Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Tijdschrijven

Het is nu 10 uur, 51 minuten en 16 seconden.
Ik schrijf het voor de zekerheid maar even op. Want ik ga in het vervolg tijdschrijven.
De Raad voor het Onderwijs heeft leraren namelijk aangeraden om voortaan de tijd die zie besteden aan het onderwijs op te schrijven. En aangezien ik mijn halve leven voor de klas heb gestaan voel ik mij aangesproken en ga in het vervolg de tijd die ik besteed aan het schrijven van een column ook maar opschrijven.

Doorgaans schrijf ik zo’n column in 3 uur. Dan laat ik hem even liggen om hem de volgende dag te ontdoen van al te enthousiaste typeringen en onverstandige zinswendingen. Daar ben ik dan ongeveer een half uur mee bezig. Daarna lees ik hem voor aan mevrouw Pasgeld. Want het feit, dat ik de hele zaak zelf heb ontdaan van grof taalgebruik wil natuurlijk nog niet zeggen dat alles wat er is overgebleven politiek correct is. Zo wisselden we vorige week even van gedachten over de vraag of ik minister Gerda Verburg mocht kenschetsen als ‘een takkenwijf’ en dat is dan tenslotte ‘troela’ en ‘trut’ geworden.
Als ik voor dat krijgsberaad met mevrouw Pasgeld een gemiddelde neem van een half uur is het zeker niet overdreven. De uiteindelijke wijzigingen nemen dan nog eens een kwartier in beslag. Dat maakt samen 4 uur en 15 minuten.

En dan heb je natuurlijk nog de voorbereiding. Iedere dag lees ik gedurende 2 uur drie kranten. Daarvan is dan 1 uur bedoeld om mezelf als normaal mens op de hoogte te houden en nog 1 uur om de hofnar Pasgeld te laten inspireren voor zijn column. Alle beuzelkraam en lolbroekerij laat ik dan in mijn hoofd sudderen en gaarkoken. De tijd die dat kost is weliswaar slopend maar breng ik niet in rekening omdat het ondoenlijk is om in dat proces normaal gepieker te scheiden van denkwerk over mijn column.
Anders is dat echter, als ik vrijdagochtend in bad lig. Dan heb ik mijn definitieve onderwerp voor de volgende week te pakken en denk ik urenlang uitsluitend aan de vormgeving, de openingszin, de volgorde en eventuele geestigheden die de column zouden kunnen verluchtigen. Die tijd in het bad zou ik toch wel weer graag willen betrekken bij mijn tijdschrijverij.

Zo kom ik op een totaal van 7 uur en 15 minuten.

Per column kent de heer Buijze van het Haags Nieuwsblad mij steevast een bedrag van 40 euro toe. Dat maakt vijfeneenhalve euro per uur. Nou. Nog niet eens zo gek. Dat is ongeveer wat mijn zoon verdiende toen hij nog pizza’s bezorgde.

Maar ik schrijf dit natuurlijk niet omdat ik ontevreden zou zijn over mijn honorarium. Want dat ben ik niet. Ik schrijf dit omdat ik die lui van de Onderwijsraad met hun voorstel om leraren tijd te laten schrijven maar een stelletje rare uileballen vind.
Eerst had ik willen schrijven: welgemanierde snotneuzen, passieloze pikkentrekkers, diplomatieke droogpruimen, onberispelijke zultkoppen, welvoegelijke stijve harken en steriele reetlikkers. Maar ja. Voor zoiets moet je de tijd nemen en de tijd schrijven. Dus dat is na een drie kwartier durend overleg met mevrouw Pasgeld ‘rare uileballen’ geworden.

Waar hebben we die Onderwijsraad eigenlijk voor nodig?
Moeten het doorgeven van kennis en wijsheid nou ook al uitsluitend worden bepaald door geld?
Of mag er nog een klein beetje liefde voor het vak overblijven?

Het is nu 12 uur, 11 minuten en 3 seconden.
Geplaatst op: Vrijdag 27 november 2009 om 11:31 uur
1764331
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld