|
Piepen en knarsenZojuist heb ik mezelf op mijn bureaustoel genesteld om na een welverdiende vakantie in een verse column weer eens fris van de lever tekeer te gaan tegen de Haagse wethouders en hun strapatsen. Sla ze eens flink met de koppen tegen elkaar. Misschien valt er dan vanzelf wat gezond verstand uit, schrijf ik, opgetogen om mijn eigen vondst. Maar dan ineens: Piep-piep-piep. Piep-piep-piep. Ergens in huis vraagt een dwingende pieptoon mijn aandacht. Verstoord kom ik achter mijn bureau vandaan. Wat nu weer? Eerst maar eens naar het washok, waar de droger de gewoonte heeft de beeindiging van zijn taak te doen vergezellen van een pieptoon. Maar nee. Het deurtje van de droger is open en men kan niet verwachten dat het apparaat voldoende eigen initiatief heeft om mij uit mijn concentratie te halen. Ik zoek me te pletter en vind uiteindelijk tussen de kussens van de sofa een telefoon die mij met zijn gepiep duidelijk maakt, dat hij graag opgeladen wil worden. Verder maar weer met die column. ‘Neem nou zo’n wethouder Hendrikus Kool. Wat denkt-ie wel? Dat hij zich met het verzinnen van nieuwe, oppervlakkige slogans voor Den Haag voldoende van zijn taak kwijt? ‘Den Haag, Springplank Naar Europa’, riep hij laatst, in een poging wethouder Huffnagel te overtreffen in het verzinnen van baarlijke nonsens. Piep-piep-piep. Piep-piep-piep. Allemachtig. Wat nu weer? Is de telefoon weer leeg? Is de was in de droger nu droog? Of is de was in de wasmachine schoon? Ik zoek me te pletter en vind uiteindelijk in het onderste laatje van mijn bureau een fototoestel dat me met zijn piepjes spontaan wil laten weten dat z’n geheugenkaart vol is. ‘Kerel’, zeg ik tegen het fototoestel. ‘Stoor me niet. Je ziet toch dat ik bezig ben’. En druk vervolgens netzolang op alle knopjes van het toestel tot hij er het zwijgen toe doet. Nou. Ik kan niet zeggen , dat de diepgang van mijn stukje er met al die piepjes beter op wordt. Waar was ik ook al weer. O ja. Ik was aan het knarsen over Haagse wethouders. Uiterst vaardig zijn zij in het doen van flinterdunne beloftes die ze zelf heel opwindend vinden maar waarvan ze bijvoorbaat al niet van plan zijn om zich eraan te houden. Piep-piep-piep. Piep-piep-piep. Mozes –Mina. Wat nu weer! Een gang door het huis via het washok, de sofa, al mijn bureaulades, de porseleinkast, de voordeur (want ineens schoot het mij te binnen, dat het ook wel eens de bel zou kunnen zijn. Soms kondigt men zich namelijk wel eens aan door op de bel te drukken in plaats van als een zwakhoofdige voor het raam te gaan staan zwaaien) bracht mij naar de keuken. Kijk! Daar moest ik zijn. De magnetron! Die probeerde mij duidelijk te maken, dat er iets in hem zat dat hij getrouw volgens mijn instructies op de gewenste temperatuur had gebracht. De melk voor mijn Brinta! Hoe had ik het kunnen vergeten! U moet namelijk weten, dat ik mijn columns doorgaans vroeg in de ochtend schrijf. Dan ben ik nog fris en onbevangen. Dikwijls is mijn motivatie om te schrijven zo groot, dat ik alvast begin als ik de melk van mijn Brinta in de magnetron heb gezet. En dan ben ik achter mijn schrijfmachine zo in de weer, dat ik dat weer helemaal vergeet. Nou. Een volgende keer dan maar eens wat over wethouder Rabin die als presentator van het Haags Zwingfestival wethouder Huffnagel denkt te overtreffen in het verzinnen van baarlijke nonsens.
Geplaatst op: Zaterdag 25 augustus 2007 om 10:08 uur
|
254480
bezoekers |