Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Piepjes en bliepjes

Mevrouw Pasgeld heeft een nieuw wrijfdoosje gekocht. U weet wel, zo’n ding waarmee je tot overmaat van ramp ook nog kan telefoneren. Om de haverklap komt er geluid uit dat wrijfdoosje. Steeds weer wat anders. Een piepje als er een appje in zit. Een bliepje als het iets van face-book is. Een fliepje staat voor een emailbericht. En een soort hoorngeschal langs berg en dal als er echt iemand aan de telefoon is.
Mevrouw Pasgeld vind dat allemaal heel gewoon. Maar ik moet vreselijk wennen. Temeer daar het in het hele huis, naast al die herrie, ook nog eens miechelt van allerlei andere piepjes en bliepjes. Zeven keer een piepje als mijn Brinta in de magnetron op temperatuur is. Vijf keer een bliepje als de was in de droger kan worden gestopt. En drie keer als de droger de was heeft gedroogd. De baspartij in dit ensemble is voor het espressoapparaat.

Laatst ging er weer zo’n piepje. Ik keek mevrouw Pasgeld vragend aan. Want zij is bij ons het meest thuis in het land van de seintjes, signalen en vingerwijzingen. Maar ook mevrouw Pasgeld leek deze keer in het duister te tasten. Vragend keken we elkaar aan. Wat kon dat nou wezen? En weer…
Deze keer wat langer. En daarna nog eens drie keer kort achter elkaar.

En ineens schoot het me te binnen. De deurbel! Er stond iemand aan de deur!. Haastig stond ik op en opende de voordeur. Daar stonden twee fietsers. Een man en een vrouw. De vrouw moest vreselijk nodig en vroeg of ze van ons toilet gebruik mocht maken. Natuurlijk mocht dat. Maar ik vroeg me ondertussen wel af of het geen tijd wordt voor een ingebouwd piepje als je dreigt nodig te moeten. Nog voor dat je het zelf in de gaten hebt, natuurlijk.

Nadat dus gebleken was, dat we de bliepjes in huis niet meer van de deurbel wisten te onderscheiden, heb ik maatregelen genomen. Sinds kort prijkt er een heuse, metalen klopper op de deur. Met een beugel die je hard tegen een knop moet slaan. En zo’n roestig vogeltje erboven. Vlak onder de brievenbus. Waar we, vanwege de sfeer van het geheel, ook maar weer eens een touwtje uit hebben laten hangen. Zodat de SRV-man onze boodschappen gewoon zelf in het halletje kan zetten als we niet thuis zijn.

Alles gaat tegenwoordig met bliepjes en piepjes. Laatst kocht ik een paar pantoffels. Of ik er ook een parkeerautomaat bij wilde hebben, vroeg de winkelier. Een wat?, vroeg ik. Een parkeerautomaat, zei hij. Dat bleek een ding te zijn, waardoor je je pantoffels nooit meer hoeft te zoeken of op hoeft te bergen. Je blijft gewoon in je stoel zitten, drukt op een knopje en kijk…, daar komen je pantoffels al aangereden, begeleid door een vrolijk concertje van bliepjes en piepjes. En als ze zich hebben ontdaan van de wieltjes onder hun zolen, rijden de wieltjes vanzelf weer terug naar hun parkeerplaats.
En als je dan je pantoffels weer hebt uitgedaan, druk je op een ander knopje. En dan komen de wieltjes weer vrolijk aangereden om je pantoffels veilig naar hun parkeerplek te brengen. Die parkeerplek kan je zelf instellen. In de gangkast bijvoorbeeld. Of onder je bed.

Ik zie het voor me:
Over een jaar of tien worden we alleen nog maar aangestuurd door piepjes en bliepjes. Geen enkele moeite hoeven we ons zèlf meer te getroosten. Niets hoeven we meer zèlf te onthouden.

Totdat we vergeten zijn wie we zèlf ook al weer waren. En dan kunnen we op knopjes drukken en over schermpjes wrijven tot we een ons wegen. Maar dàt zullen we dan nóóit meer weten.
 
Geplaatst op: Donderdag 5 juli 2018 om 09:02 uur
1416872
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld