Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Verkeersdeskundigen

De laatste tijd lijkt er in Den Haag iets grondig mis met de regulering van het verkeer. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat voor een belangrijk deel te wijten is aan de wijze waarop de verkeersdeskundigen menen de doorstroming van het verkeer te moeten verbeteren: lui, ongeinteresseerd en vooral onbekend met de praktijk ter plaatse. Mag ik het zo typeren?

Zonder enige reden hoopt het verkeer zich op tenminste de helft van de Haagse kruispunten op voor onnodig rood, terwijl men met een combinatie van gezond verstand en beleefdheid gewoon veel eerder had kunnen doorrijden. Ook wacht men tegenwoordig gelaten voor rood op een veelal lege tram of een bus die niemand nog ziet aankomen, maar wel alvast groen krijgt. Dat doen die verkeersdeskundigen bewust. Dat doen ze om irritatie te veroorzaken. Zodat de automobilisten voortaan met de tram gaan, bijvoorbeeld. Zo moeten er ook altijd heel veel automobilisten stoppen voor één auto die uit een zijstraatje komt. Eén auto uit zo’n zijstraatje krijgt namelijk altijd direct groen als er honderden auto’s op een brede weg aan komen. Dat doen de verkeersdeskundigen bewust. Dat doen ze om irritatie te veroorzaken. En vaak moet niet-conflicterend verkeer tòch op elkaar wachten op een kruispunt. Als een tram groen krijgt moeten de auto’s die er gewoon naast zouden kunnen rijden, toch voor rood wachten. Dat doen ze bewust. Dat doen ze om irritatie te veroorzaken.

Voor wat betreft het verkeer verkeren we in Den Haag in de bloeitijd van een totalitair regime. Het automobilistenvolk wordt op de meest achterlijke manieren onder druk gezet om te doen wat het bewind wenst.
Mijn gelijk wordt bewezen als er eens een verkeerslichtinstallatie uitvalt. Want zie: vriendelijkheid en beleefdheid voeren ineens weer de boventoon. Met als resultaat een voor Haagse begrippen ongekende doorstroming.
Bij dit alles heb ik het natuurlijk niet over echt ingewikkelde problemen. Zoals de ‘zevensprong’ bij de Loosduinsekade. Of midden in de spits. Ja. Natuurlijk moet er dan iets geregeld worden. Maar neem nou ’s nachts. Geen kip op de weg. Zelfs een blind paard wordt gewaar dat er in de verre omtrek nog geen muis op een fiets aanwezig is. En daar sta je dan voor rood te wachten. Als een debiel aan touwtjes zit je te koekeloeren of het de apparatsjiki behaagt om het, vanuit de tekentafel bedachte, volautomatische, verkeerslichtensysteem op groen te laten springen.

Tien jaar geleden schreef ik ook eens iets dergelijks over stoplichten. Toen voorzagen de lezers me van de namen van Haagse kruispunten waar volgens hen de verkeerslichten beter geregeld zouden kunnen worden. Ik werd overstelpt met inzendingen en gaf op een plattegrond van Den Haag die kruispunten aan. De plattegrond stuurde ik vervolgens naar de afdeling Verkeerslichten in Den Haag met het verzoek er eens naar te kijken. Drie weken later werd ik uitgenodigd om zelf eens te komen kijken op die afdeling. Ik was nog niet binnen of ik kreeg een blauwdruk van een plattegrond van Den Haag voorgeschoteld. ‘Kijk’, zeiden de deskundigen. “We hebben een kaart met knelpunten gemaakt en zijn druk doende daar oplossingen voor te vinden’. Het was een blauwdruk van mijn eigen kaart! Ongelooflijk genant. Uit piëteit heb ik daar tot op heden nooit over gerept.

Maar nu dus wel. Dat doe ik bewust. Dat doe ik om irritatie te veroorzaken.
Geplaatst op: Vrijdag 6 oktober 2006 om 10:49 uur
383377
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld