Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Over wandelen en vrije wil

(uit: Branding, orgaan van Haags Milieucentrum, juni 2006)

Kite-surfing. Bungy-jumping. Nordic-walking. Trekking. Backpacking. Off-road-biking. Rafting. God weet wat je heden ten dage van de commercie allemaal niet moet doen om het doorgaans toch al vermoeide lijf nog meer te teisteren. Maar als iemand ons vraagt wat wij het liefste doen in onze vrije tijd dan antwoorden mevrouw Pasgeld en ik ingetogen, bescheiden en ontegenzeggelijk vanuit het hart: “Wandelen.”

Want wij wandelen graag. Het heeft veel voordelen. Wandelen verhoudt zich tot de hierboven genoemde abberaties als vrijheid tot slavernij. Als men wandelen tot een kunst verheft zal men weldra beseffen dat men in het wandelen de wezenlijke vrije wil aantreft zoals die ooit in de filosofie werd bedoeld. Het is immers zo, dat men op vrijwel ieder moment van de wandeling kan kiezen links, of rechts aan te houden dan wel rechtdoor te gaan of terug te keren op de schreden. En ga me nou niet vertellen dat deze keuze uiteindelijk werd ingegeven door opvoeding, milieu of genetische erfenis. Veeleer zal die keuze in een weiland bepaald worden door een sloot die men niet van te voren had zien aankomen. Of een plank over diezelfde sloot die men dan ineens enige meters verderop ontdekt. Niet zelden zal ook een spoorbaan het vage idee dat men van een wenselijke richting heeft, doorkruisen. En hoe feestelijk is dan de ontdekking dat men, mits er geen trein aankomt natuurlijk, gewoon over de rails heen kan stappen om vervolgens aan de andere kant van het spoor onvermoede verschieten te ontdekken die ieder op hun beurt weer tot wezenlijke vrije wil leiden.

Het enige nadeel van wandelen is, dat het zo’n oubollig woord is. Wandelen. Je denkt gelijk aan lusteloze zondagen, pijnlijke voeten en schier eindeloze landerigheid. Toch zijn mevrouw Pasgeld en ik reuze blij dat het wandelen zo slecht bekend staat. Wij moeten er namelijk niet aan denken dat wandelen een gewoonte gaat worden bij de heffe des volks. Stel je voor! Nu al worden wij op onze wekelijkse wandeltochten door de polders en de duinen een enkele keer gestoord door brullende kinderen, door mensen met olijke werpstokjes waarmee ze balletjes voor hun honden wegzwiepen en door groepjes gezellig koutende mensen die, juist op het moment dat wij passeren, er ook maar weer eens flink de pas inzetten op het toch al niet zo brede wandelpad. Dit ongerief nemen wij echter op de koop toe. Want meestal zijn wij toch alleen en hebben de natuur, of wat daarvoor doorgaat in Nederland voor onszelf.

En daar wil ik het nou juist eens over over hebben. Over de natuur. Want wat is natuur? En wat is natuur in Nederland?

Natuur is een ruimtelijke omgeving waar mensen het idee krijgen dat er belangrijker zaken zijn dan die, welke de mensheid heeft verzonnen, aan het verzinnen is of ooit zal verzinnen. Natuur is iets waar je geest van kan groeien. Maar waarin je ook van honger en uitputting kan omkomen.
Natuur in Nederland is daarentegen een ruimtelijke omgeving waarin hordes ambtenaren steeds meer paaltjes met allerlei kleurtjes en knooppuntnummertjes neerzetten (‘U nadert knooppunt 358’) opdat zelfs een slechtziende op een scootmobiel nog geen drie minuten het idee kan hebben dat-ie verdwaald is. Laat staan, dat-ie per ongeluk het idee krijgt in de natuur verzeild te zijn.

En toch. Toch kan men nog naar hartelust wandelen in Nederland. Mits men over de vrije wil beschikt te beseffen dat al die bordjes echt he-le-maal nergens op slaan.
Geplaatst op: Zaterdag 9 september 2006 om 12:09 uur
254475
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld