Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

`The Hague Beach`

De gemeente Den Haag is er voor de bewoners van Den Haag.
Zo was tenminste ooit de bedoeling. Wat de bewoners gezamenlijk goedkoper en beter konden doen dan op hun eigen houtje, het ophalen van het vuil, het aanleggen van wegen en het handhaven van de orde bijvoorbeeld, kon dan ook maar beter gemeen(te)schappelijk geregeld worden.

Ik benadruk dat nog maar eens omdat het er sterk op lijkt dat de Haagse wethouders tegenwoordig een andere mening lijken toegedaan. Zo hangen zij hardnekkig de misvatting aan, dat Den Haag ‘verkocht’ moet worden. Ooit was daar zelfs een aparte wethouder voor. Frits Huffnagel. Die was van ‘marketing’. Hij verving de Haagse ooievaar door enige gestyleerde spermatozoïden. Omdat hij er heilig van overtuigd was dat Den Haag daar beter van werd. De huidige wethouder Klein vindt nu ineens weer van niet. Den Haag moet volgens hem worden ‘verkocht’ met een ànder beeldmerk. Alsof dat iedere keer geen handenvol geld kost! En drie keer raden wie dat moet opbrengen.

Laten we wel zijn. Den Haag moet natuurlijk helemaal niet worden ‘verkocht’. De gemeente Den Haag is er nìet voor de belangen van de toeristen in Den Haag of voor de belangen van de ondernemers in Den Haag. De gemeente Den Haag bestaat uitsluitend om het woon- en leefklimaat voor haar inwoners te verbeteren.

En als de gemeente Den Haag daarnaast dan toch graag de belangen van het bedrijfsleven wil behartigen? Bijvoorbeeld onder het ridicule mom, dat dat ten goede zou komen aan het leefklimaat van de inwoners? Dan zouden ze dat toch op z’n minst helder en duidelijk aan de bewoners kenbaar moeten maken. Zodat de extra winsten, die het bedrijfsleven door al die bemoeienissen van de gemeentelijke overheid maakt, dan later zichtbaar en voor een ieder begrijpelijk in mindering kunnen worden gebracht op de gemeentelijke belastingaanslagen voor de bewoners. Maar kijk. Dat gebeurt nu juist weer niet.

Waarom, zo vraag je je handenwringend af, bemoeit de Haagse gemeenteraad zich dan eigenlijk tóch met dat bedrijfsleven? Het antwoord is simpel. Dat is omdat Haagse wethoudertjes er graag bij willen horen. Dat is omdat het verbeteren van het woonklimaat alléén eigenlijk maar een onaanzienlijke en in Den Haag trouwens een vrij ondoenlijke taak is. Dat is omdat Haagse wethoudertjes hun ernstige gevoelens van minderwaardigheid tegenwoordig proberen te maskeren met prachtige praatjes voor de vaak en een indrukwekkende omhaal van woorden.

City dit. City dat. Hoevaak hebben we het al niet gehoord.
‘Scheveningen’ blijkt ineens ook weer moeilijk uit te spreken. Niet alleen voor de Duitsers in WO II, maar nu ook voor de gemiddelde toerist uit Zhengzhou, Shikoku, Ljubjana en Kamchatka. Scheveningen moet van wethouder Klein ‘The Hague Beach’ worden.
Jammer dan, Scheveningers.

En  natuurlijk kwam wethouder Klein pas achteraf met de opmerking, dat ‘Scheveningen natuurlijk gewoon Scheveningen moet blijven’. Maar waarom zouden ze ‘Scheveningen’ in Zhengzhou, Shikoku, Ljubjana en Kamchatka dan niet gewoon ook ‘Scheveningen’ mogen blijven noemen? Zhengzhou, Shikoku, Ljubjana en Kamchatka gaan toch ook de namen van hun woongemeenschap niet veranderen omdat ze in Scheveningen moeite hebben om dat uit te spreken?
Domme dikdoenerij dus.

Weet je wat? De Haagse wethouders zouden gewoon eens moeten zorgen voor wat meer parken en bomen in Den Haag.
Maar daar hoor je ze nooit over. Hoezo bomen en parken? Hoezo woonklimaat? Dáár verkoop je Den Haag toch niet mee?
Geplaatst op: Vrijdag 20 november 2015 om 08:39 uur
1793969
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld