Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Politieke body-building

(Uit Haags Nieuwsblad, 2 november 2007)

Tot mijn grote schrik vernam ik, dat de gemeenteraadsleden en de wethouders van PvdA, VVD en GroenLinks onlangs in het nieuwe stadion van ADO een middag bij elkaar zijn geweest om aan ‘teambuilding’ te doen.
En nu wil ik het er even niet over hebben dat, van alle plekken die er te bedenken waren geweest om de neuzen dezelfde kant op te krijgen, het ADO-stadion wel de minst geschikte plek lijkt om aan team-building te doen.
Maar dat dat nodig is! Dat het nodig is om bijeenkomsten te beleggen waarin raadsleden en wethouders allerlei vreselijk lullige opdrachten moeten doen om te leren wat belangrijk is bij samenwerking.

Zo moesten ze op de bijeenkomst met z’n allen een virtuele (niet echt bestaande) rivier oversteken. Wij zien het voor ons: Marnix Norder voorop. Want die heeft inmiddels genoeg ervaring opgedaan bij het oversteken van de Vliet als hij zijn kinderen in een bootje naar school brengt. “Kom op, joh”, roept hij naar de VVD-onderwijswethouder met die krulletjes die zó op een havo-eindexamenkandidaat lijkt dat ik zijn naam steeds weer vergeet. Hoe heet-ie nou toch ook alweer? O ja. Dekker. Sander Dekker. Sander Dekker heeft wellicht nog wat last van de naweeën van zijn puberteit. Die jongen wíl helemaal geen rivier oversteken op z’n vrije zaterdagmiddag en zorgt er steeds voor dat de boel in het honderd loopt. Dan weer krijgt Jetta Klijnsma natte voeten, dan weer Bart de Liefde. Kortom het is een zooitje. En het lukt Marnix maar niet om de raadsleden die rivier over te krijgen.

Dan komt het bureau met dé oplossing. Zij laten raadsleden en wethouders in gemeen overleg, geheel in overeenstemming met de nieuwste onderwijsinzichten, een lijstje samenstellen wat ze er nou eigenlijk zèlf van vinden. En na ampel overleg komt de coalitie met een aantal tips voorzichzelf:
‘Goed samenwerken, dat is: Een gemeenschappelijk doel hebben (een vijand bijvoorbeeld). Elkaar niet verrassen. Ken elkaar (’s motieven). Vertrouwen. Elkaar iets gunnen. Elkaar de ruimte geven. Eerst tot tien tellen. Humor/plezier. Goed en helder communiceren. Elkaar respecteren.’

Wat een open deuren, zeg. Je gelooft je ogen niet als je het leest. Wisten die politici dat dan allemaal nog niet? Dat het een droog, humorloos zooitje is in de Haagse gemeentepolitiek was mij reeds lang bekend. Maar telden ze eerst dan níet tot tien voordat ze elkaar de hersens insloegen in de raadszaal? Gaan ze elkaar dan nu ineens wél iets gunnen omdat ze hebben geprobeerd om samen een rivier over te steken?
En omdat men bang was, dat al die fantastische tips het ene oor in en het andere weer uit zouden gaan, kregen de raadsleden en de wethouders na afloop van de seance al die tips mee, gevat in een blauw, geplastificeerd kaartje met, en dat was ook al zo’n dolle pret, de logo’s van de drie partijen en het nieuwe door Anton Corbijn ontworpen beeldmerk van Den Haag met die neergestorte vlieger erop.

Ja. Want op de volgende sessie moeten de collegepartijen proberen om samen een vlieger op te laten. Maar ik voorspel u: die zal niet op gaan.
En waarom niet?
Omdat dergelijke kringgesprekken twintig jaar geleden op de kleuterscholen al waren achterhaald en zelfs theekransjes inmiddels betere technieken hebben ontwikkeld om hun tijd te verleuteren.
Geplaatst op: Vrijdag 2 november 2007 om 13:47 uur
254478
bezoekers
© 2010 - Julius Pasgeld