Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Veel geld maar toch niet rijk

 Ik heb veel geld. Dat mag ik best wel zeggen. Hééél veel geld zelfs. Zoveel geld dat ik het niet eens allemaal tegelijk kan optillen.
Toch mag ik me niet rijk noemen.
Dat komt zo. Ik spaar euromunten van 1, 2, 5,10 en 20 eurocent. En na jarenlang sparen heb ik nu al tienduizenden van die munten. Ik tel ze niet eens meer. Maar ik schat de waarde van het totaal toch al gauw op zo’n anderhalfduizend euro. Dat is al mijn spaargeld. Ik ben dus niet rijk maar heb wèl hééél veel geld.

Een groot deel van mijn verzameling heb ik te danken aan Hannes. Hannes heeft een kraampje voor zijn boerderij met aardappelen, bieten en noten. Iedere keer als hij zijn doosje met geld (dat naast de aangeboden waar staat) leegt, biedt hij mij het kleingeld in een jampotje. Dat tel ik na, rubriceer het in mijn ladenkastjes op land en jaartal en lever hem de tegenwaarde retour in munten van 50 cent, van 1 en 2 euro en papiergeld. Dat doen we al jaren zo. Tot wederzijds genoegen.

Maar nu. Wat moet ik met al dat geld?
Daar heb ik goed over nagedacht.
De eerste mogelijkheid die zich aandient is net zolang doorgaan tot ik in mijn geld kan zwemmen. Dan ga ik dus , net als Dagobert Duck, in het bad liggen en vraag of mevrouw Pasgeld de hele bubs over me uitstort. Van te voren heb ik natuurlijk de Provinciale Zeeuwse Courant uitgenodigd om daar verslag van te doen. Ik weet al een kop: ‘De man die zwemt in zijn geld’. En dan beweeg ik in het bad moeizaam mijn ledematen door al die munten. Al was het alleen maar om aan te tonen, dat het heus niet meevalt om in je geld te zwemmen. Echt. Kapitaalkracht is eerder een last dan een lust. Zo. Dan weet u dat tenminste ook weer zeker.

Een andere mogelijkheid ligt wat moeilijker. Die gaat zo: ik tel al mijn munten totdat ik aan het bedrag kom dat gelijk is aan de aanslag van mijn inkomstenbelasting. Dat bedrag stort ik letterlijk in een kruiwagen. Vervolgens rijd ik met die kruiwagen naar het belastingkantoor in Middelburg en stort de hele zwik op de vloer van de hal van dat kantoor. Vanzelfsprekend ook, nadat ik de PZC van te voren op de hoogte heb gesteld van mijn plannen. Kop in de PZC: ‘Verwarde man betaalt zijn belastingschuld met duizenden muntstukken’. En dan een foto erbij van het moment dat ik die hele zooi op de vloer van het belastingkantoor kieper.

Maar nou schijnt dat muisje toch een staartje te hebben. Op internet kan je hele discussies volgen over wettige betaalmiddelen en hoe je daarmee je schuld al dan niet kan voldoen. Voer voor juridische bollebozen. Maar niemand schijnt precies te weten hoe het zit.
In Amerika betaalde een boze man een paar jaar geleden een belastingschuld van 3000 dollar met 300.000 munten van één dollarcent. Daartoe schafte hij zich 5 kruiwagens aan en huurde 11 mensen gedurende 4 uur in om 725 kilo aan muntjes af te leveren. Dat kostte hem 840 dollar extra.
Maar dat had hij er graag voor over.

Met dat al weet ik nog steeds niet wat ik zal doen.
Zwemmen in mijn geld?
Of mijn belasting ervan betalen?
Geplaatst op: Donderdag 29 augustus 2019 om 08:36 uur
1622606
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld