|
Samen betalen voor onderwijs, bruggen en parken
Stel je voor: je staat met een ambtenaar voor een sloot. Ineens neemt die ambtenaar een aanloop en springt midden in het water. Proestend en druipnat komt hij weer boven en kruipt op de kant. ‘Nou’, zegt hij tegen je. ‘Je had me ook wel eens kunnen waarschuwen. Nou ben ik een onschuldig slachtoffer geworden van een sloot’
Met deze schets kunnen de gemiddelde reacties worden samengevat van al die ambtenaren bij gemeenten en provincies die verantwoordelijk waren voor het zoekmaken van 250 miljoen euro aan gemeenschapsgeld. Zelden heb ik zoveel ambtenaren naar elkaar zien wijzen toen de schuldvraag aan de orde kwam. De meest onzinnige argumenten moesten we aanhoren om te voorkomen dat bij de burger het idee kon ontstaan dat de schuld bij die arme ambtenaren zou liggen. ‘Het is wettelijk helemaal niet verboden om in een sloot te springen’, zeiden ze. ‘Er was niemand die ons waarschuwde’, riepen ze. ‘Die sloot? Dat was een prima sloot. Niks mis mee. Onlangs nog goedgekeurd’, schreeuwden ze. Maar nu de feiten op een rij: eerst was er 250 miljoen euro. Dat geld hadden u en ik via allerlei belastingen in goed vertrouwen aan gemeenten en provincies ter beschikking gesteld om er iets zinnigs mee te doen. Behoorlijk onderwijs. Degelijke bruggen. Mooie parken. Dat soort dingen. En ineens: pffft. Weg geld. De ambtenaren die daar verantwoordelijk voor waren haasten zichzelf nu onschuldige slachtoffers te noemen. Burgemeesters en gedeputeerden roepen in koor: ‘Onze ambtenaren valt niets te verwijten. Zij opereerden keurig volgens de regels en geheel te goeder trouw’. Het zoekmaken van 250 miljoen euro is dus keurig volgens de regels gebeurd. Maar wat zijn dat dan voor regels, zal men zich handenwringend afvragen. Ja. Kijk. Dat zijn regels die door ambtenaren zijn gemaakt. En omdat er niks mis is met ambtenaren is er dus ook niks mis met die regels. En is er dus eigenlijk ook niks mis met het zoekmaken van 250 miljoen euro. Vanwege al die ellende besloot ik aan de drank te gaan. Teneinde alvast wat te bezuinigingen ging ik niet op een terras aan de zuip maar kocht ik een blikje bier dat ik tussen de snelbinders achterop de bagagedrager van mijn fiets meenam naar de Grote Markt. Daar, op enige meters van tientallen mensen die ook bier dronken, maar dan op een terras, opende ik mijn blikje en zette het aan de mond teneinde een heerlijke teug te nemen. Maar zie: onmiddellijk sprong er een wout achter een boom vandaan en bekeurde me omdat ik geen bier mocht drinken in het openbaar. ‘Regel is nou eenmaal regel’ zei de agent. ‘Wat zijn dat dan voor regels?’ vroeg ik mij handenwringend af. ‘En bovendien, die ambtenaren kregen toch ook geen boete toen ze die 250.000.000 euro zoekmaakten?’ Maar ik dus wel. Omdat ik een biertje dronk. Veertig euro. Gelukkig was het een hele troost dat men met mijn bijdrage van 40 euro weer kon beginnen met het opvullen van het gat dat is ontstaan vanwege het zoekmaken van die 250.000.000 euro. Zodat er over enige tijd misschien toch weer geld is voor beter onderwijs, degelijke bruggen en het onderhouden van mooie parken. Aan mij zal het niet liggen.
Geplaatst op: Vrijdag 24 oktober 2008 om 13:21 uur
|
383380
bezoekers |