Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Verbod op snorscootertjes

Er is nog maar weinig in Nederland dat niet in een hokje zit. Maar soms, heel soms heb ik het gevoel dat ik vrij ben. Dan scheur ik samen met mevrouw Pasgeld op ons 4-tact snorscootertje over de Zeeuwse dijken. Nou ja, scheuren… We rijden als het meezit met de wind in de rug hooguit 35 kilometer per uur.
Maar het is wel heerlijk. De zon schijnt op ons bolletje. De wind wappert door ons haar. Ik zit in m’n T-shirt met blote armen en mevrouw Pasgeld zit achterop met hoog opwaaiende rok. De mensen kijken ons na alsof we de hoofdrol spelen in Benidorm Bastards. Vrijheid. Blijheid. En een onbekommerd gemoed. Kom daar eens om tegenwoordig.

Maar wat lees ik nu weer. ‘Milieuclubs willen verbod op snorscooter met verbrandingsmotor. Jezus Mina. Denk je eindelijk eens iets verblijdends te hebben gevonden in deze wereld vol kommer en geween, iets dat zich niet zo gemakkelijk laat inpassen in dorre hokjes of ja hoor, daar heb je ze weer: de inperkers. De bemoeizuchtigen. De gezapigen. Dezelfde types die, als er ergens in Nederland een dooie wolf wordt gevonden, onmiddellijk gaan roepen dat Nederland een wolvendatabase nodig heeft.

Wie zijn dat toch? Die mieschmuizen? Het antwoord luidt: De Fietsersbond, de stichting Natuur en Milieu en de stichting Milieudefensie. Die willen een ‘verbod op snorscooters met een verbrandingsmotor wegens de hoge uitstoot van fijnstof en gevaar voor de verkeersveiligheid’. Want, zo menen ze: begrensde snorscooters met een verbrandingsmotor rijden op fietspaden en fietsers ondervinden daar hinder van’.
Goedenmorgen zeg. Waar moet ik dan heen met mijn snorscootertje? Als ik er niet mee op het fietspad rij word ik onmiddellijk staande gehouden door oom agent die me gelijk een bon aan m’n broek smeert. En als ik er wel mee op het fietspad rij krijg ik op mijn sodemieter van een een stelletje droogstoppels die kennelijk te laf zijn om de echte grote jongens, zoals zware motoren en SUV’s te verbieden.

En nu we het toch over die Fietsersbond hebben. Die is er hier in Zeeland, en naar ik meen ook in de rest van Nederland, in geslaagd de meest avontuurlijke fietspaden te doen verworden tot een oefenterrein  voor mentaal geretardeerden. Overal, maar dan ook overal hebben ze bordjes getimmerd waarop staat welk nummer of welke naam je route heeft. En tot overmaat van ramp hebben ze ook nog eens overal bordjes getimmerd waarop staat aangegeven dat je een fietsknooppunt nadert en welk nummer dat fietsknooppunt heeft.
Stel je voor zeg. Dat je eens onverhoeds, zomaar onverwachts op zo’n knooppunt geraak. Je zou er toch geheel in paniek van raken. Je zou je vertwijfeld afvragen waarom men je niet eerder gewaarschuwd had. En dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Nu denkt u natuurlijk, dat ik luid zingend met mevrouw Pasgeld achterop op mijn snorscootertje over die fietsroutes en langs die knooppunten ga rijden. Nee. Natuurlijk niet. Dáár rijden mevrouw Pasgeld en ik gewoon op de fiets. Want ik zei het al eerder: wij weten wat genieten is en bovendien weten wij heus het verschil nog wel tussen een fietspad dat is aangegeven met ‘rijwielpad’ en een fietspad dat is aangegeven met een rond, blauw bord en een plaatje van een fiets. Ik zeg het er maar even bij voor de dames en heren van de fietsersbond die mij niet willen begrijpen.

Geluk en eenvoud. Ach. Het zal altijd wel haaks blijven staan op hokjesgeest en  bemoeizucht.
Geplaatst op: Vrijdag 9 augustus 2013 om 08:25 uur
1793465
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld