Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Over Klaas Wonderkaas, Xippel en Xappel en Joris

De vorige week had ik het over onze kippen Esmeralda en Suzanne. ‘Wat moet ik nou weer met kippen?’, schreef ik vertwijfeld over het initiatief van mevrouw Pasgeld om pluimvee te gaan houden in de achtertuin.
Daar hebben we het laatste woord trouwens nog niet over gesproken. Maar wel was het voor ons een mooie aanleiding nog eens terug te blikken op alle huisdieren die we ooit hebben gehad. Dat was nogal wat. Niet alleen qua soort en aantal. Maar vooral ook hun namen en lotgevallen. Die stonden ons nog bij als de dag van gisteren.

Zo bleek zoon Junior in zijn jeugd maar liefst zes goudvissen te hebben gehad. Harry en Ron. Arabella en Barbarella en Rocky 1 en 2. Steeds als er twee doodgingen kreeg hij twee nieuwe totdat we het opgaven.

Ook poezen hielden we in tal en last. Zeker acht passeerden in de loop der tijd niet alleen de revue maar ook onze etens- en kattenbakken. Grijs was de meest onverschokkene van allen . Die hebben we zelfs een keer, samen met ons oude konijn Louise mee naar de Biesbosch genomen op vakantie. Daar kampeerden we drie weken in de boomgaard van een boer in Drimmelen. Op de heenweg in de auto hadden we geen kind aan Grijs en Louise. Maar de terugweg hoefde van Grijs niet meer zo nodig. Want hij had het bij die boer zo naar zijn zin dat we hem daar, met tranen in de ogen voor zijn eigen bestwil achterlieten.

Louise had zich ondertussen laten bezwangeren door een ander konijn op het erf van de boerderij. Bij de konijnen af dus. Dertig dagen later beviel ze thuis, in haar hok in de keuken van zes bloterige mormels. Maar helaas. Louise bleek veel te oud voor kinderen. Ze was bijvoorbeeld vergeten, dat konijnenkinderen moeten eten en drinken. En op onze beurt wisten wij weer niet hoe we dat moesten oplossen. Dat is dus slecht afgelopen.

Naar de kleuren van onze poes Zwit mag u één keer raden. En van de poezen Xippel en Xappel weten we eigenlijk alleen nog dat Xippel een keer van het dak gevallen is en zijn poot brak. Die poot werd door een dierenarts met succes gehecht. Maar wel heeft het arme beest nog wekenlang met een stalen pin in z’n poot moeten lopen.

Moet ik het nog hebben over onze poezen Guust, Joost en Vlok? Van Joost en Vlok staat me trouwens nauwelijks meer iets bij. Maar Guust had een huidziekte. We moesten helemaal met hem naar Wageningen voor genezing.
Met onze kleine poes Klaas Wonderkaas is het trouwens slecht afgelopen. Die was doof. En hoorde dus die auto niet aankomen toen hij de weg overstak.

Bruintje was een cavia. Hij leidde, onder het enthousiaste bewind van Junior, een lang en gelukkig leven in een enorm hok in de achtertuin en stierf tenslotte een natuurlijke dood waarna we hem hebben bijgezet onder de braamstruiken.

Joris tenslotte was een geit. Die hield het gras in onze tuin kort. Met Joris deden we boodschappen in het winkelcentrum. Aan een touw sjokte hij geduldig achter ons aan. ‘Gut, ik dacht eerst dat het een hond was’, zeiden de mensen vaak als we langsliepen. Joris begon al om half zes ’s ochtends te mekkeren. Daar werd de hele buurt wakker van.
Buurtgenoten begonnen acties. Tegenstanders, verzameld in het comité ‘Weg met de geit’, verzamelden handtekeningen om de geit weg te krijgen. Voorstanders belden onder de noemer ‘Vooruit met de geit’ aan met hele lijsten handtekeningen van mensen die graag een geit in de buurt hadden en het gemekker op de koop toe namen.
Om escalatie te voorkomen werd Joris tenslotte een onderdak geboden in een kinderboerderij.

En nou dus weer kippen.
 
Geplaatst op: Vrijdag 10 maart 2017 om 08:23 uur
1308697
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld