Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Tafeltje dek je

Ruim een half jaar breng ik kant en klare maaltijden naar oudere alleenstaanden en echtparen in de omgeving. Het is het soort vrijwilligerswerk dat me wel bevalt. Ik ben mijn eigen baas, ik kan m’n eigen gang gaan en ik kom nog eens ergens.

Zo neem ik steeds een andere route en neem ik me voor om, al naar gelang daar behoefte aan is, steeds met een andere clïent even wat langer van gedachten te wisselen.
Dat is vrij leerzaam. Ik wist natuurlijk al, dat de mensen verschillend van aard zijn. Maar naarmate mijn leeftijd vordert lijkt het wel of dat verschil steeds groter wordt.

Allereerst is daar de kwestie van het vertrouwen. Een groot aantal clïenten heeft er alle vertrouwen in, dat de brenger van de maaltijden de goedheid zelve is. Nou ben ik dat natuurlijk ook, maar hoe weten zij dat? Ze wijzen me bijvoorbeeld op geheime achterdeurtjes, stallen of andere ruimtes waar ik de maaltijd neer kan zetten als ze niet thuis zijn.
Een enkeling heeft zelfs de voordeur op een kier, zodat ik zonder aanbellen naar binnen kan. Dan klop ik natuurlijk wel heel hard op de kamerdeur, zodat ie niet schrikt als ik ineens voor z’n neus sta. Want hij is wat doof en spreekt nogal binnensmonds. Maar gelukkig gaat onze gedachtenwisseling bij het afleveren van de maaltijd niet heel erg diep. Zodat we daar met onze intuitie tot nog toe altijd zonder kleerscheuren vanaf zijn gekomen.

En dan is er bijvoord die man die altijd wat te mopperen heeft. Dan weer kom ik veel te vroeg en heeft hij nog lang geen honger. Dan weer was het eten, dat ik de vorige dag had gebracht ‘echt hé-le-máál niet smakelijk’. En als ik zeg, dat ik dat zal doorgeven, antwoordt hij, dat ik dat maar beter niet kan doen ‘omdat dat toch geen enkele zin heeft’.

En waarschijnlijk heeft hij nog gelijk ook. Want Tafeltje Dekje is een uitgebreide organisatie die al op de toppen van z’n kunnen werkt. Fantastisch hoe ze het iedere keer weer klaarspelen om al die verschillende maaltijden op tijd af te leveren. Alleen al de distributie daarvan is een logistiek wonder. Want het moet natuurlijk wel allemaal binnen een bepaald tijdsbestek. Anders wordt het eten koud.

Bij sommige clïenten kom ik niet verder dan de voordeur. Daar verwisselen we de lege doos van de dag daarvoor met de volle doos. En eens per week de ingevulde menu’s voor de volgende week. En blijft het bij: ‘Smakelijk eten!’en ‘Dank je wel,hoor’.

Maar soms word ik binnen genood. Zo is er een echtpaar dat mij vriendelijk verzoekt de doos met eten voor de echtgenoot maar alvast voor hem op tafel neer te zetten. Want die zit daar al verwachtingsvol, met een leeg bord, bestek en een glaasje wijn voor zich, op te wachten. De doos met eten voor zijn gade zet ik dan, vanzelfsprekend, tegenover hem op tafel.

Zo verloopt iedere ontmoeting weer anders. Het is echt de moeite waard. En dan heb ik het nog niet eens over de discussies tussen de vrijwilligers die staan te wachten op de auto met alle te distribueren maaltijden.
Doorgaans zijn dat, net zoals ik, mannen op leeftijd die zich toch nog enigszins nuttig willen maken. Meestal komen we wat vroeger. Opdat we, al wachtend, alle idiote maatschappelijke ontwikkelingen die nu weer hebben plaatsgevonden, de revue kunnen laten passeren.
Met uiteindelijk vrijwel altijd dezelfde constatering.
Dat vroeger heus niet alles beter was.
Maar wel bijna alles.
 
Geplaatst op: Donderdag 15 november 2018 om 08:37 uur
1481472
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld