Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Over onkruid, ongedierte en onmensen

De merel in mijn achtertuin trekt zich niets aan van mijn gedoe als ik het onkruid uit de borders probeer te verwijderen. Geïnteresseerd schat hij op nog geen meter afstand zijn kansen op een vette worm. Gezien mijn wanhopige gewroet in de aarde is die kans inderdaad niet gering.

Er is wel meer in de tuin dat zich niets van mij aantrekt. Het onkruid zelf bijvoorbeeld. Alles wat ik er hìer uittrek komt dáár een paar dagen later vanzelf weer tevoorschijn. Ik kan er gewoon op wachten. Vermoeid recht ik mijn rug en vraag me wanhopig af waarom de flora in mijn tuin zo nodig moet worden onderverdeeld in kruid en onkruid. Álles wat groeit en bloeit en altijd weer boeit is toch zeker mooi? Waarom mag Melde niet en Hosta wel? Waarom worden wij ontroerd door een Hortensia en onsteken wij in woede bij het aanschouwen van de geringste tekenen van leven als het gaat om de Amerikaanse Vogelkers?
Ik weet het niet. Ik weet het niet. En als ik tegenwoordig iets niet weet zoek ik het op.

Wikipedia meldt: ‘Als een plant in een tuin of een park het tè goed doet wordt zij een onkruid genoemd’. Aha. Zo zit het dus. Als iets het erg goed doet komt er teveel van en overal waar ‘te’ voor staat is niet goed. (Behalve tegoed en tevreden natuurlijk) Teveel is dus niet goed, want dat verstoort het evenwicht. Teveel van hetzelfde kruid is dus on-kruid. En zo wordt ook een teveel van dezelfde dingen aangeduid met on-dingen. Ze verstoren het evenwicht. Zo simpel is het. Onkruid en ondingen dienen met wortel en tak te worden uitgeroeid. Zoals alles waar teveel van is. Maar mooi dat dat niet opgaat voor teveel geld. Teveel geld vind men juist wel weer heel erg goed. Dat is echter een misverstand. Mensen met teveel geld zijn eigenlijk zielig, afhankelijk en hulpbehoevend en zouden omwille van het evenwicht rigoreus beroofd moeten worden.

Waar waren we ook al weer? In mijn achtertuin. De merel (het is een mannetje want hij is pikzwart en heeft een oranje snavel en gele oogringen) heeft een worm gevonden. De worm wil liever in de grond blijven. Dat zie je zo. Hij houdt zich ergens aan vast. Pas als de merel heel hard trekt zwiept het uitgerekte wormenlijf uit de grond en krult zich rond de snavel van de merel. Hoe zit het eigenlijk? Spreekt men van on-wormen als er meer dan 400 wormen in één kuub grond zitten? On-wormen? Nog nooit van gehoord. Wel van ondieren. Of, om precies te zijn: van ongedierte. Dat zijn dikwijls hele kleine dieren. Vaak zijn er daar zoveel van dat men bang is dat het evenwicht wordt verstoord. Muggen, bacterien, vlooien. Het is allemaal ongedierte. De spuit erover. Weg ermee. Maar grote dieren, daar zijn er tegenwoordig juist weer veel te weinig van. Nooit hoorden wij over een overschot aan on-olifanten of een spuitbus voor on-walvissen. Dat komt omdat we zo bang zijn voor die grote dieren dat we die, zodra we denken dat er ook maar eentje teveel van is, onmiddellijk afschieten. Hup. Weg ermee. Want stel je eens voor, dat er 6,79 miljard walvissen zouden zijn. Of 6,79 miljard tijgers. Daar moet je toch niet aan denken?

Hoe zit het eigenlijk met mensen? Er zijn tegenwoordig ontzettend veel mensen. Zes komma negenenzeventig miljard om precies te zijn. Waar je ook kijkt zitten ze. Ze lopen, kruipen, springen, liggen, staan, schreeuwen, huilen en maken vooral erg veel dingen kapot. Ze zitten in kieren, gaten en spleten. In torenflats, kantoren en winkelcentra. In trams, treinen en auto’s. Je zou er jeuk van krijgen.
Zou je kunnen stellen dat ze het evenwicht aan het verstoren zijn? Ik weet het niet. Ik weet het niet.
Dus zoek ik ‘onmens’ op in Wikipedia en lees: ‘Als een man, vrouw of kind in een stad of op het platteland het té goed doen, worden het ‘onmensen’ genoemd’.

Aha. Zo zit het dus.
Weer wat geleerd.

Het onkruid is inmiddels uit de borders verwijderd. En de merel is opgevlogen naar een onbekende bestemming.
Geplaatst op: Vrijdag 14 mei 2010 om 18:19 uur
1698325
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld