Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Overkoepelende bramenzoekers

(Vanwege een fikse verkoudheid deze keer een column die ik ooit voor het blad Branding van het Haags Milieucentrum schreef.)

Met allebei een emmertje in de hand zoeken we bramen.De zandpaden zijn aan weerszijde rijkelijk gelardeerd met struiken vol overheerlijke, zwarte vruchten. Ik vind, dat we pas naar huis mogen als de beide emmertjes vol zijn. Maar mevrouw Pasgeld denkt daar anders over. Zij bracht haar jeugd als tuindersdochter door in het Westland. Haar houding ten aanzien van het plukken van de vruchten des velds is dus een andere dan die van mij. In bramen ziet ze weinig anders dan een noodzakelijk ingrediënt voor de jam die ze straks, als we thuis zijn zal gaan bereiden. Maar ik geniet. Ondanks de kleerscheuren die ik riskeer vanwege de alom aanwezige doornen.
Na een tijdje worden we het plukken moe en zoeken een stil plekje tussen het lover om een dutje te doen.

Maar niet voor lang. Een lange, norse man in een groen-bruin uniform schudt me wakker en houdt me een soort identiteitsbewijs voor. Verbouwereerd lees ik: Inspectoraat Overkoepelende Bramenplukkers Authoriteit (IBOA).
‘Wat waren we zojuist aan het doen’, vraagt hij bars.
‘Bramen plukken, meneer’, antwoord ik een beetje bibberig.
‘En wat voor soort emmertjes hebt u daarbij gebruikt?’, gaat hij verder.
‘Nou, gewoon, deze’, zeg ik en wijs op onze zwarte emmertjes met de naam van een bouwmarkt erop. Waarop de man de emmertjes van onder tot boven inspecteert en met zijn wijsvinger zwaait als hij zegt: Die emmertjes zijn niet goedgekeurd door het IBOA. U dient als bramenplukker te weten, dat u uitsluitend van goedgekeurde emmertjes gebruik mag maken tijdens het plukken. Bent u trouwens lid van het BPG?’
‘Bpg??’.
‘Het Bramenplukkersgenootschap. Dat is de enige, door de EU officieel erkende bramenplukorganisatie waarmee u korting krijgt op de quotumtax van de door u geplukte hoeveelheid bramen’.
‘Nnnee’, stotter ik. Waarop de man een opvouwbaar weegschaaltje uit zijn tas haalt en onze emmertjes zorgvuldig weegt.
‘Een zekere marge voor wat betreft het gewicht van deze niet erkende emmertjes in aanmerking genomen, hebt u zojuist 3245 gram bramen aan de natuur ontrukt. Gezien de thans vigerende marktprijs van van 2 euro per 125 gram staat dat gelijk aan 51,92 euro. De quotumtax bedraagt 41 procent. Dat is dan afgerond 21,29 euro waarover nog 19 procent BTW komt. Dat maakt samen 24 euro en 95 eurocent. U kunt nu kontant afrekenen of met uw pinpas. Want ik heb mobiele pin-apparatuur bij me’.
‘Maar ìk heb helemaal nìks bij me!’, roep ik wanhopig. ‘Ik heb alles thuis laten liggen! Het is mooi weer! Wie denkt er dan aan z’n jasje aan te trekken en geld in z’n binnenzak te steken als hij bramen gaat plukken? Kan ik het vanavond niet gewoon overmaken?’.
Dreigend komt de man op me af. Zijn pin-automaat wordt groter en groter, verandert van vorm en begint verdacht veel op een enorme bijl te lijken. De handen van de man, die nu druipen van het bramensap, omklemmen de bijl en zwaaien hem omhoog.
‘Help! Help!’, roep ik. ‘Help me dan toch!’.

Te laat. Suizend klieft de bijl mijn hals waardoor mijn hoofd geheel los komt van mijn romp en wegrolt tot op het stoffige zandpad waar het verandert in een enorme, overrijpe braam.
Mevrouw Pasgeld is inmiddels ook wakker geworden en doet mijn hoofd bij de bramen, die al in het emmertje liggen. Alleen het zwart van de binnenkant van het emmertje zie ik nog. En overal om me heen voel ik bobbeltjes van 3245 gram bramen om me heen. Heel hard begin ik te gillen.
‘Rustig maar, rustig maar’, zegt mevrouw Pasgeld. ‘Word maar wakker. We moeten trouwens toch weer eens op huis aan’.
 
Geplaatst op: Donderdag 24 januari 2019 om 08:55 uur
1575669
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld