Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Verdwaald

Volgens de krant is het dit jaar een mooie herfst. Maar neem me niet kwalijk. Als je dat van de krant moet hebben ben je niet helemaal fris onder je petje. Daarom besloten mevrouw Pasgeld en ik dat vorige week eens zelf te onderzoeken.
We namen de tunnel onder de Westerschelde en geraakten ten westen van Terneuzen onder de rook van Dow Chemical via Boerengat al gauw in het paradijs. Dat heet niet alleen zo omdat de tijd er al eeuwen stil staat, maar ook, omdat er daar ergens in een arbeiderswoninkje ooit een echtpaar woonde met de namen Adam en Eva.
We komen graag in deze landelijke contreien en kunnen dan uren genieten van het landschap dat op de een of andere manier enthousiast bijdraagt aan onze gemoedsrust. Dan wandelen we langs de oevers van de Westerschelde en zien hem in het oosten traag door oneindig laagland gaan. Of in het westen verdwijnen in het vuurrood van de zonsondergang in de zee. Of we lopen langs de dichtbevolkte oever van de Braakman. Dichtbevolkt door vogels dan wel te verstaan. Want mensen hoeven we tijdens onze tochten liever even niet te zien.
En zo raakten we vorige week verdwaald. Dat doen we op vrijwel al onze wandeltochten en het hoort er ook zo’n beetje bij. Niet verdwalen is niet echt geleefd hebben.
We wilden weer terug via de Hasjesstraat en het dorpje Hoek toen we langs de N16 een niet al te groot bos ontwaarden. De weg die het bos inleidde werd versperd door een soort slagboom van hout waaraan een bordje hing met de handgeschilderde tekst:  ‘verboden toegang, vanzelfsprekend’.
Nou, dat moet je net tegen ons zeggen. Vooral dat ‘vanzelfsprekend’ deed het hem. We klommen over de slagboom en raakten het daaropvolgende uur in een omgeving die alle verbeelding tartte.
Het bosperceel bleek namelijk te bestaan uit een tien-tal ‘mini-landgoedjes’ die allen verkeerden in buitengewoon desolate staat. Enkele waren voorzien van een tuintje met een vijvertje voor de deur. Sommige tuintjes waren goed onderhouden, in andere woekerde het onkruid welig. De onderkomens waren schuurtjes, oude muziekkapelletjes, of hutjes in de meest originele zin des woords. Een enkele keer een houten toilet midden in de struiken. Mysterieuze paadjes die beurteling door het kreupelhout en over dijkjes leidden, verbonden de onderkomentjes. En dat alles in een dichtbegroeid bos met bomen van tientallen meters hoog. Het was een beetje eng.
Temeer omdat er tijdens onze wandeling geen mens te zien was. We speculeerden er op los. Mevrouw Pasgeld meende, dat hier sprake was van een soort vakantieparkje voor minder welgestelden. En dat niemand er, toen het af was, wilde komen en dat het nu al jarenlang stond te verloederen. Ik veronderstelde, dat iemand een sprookjesbos had willen maken met hutjes voor Roodkapje, Repelsteeltje en de Boze Heks. Maar dat de bewoners niet op waren komen dagen wegens onbestaanbaarheid.
Ineens hoorden we iets kraken. Ik schrok ervan. Want het was de hele tijd doodstil geweest. ‘Ssst’, zei ik tegen mevrouw Pasgeld en gebaarde dat ze stil moest blijven staan. Want zodra er gevaar dreigt neem ik de leiding. Dat komt vast omdat ik een man ben. Na een paar tellen doodse stilte weer gekraak. ‘Kgggrch’ en nog eens. We doken weg achter een boomstam en bleven roerloos staan.
‘Een eekhoorn?’, fluisterde mevrouw Pasgeld.
‘Welnee, daar is het geluid veel te hard voor’, fluisterde ik terug. ‘Misschien zijn het wel enge mannen met messen’.
Maar dat vond mevrouw Pasgeld nou weer onwaarschijnlijk. Na vijf minuten klonk er wederom ‘Kgggrchch’.
Gebukt en steeds dekking zoekend achter dikke boomstammen begonnen we ons langzaam te bewegen in de richting van het geluid. Want nieuwsgierigheid wint het uiteindelijk altijd van angst.
En toen zagen we het. Een eeuwenoude boom was langzaam, heel langzaam aan het omvallen. Iedere keer werd hij tegengehouden door andere bomen, die hem leken te willen ondersteunen in zijn teloorgang. Maar iedere keer viel hij toch verder. Heel, heel langzaam. Af en toe zagen we op de breuklijn grote splinters hout afbreken of wegbuigen. ‘Kggrchch’, klonk het dan.
Het was een gebeurtenis waar mensen in een pretpark een heleboel geld voor zouden hebben overgehad om dat mee te maken. Maar zoiets gebeurt nooit in een pretpark.
Dat gebeurt alleen als je verdwaalt bent.
Geplaatst op: Vrijdag 30 oktober 2015 om 08:35 uur
1793942
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld