|
Underground in Galerie Tag
Underground in Galerie Tag
(Uitgesproken bij de opening van de tentoonstelling van Jon Langford, Jeffrey Lewis en Melle de Boer in Galerie Tag bij de start van het Crossing Borderfestival op 15 november 2006) Het was een halve eeuw geleden. 1959. Het tijdschriftenmagazijn van Van Gelderen in de Wagenstraat, vlak tegenover de ingang van de Bijenkorf, was de enige gelegenheid in heel Den Haag waar je echte Amerikaanse undergroundstrips kon kopen. Zap-comix. Yellow Dog. Crumb. Voor één gulden vijfenzeventig was je eigenaar van een exemplaar waar ze nu grif vijfhonderd dollar voor neerleggen. Je moeder mocht niet weten dat je ze kocht. Die was nog nauwelijk bekomen van de schrik bij de ontdekking dat je een paar jaar daarvoor in de kiosk stiekum een paar Dick Bossen had aangeschaft voor zestig cent per stuk. Die Amerikaanse comixen. Dat was nog eens andere koek dan Dick Bos. Gruwelijke dingen stonden er in. Vrouwen, die met een spinnenlijf en acht poten hele legers verkrachtten. Mannen wiens ogen tijdens een gevecht letterlijk uit hun kassen rolden en dan door de honden in een hap naar binnen werden gewerkt. Die ogen dan. En dan waren ze zo arm, dat ze niet eens geld hadden voor een glazen oog en dan een pingpongbal gebruikten waar ze een oog op schilderden. Nee. Je wist zeker, dat je moeder daar niet tegen kon. Dus borg je je stapeltje Real-American Gung-Ho Comixen zo goed op, dat je ze bij een verhuizing zèlf niet eens meer kon vinden. Underground. Rauwe, gruwelijke satire op de All-American-Dream. We lustten er wel pap van. Alsof we toen al wisten, hoe het met het Amerika, dat onze ouders zo bewonderden, zou aflopen. Underground. Tot mijn buitengewone genoegen hebben Louis Behre en Cees Debets underground tot de bindende factor op deze tentoonstelling gemaakt. Deze tentoonstelling, die de aftrap vormt voor het Crossing Borderfestival 2006. De hoogtijdagen, waarin underground toch bijna de mainstream was, waren in de jaren tachtig voorbij. Dat waren de jaren waarin Tina Turner de teloorgang van de Amerikaanse helden bezong met No More Hero’s. Waarin de letterlijke en figuurlijke kinderen van Jack Kerouac en van Kurt Vonnegut hun tijd zaten te verlummelen in communes. Waarin de aartsvaders van de officiele Amerikaanse literatuur, John Updike en Philip Roth, zich een beetje zielig zaten voor te bereiden op de boeken die ze rond de eeuwwisseling over hun oude dag zouden gaan schrijven. Waar waren ze gebleven? De helden van weleer, wiens ondergang reeds in de undergroud was aangekondigd met een voorzienigheid die zijn weerga niet kent. Waar waren Superman, Batman en Spiderman? Waar waren Hank Williams. Hopalong Cassidy. Calamity Jane? En al die andere emblemata van de teloorgang van de American Dream? De echte superman zat inmiddels in een rolstoel. In zijn laatste film draagt Neil Young bij wijze van hommage een exacte kopie van het costuum van Hank Williams. En over de Amerikaanse droom zwijg ik maar. Of nee. Sta mij toe mijn grote voorbeeld, Bill Bryson, te citeren uit zijn laatste boek..... ‘De Amerikaanse politiek?’, schrijft hij. ‘Als ik mijn neus snuit zit er méér intelligentie in mijn zakdoek’. En dan ineens. Zijn ze er weer. De helden van weleer. Hier. Op deze expositie. Ontdaan van hun beloftes. Hun glamour. En hun aureolen. In de schilderijen van Jon Langford. Met hun tijdloze smoelen, dat wel. Maar ook met een veelzeggend, gecraqueleerd imago. En zo treffen we de allerbeste tradities van de underground-strips hier opnieuw aan in de schitterende, tentoongestelde pagina’s van Jeffrey Lewis. Én de superhelden uit de officiele Amerikaans strips van toen. Zij worden hier briljant ontdaan van hun imaginaire viriliteit door Melle de Boer. Maar wat zeur ik toch! Wat weet ik ervan? Ik ben de vader van Melle de Boer. En dus per definitie een anti-held. Ik trek me schielijk terug en open deze schitterende tentoonstelling. En wens u een prachtige Crossing Border 2006 toe! Dank u wel.
Geplaatst op: Woensdag 15 november 2006 om 10:21 uur
|
253945
bezoekers |