlijk niet over. Dat zult u aan die andere partijen moeten vragen. En kijk. Voor je het weet hebben ze je afgeleid van je oorspronkelijke vraag. Want wat wilde je ook al weer weten? O ja. Wanneer een bepaald plan kon worden uitgevoerd. En nou weet je nog niks. Doorvragen dus. Opnieuw: Wanneer zullen die plannen worden uitgevoerd? Nou. Dat zei ik toch net. Daar gaan wij niet over. En dat is dan het moment dat je kan zeggen: Ja. Maar meneer of mevrouw de politicus. Is er dan iets waar u wel over gaat? O. Jazeker. Zal de politicus dan zeggen. Want politici zijn vaak ijdele mensen die zich altijd interessanter voordoen dan ze zijn. En dan zullen ze bijvoorbeeld antwoorden: Ik ga over de besluitvorming in deze gemeente voor zover het betreft de handhaving en verbetering van de rechten van de mens. Nou. En dan kan je zeggen: Dus ik kan me tot u wenden als ik daar een vraag over heb? Jazeker! zullen ze trots antwoorden. En dan ga je weer: Wanneer zullen die plannen dan worden uitgevoerd? Doorvragen! Tot je er moe van wordt. Of liever: tot de politicus er genoeg van heeft. Dan kan hij nog altijd in zijn villa op het terras een biertje gaan drinken.
Geplaatst op: Donderdag 13 augustus 2009 om 10:11 uur
|
384199
bezoekers |