Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Paraplu`s en hebzucht

Daar gaan we dan. Mijn kleinzoon Jurre (5) voorop. Ik er achteraan. Allebei onder een paraplu. Want het regent pijpestelen. Jurre is zo klein en zijn plu is zo groot, dat ik eigenlijk alleen een paraplu zie lopen. Het waait ook nog eens flink. Mijn grote zorg is dan ook dat het kereltje zomaar ineens door een windvlaag wordt opgetild en als een steeds kleiner wordend stipje tenslotte hoog in het zwerk verdwijnt. ‘Hou je plu stevig vast!’, roep ik steeds. Maar mijn waarschuwingen gaan verloren in het geraas en het gespetter.

We hebben huis en haard verlaten omdat Jurre op de tv een of ander speeltje had gezien dat hij graag wilde hebben. ‘Het kost maar twee euro, opa. En het is verkrijgbaar in de speelgoedwinkel. Kunnen we niet even gaan kijken?’ Eigenlijk ben ik niet zo enthousiast. Als het niet echt heel erg nodig is mag het van mij in de winkel blijven staan tot Sint Juttemis. Maar je bent nou eenmaal opa en twee euro is ook maar twee euro. ‘Nou laten we dan maar even gaan’, zei ik. ‘Maar we kopen het alleen als het inderdaad maar twee euro kost. Als het duurder is kopen we niks. Dan is het: nee. En dan gaan we weer met lege handen naar huis hoor’. De eerste stap is in ieder geval gezet. Pre-contractuele verplichtingen en rechtsgeldige mondelinge overeenkomsten konden in een later stadium altijd nog aan de laars worden gelapt.

Daar liepen we dus. In de regen. We bereikten de speelgoedwinkel nog juist voor de voortijdige hemelvaart van Jurre. ‘Nou. Ga maar kijken of je het kan vinden’, stelde ik Jurre voor. Ik had zelf namelijk geen idee van wat hij zocht. En het stadium van het voorwenden van interesse voor de huidige speeltjes voor 5-jarigen ben ik allang voorbij. Na een kwartier zoeken had hij het gevonden. ‘Hier staat het, opa’, riep hij verwachtingsvol vanachter een schap vol plastic rotzooi. Nadere inspectie leerde mij, dat het gewenste product 27,95 euro kostte. ‘Zevenentwintig euro vijfennegentig!’, riep ik. ‘Geen sprake van! Nee hoor. We gaan weer naar huis.’ Maar dat was duidelijk niet de bedoeling. Te duur was te duur, daar kon Jurre zich nog wel in vinden. Maar hoe zat het met de toezegging dat er een uitgave van twee euro kon worden gedaan? Nou? En er stonden genoeg dingen van twee euro in de speelgoedwinkel. Toch?
Tevergeefs bracht ik in het midden dat het hier de toezegging van een duidelijk geoormerkte uitgave betrof en dat een plastic autootje van twee euro echt de allergrootste rotzooi was van wat er op de wereld zoal aan rotzooi wordt gemaakt. Daar konden we dus niet aan beginnen. Echt niet. ‘Weet je wat?’, stelde ik voor. ‘Als we thuis zijn doen we twee euro in een potje. Telkens als je bij opa bent, en dat is iedere week op vrijdag, doen we weer twee euro in dat potje. Netzolang tot er 28 euro in dat potje zit. En dan kan je dat ding kopen.’ Ik had nog steeds geen flauw idee wat het was. En eigenlijk wilde ik het niet weten ook. Jurre vond het maar niks. Stuurs verliet hij de winkel. Buiten was de storm inmiddels aangewakkerd tot windkracht zeven. Het leek niet verantwoord Jurre een paraplu in eigen beheer te geven. ‘Kom maar dicht naast opa lopen onder mijn paraplu’, verzocht ik hem. ‘Dan blijf je droog.’

Maar niets daarvan. Teneinde zijn ongenoegen te laten blijken liep Jurre de hele weg naar huis tien meter achter me met een gezicht dat op nog slechter weer stond dan het al was. Toen we weer thuis waren was hij zo nat en koud dat hij direct in bad moest. Daar las ik hem een kosteloos sprookje voor dat ging over hoe vreselijk de hebzucht in vroeger tijden werd gestraft.

Dat alles gebeurde ruim drie maanden geleden. Sindsdien ging er iedere week een twee-euromunt in een potje. Er zit nu 28 euro in. Soms kijken we ernaar hoeveel het al is. Jurre is inmiddels allang vergeten wat hij er voor wilde kopen. Dus sparen we nog maar even door. Voor iets dat wél heel erg nodig is misschien.
Geplaatst op: Maandag 30 oktober 2006 om 10:00 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld