Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Seks op het Dorpsplein

 Het mag dit jaar dan wel ‘het jaar van de wellust in de literatuur’ zijn, maar bij ons op het Dorpsplein hoef je voor een behoorlijke portie seks echt niet met je neus in de boeken te gaan zitten.
Wat is het geval?
Sinds jaar en dag huizen er een flink aantal eenden op het plein. Zij houden zich op in het gras onder de bomen of in de vijver, in afwachting van een pleinbewoner die zo vriendelijk is wat restjes eten te offreren. Het aantal eenden op het plein schommelt tussen de 15 en de 20. Want er komt er wel eens een onder een auto. Waar dan weer tegenover staat dat een enkel eendenkuikentje de -al sinds mensenheugenis vigerende- mores van eten of gegeten worden overleeft.

Maar begin april is het steevast raak. Dan worden de eenden bevangen door een niets- en niemand ontziende aandrift tot voortplanting. De verzinselen van een ervaren pornograaf zinken in het niet vergeleken bij wat zich op het plein, vlak voor ons raam afspeelt.
Vrouwtjeseenden worden her en der besprongen en eens flink met de snavel op de straatstenen gedrukt, terwijl de woerd bovenop haar zijn lusten botviert alsof klaarkomen een kwestie van leven of dood is. En als het dan zover is staat de volgende woerd reeds klaar om het roer over te nemen. Ooit zag ik zelfs eens een rij van vijf woerden geduldig op hun beurt wachten. Want er zijn veel meer mannetjes- dan vrouwtjeseenden op het plein. Zoveel meer zelfs, dat de homofilie er wierig teelt of, zo u dat liever hebt: tierig weelt.

Soms ook geschiedt een en ander in het water van de vijver. Minutenlang worden de snavels van de vrouwtjes onder water gehouden. Iedere keer weer is het een wonder dat ze het er levend vanaf brengen.

Een enkele keer wordt de aanblik me teveel. Dan sta ik op het punt om in te grijpen. ‘Vort! Vort!’, wil ik tegen de mannetjes roepen. Opgesodemieterd! Zie je dan niet dat het die arme vrouwtjes te veel is? Seks moet voor beide partijen een beetje leuk zijn, hoor!’.
Maar dan ineens schiet door mijn hoofd: Wat weet ik er eigenlijk van? Waar bemoei ik me mee? Stel je voor, dat al die eenden met hun bek vol commentaar rond de echtelijke sponde van mevrouw Pasgeld en mij zouden staan te kwaken als wìj eens druk in de weer zijn? Misschien vinden die eendenvrouwtjes het wel hartstikke leuk en worden ze juist extra toegankelijk en fertiel als ze eens flink onder handen worden genomen door een paar van die woerdenmacho’s.

Na een paar weken is het weer over. De eendenstelletjes trekken zich terug in de achtertuinen van de huizen op het plein en maken daar op nauwelijks zichtbare plekjes hun nest waarin gemiddeld zo’n tien, twaalf eieren worden uitgebroed. Door de vrouwtjes. En als die geluk hebben komen de mannetjes af en toe eens langs om te kijken of alles wel goed gaat of om wat eten te brengen.

Vervolgens -begin mei- gaat het in optocht weer terug naar het plein. Moeder voorop, pulletjes in een lange, wiebelende rij er achteraan. Alles onder niet al te streng toezicht van vader woerd, die een eind verderop met zijn vrienden de laatste ontwikkelingen in de eendenpolitiek staat te bespreken.

En dan…
Ach. Moet ik het nog hebben over de ijzeren natuurwet van eten of gegeten worden? Moet ik het hebben over al die pulletjes die juist dan gegeten worden? Meeuwen, reigers, ratten, katten en voorbij razende auto’s zullen zich straks te goed doen aan die schattige, piepende, gele propjes die thans nog in de maak zijn.

Maar gelukkig weten de eenden op ons plein dat nu -begin april- dus nog even niet.
Geplaatst op: Vrijdag 31 maart 2017 om 08:08 uur
1308703
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld