Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Seksuele voorlichting in de Haagse Schilderswijk rond 1980

 Mevrouw Pasgeld stond van 1977 tot 1987 voor de zesde klas (later groep acht) in de Van Ostadeschool in de Haagse Schilderswijk. Toen ze in 1977 daar begon zat de school nog vol leerlingen van Nederlandse komaf. Ruim 70 procent. Aan het eind van de rit zaten er op de hele school nog maar acht of negen van die leerlingen. Aan haar de taak om aan al die leerlingen sexuele voorlichting te geven. Want dat stond toen in het leerplan.

‘Ik kan me voorstellen’, zei ze voordat zo’n les begon, ‘dat sommigen van jullie het vervelend vinden, dat straks iedereen in de klas weet waar je mee zit als het om seks gaat. Weet je wat we doen? Je schrijft je vraag straks op een papiertje zonder je naam. En dat doe je dan in deze doos (ze wees op een doos met een groot vraagteken erop die voor de klas stond). En die vraag doe je daar dan in vóórdat de les begint. Dan behandelen we je vraag zonder dat iemand weet dat dat jou vraag was’.
Al die vragen plakte ze later in een album dat we onlangs bij een grote opruiming weer terugvonden. Samen met een enveloppe vol andere vragen van de leerlingen over niet-sexuele problemen.

Schitterend, schitterend! De tranen van ontroering springen je in de ogen als je ze weer leest. Eerst maar eens de seks.

●’Vanaf hoeveel jaar krijgen de jongens zaadjes? Krijgen ze dat ook elke maand?’.
●’Als een man en een vrouw gaan vrijen en ze willen geen kind. Wat moeten
hun doen?’.
● ‘Hoefeel jaar als de meisjes ongestelt wordt en hoe lang gaat de ongestel duren?’.

Wellicht ergeren sommige lezers zich aan de taalfouten in de briefjes. Je bent immers op school om goed te leren schrijven. Jawel. Maar daar gaat het nu even niet om. Ja? Er zijn belangrijker dingen in het leven. We gaan gewoon door.

●’Ik begrijp niet hoe die baby in zon kleine gat deruit komt!’.
●’Doet het pijn als er een baby komt?’.
●’Als een vrouw geen baby wil en ze is in verwachting, wat doet ze dan? En wat doen ze met de baby?’.

Zeker is, dat de lessen die mevrouw Pasgeld indertijd op de Pedagogische Akademie volgde om haar onderwijsbekwaamheid te verwerven, niet voorzagen in de antwoorden op deze vragen. Het lijkt er dus op, dat het onderwijzend personeel, ondanks alle naschoolse sturing, bijscholing, beredderingscursussen, hulp en bijstand, er toch een geheel eigen verantwoordelijkheid op na dient te houden.

En dan die enveloppe vol ‘gewone’ vragen’. Die overigens wèl vaak van de naam van de afzender waren voorzien.

●’Juf, hoe komt het dat jij blond bent en ik bruin?’.
●’Juf, hoe is Got geboren?’.
●’Juf, hoe is een moeder geboren?’.
●’Mag ik zoms het bord uitvegen?’.
●’Hoe kuikentjes uit de ei? Dat wil ik graag weten’.
●’Hoe is God? Is het een jongen of een meisje?’.
●’Waren er vroeger, toen mijn opa een aap was, ook huizen?’.
●’Juf, wie ontdekte de bromfiets?’.

Op de een of andere manier denk ik, dat kinderen die dit soort vragen durven stellen, straks veel meer over de wereld weten dan dat ik ooit zal doen.
Geplaatst op: Donderdag 13 februari 2020 om 08:26 uur
1746179
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld