Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Sprookje

Er was eens een man die altijd vreselijk hard niesde. Het was alsof hij het erom deed. Poewhaa!! Hatschaaa!! Klonk het meerdere keren per dag door het hele huis. En hield hij dan nog maar een zakdoek voor zijn neus. Maar nee. Als hij niesde vlogen de klodders je om de oren en het duurde niet lang of het snot droop van het behang dat het een lieve lust was.

Op zeker moment begon zijn vrouw er wat van te zeggen. Zo, in de trant van: ‘Nou zeg, kan het niet wat minder?’ Of: ‘Moet dat nou zo hard?’ Of: ‘Zou je het behang misschien eens willen schoonmaken?’ Maar dat was voor de man slechts aanleiding om nog harder te niezen. Het was werkelijk geen vertoning. Soms gebeurde het, dat de man wèl de aandrang voelde om te niezen, maar dat hij dat om de een of andere reden niet kon. Dat gebeurt ons allemaal wel eens en het is geen leuk gevoel. Soms helpt het dan als je met wijd open ogen in fel licht kijkt.  Dat deed die man dan ook. Urenlang zat hij met wijd open ogen midden in z’n bureaulamp te kijken en dan ineens klonk het: ‘Prwwwaaachiaaa!’.

Voor zijn vrouw was het op den duur geen doen. Steeds vaker ging ze bij haar zuster logeren maar dat was toch de oplossing niet. Die diende zich pas aan toen ze zelf een keertje heel hard moest niezen en daar, tegen alle verwachting in, behoorlijk wat genoegen uit peurde. ‘Weet je wat’, zei ze tegen haar man. ‘Ik ga ook heel hard niezen. Zo hard als ik maar kan’. En zo gebeurde het, dat in het huis nu dubbel zoveel lawaai klonk en dat het snot van het behang afdroop in een tempo dat je niet wilde weten.

Het duurde niet lang of de buren van het echtpaar begonnen er behoorlijk wat last van te krijgen. Niet alleen de herrie, maar ook de steeds vochtiger wordende muren vormden na verloop van tijd de aanleiding om zich tot de Rijdende Rechter te wenden met de eis, dat het maar eens afgelopen moest zijn met al dat genies in het belendende perceel. De Rijdende Rechter kwam zich ter plaatse op de hoogte stellen van het vermeende ongerief en schakelde bovendien een deskundige in om de snotconcentratie in de muur, die het ene huis scheidde van het andere, objectief vast te stellen. In de zitting die volgde, verordonneerde de Rijdende Rechter het niezende echtpaar (op straffe van een boete van 150 euro per overtreding) tot het niet harder mogen niezen dan 120 decibel. Dat is te vergelijken met het geluid van een pneumatische boor op 1,5 meter afstand of van een klas met schreeuwende kinderen.

En nou zou je denken, dat het wel klaar was met al dat genies. Maar nee. Om niet te achterhalen reden werd het er alleen maar erger op. Het aantal niezen onder de 100 decibel nam in een verontrustend tempo toe. En een gemiddelde van 27 niezen boven de 120 decibel per persoon leverde de buren het aardige zakcentje van ruim 4000 euro per maand op. 
Hoe ging het verder? Wie veel geld krijgt wil almaar meer. Daarom begon tenslotte iedereen in de omgeving, en later ook in andere steden in het land steeds harder en aanstekelijker te niezen. Om zo het aantal ongeoorloofd harde niezen flink op te schroeven en de boete op te strijken. Op den duur zaten hele volkstammen weken achter elkaar met glazige ogen in bureaulampen te kijken. Niezen werd de heersende trend. Dat was goed voor de economie. 

U begrijpt waar deze rampspoed tenslotte op uitliep. Talloze wijken verzakten wegens doordrenkte muren. Steden verzonken in het niet waar je bij stond.
Het duurde nog lang voordat de laatste nies weggestorven was.  
Geplaatst op: Vrijdag 18 oktober 2013 om 09:33 uur
1793444
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld