Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Verwijderingsbijdrage op bedrijventerreinen

(Uitgesproken tijdens het milieucafe van het Haags Milieucentrum in het Atrium van het stadhuis op 20 maart 2007)

Ik zal u vanmiddag nu eens haarfijn, eerlijk en onverbloemd zeggen wat ik van die huidige bedrijventerreinen vind. Iedere keer denk ik dat we het lelijkste op dat gebied nu wel hebben gehad. Maar ieder keer als ik per ongeluk langs een nieuw bedrijventerrein kom, of, erger nog, erin verdwaal, laat ik mij opnieuw verrassen door een troosteloosheid, die mij nog droever stemt dan de vorige troosteloosheid. Iedere keer als ik per ongeluk langs een nieuw bedrijventerrein kom, of erger nog, erin verdwaal, laat ik mij opnieuw verrassen door een uitzichtloosheid die mij nog meer verstikt dan de vorige uitzichtloosheid. Iedere keer als ik per ongeluk langs een nieuw bedrijventerrein kom, of, erger nog, erin verdwaal, laat ik mij opnieuw verrassen door een geestelijke en culturele armoede, waarvan ik de aanwezigheid wellicht vermoedde in de hoofden van de wat minder ontwikkelde medemens, maar niet in die van architecten, opdrachtgevers en captains of industry.

Toch moeten er een opmerkelijke reeks onwaarschijnlijkheden vooraf zijn gegaan aan de oprichting van bedrijventerreinen.

Ten eerste: de bedrijvensterreinen moeten zijn ontworpen zijn door architecten die helemaal weg waren van de mogelijkheden van beton, beton en alleen maar beton en zich iedere keer weer met de allergrootste inzet hebben laten inspireren door verpakkingen in de supermarkt, verpakkingen in de supermarkt en alleen maar verpakkingen in de supermarkt.

Ten tweede: Er moeten steeds commissies voor ruimtelijke ordening zijn geweest die een buitengewone onverschilligheid aan de dag hebben gelegd voor hun verantwoordelijkheden jegens het nageslacht. De leden van dergelijke commissies moeten hebben gedacht: weet je wat? We hebben vanaf het jaar 1200 al eeuwenlang zoveel mooie gebouwen neergezet. Laten we nu, vanaf 1970 maar eens een paar eeuwen wat lelijks nemen.

Ten derde: Er moeten toch wel een heleboel ambtenaren en gemeenteraadsleden zijn geweest die hebben gezegd: zo’n bedrijventerrein is goed voor de economie van morgen tot overmorgen. En daarna ben ik toch met pensioen. Dus: waarom niet?

Dames en heren. Het moge duidelijk zijn. De huidige bedrijventerreinen in het groen zijn als de remsporen in het zijden slipje van moeder aarde.
Het is dus de hoogste tijd voor aktie.

Ik stel u daarom het volgende pakket maatregelen voor:

A. Op alle bedrijfsgebouwen, kantoren en torenflats wordt, voordat ze worden gebouwd, een verwijderingsbijdrage geheven. Te betalen door de projectontwikkelingsmaatschappijen zelf. In de bijdrage zitten de totale kosten voor de sloop van het betreffende gebouw benevens de uitkoopsommen van eventuele bewoners. Ik stel voor deze laatste post een bedrag voor van, pak hem beet en toch niet helemaal toevallig, 40.000 euro per persoon. Het heffen van een verwijderingsbijdrage op gebouwen heeft tot voordeel dat een gebouw reeds een maand, misschien wel een week en zelfs een dag nadat het klaar is, weer kan worden gesloopt zonder kosten voor de samenleving.
Waarom zou de eerste de beste boerenlul een verwijderingsbijdrage voor
zijn wasmachine betalen en een projectontwikkelaar voor zijn
bedrijfsgebouw niet?

B. Er dienen in Nederland een 15-tal uitdrukkelijk omschreven gedoogzones te komen. Dit zijn enclaves waar bepaalde wethouders en projectontwikkelaars hun gang kunnen gaan zonder lastige inspraak van bewoners of adviezen van welstandcommissies. In de gedoogzones zal het krankzinnigste nog niet krankzinnig genoeg zijn. Alles mag. Alles kan. Inwoners die, net zoals die wethouders en projectontwikkelaars, liever autistisch zijn dan normaal, kunnen er, met een speciale vergunning, wonen en werken.
Uitdrukkelijk zal in de wetgeving worden vastgelegd, dat buiten de gedoogzones alle gebouwen normale, mensvriendelijke, cultureel doordachte proporties zullen hebben. Zodat een menswaardige ontwikkeling een normale zaak blijft.

C. Projectontwikkelaars, wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren die
te maken hebben met projecten in de gedoogzones zullen de toegang
worden ontzegt in gebieden waar het nog enigszins groen en aangenaam
toeven is.
Zij zullen worden uitgerust met electronische enkelbanden. Deze
enkelbanden geven een signaal af, als zij toegeven aan de verleiding zich
te bevinden in gebieden waar het nog mooi is. Onverwijld zullen zij dan
worden opgepakt en in hechtenis genomen.

Verwijderingsbijdragen, gedoogzones en electronische enkelbanden.
Ik geef toe, het zijn onsympatieke maatregelen.
Maar hoe komen we anders van die rotzooi af?
Geplaatst op: Dinsdag 20 maart 2007 om 18:24 uur
384200
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld