|
Verzet bij staandehouding
Verzet bij staandehouding
(Gepubliceerd in het Haags Nieuwsblad op 8 september 2006) Het Haagse raadslid Joris Wijsmuller werd vorig jaar mei op de Lutherse Burgwal opgepakt tijdens een demonstratie tegen de vervuilde lucht in het centrum van Den Haag. Vorige week stond hij terecht. Dat was niet omdat hij daar zonder vergunning stond te demonstreren. Noch dat hij zich niet kon legitimeren. Nee. De aanklacht tegen Wijsmuller luidde: “verzet bij aanhouding”. Wat was het geval. De Mobiele Eenheid (die in Den Haag kennelijk al paraat staat als een paar goedwillende burgers een ideaal menen te moeten uitdragen) had Wijsmuller ruw bij de haren gevat en hem gesommeerd in de richting van het arrestantenbusje te lopen. Volgens het proces verbaal maakte hij toen ‘tegengestelde bewegingen’. Volgens Wijsmuller zelf had hij de ME-er verzocht ‘hem los te laten zodat hij zelf uit eigener beweging in het arrestantenbusje zou kunnen gaan zitten’. De ME-er bleef hem echter vasthouden en aan haren en oren trekken waarop Wijsmuller ‘zich uit boosheid schrap zette’. Dat heet dan later ‘verzet bij arrestatie’ en dat wordt je dan na ruim een jaar ten laste gelegd. Op de rechtzitting kwam, heel eigenaardig, niet aan de orde waaróm Wijsmuller werd gearresteerd en vervolgens vijf uur in een cel werd opgesloten. Politierechter De Graaff wenste tijdens de zitting slechts uitvoerig in te gaan op het verschil tussen ‘staande houden’en ‘aanhouden’. Tussen ‘een beetje tegenspartelen’en ‘schrapzetten’. Ten bewijze toonde hij Wijsmuller ook nog eens een foto uit het politie-dossier waarop een overzicht van de demonstratie op de Lutherse Burgwal te zien was. Hij vroeg zeer gestreng of het raadslid de gebeurtenis op de foto herkende. ‘Jazeker’, sprak Wijsmuller. ‘Ik heb deze foto zelf genomen’. Soms is een rechtzitting leuker dan cabaret. Door alleen op strikt juridische zaken in te gaan liet rechter De Graaff elke kans voorbij gaan om een bijdrage te leveren aan een humanere samenleving. Het recht om met z’n zessen op een welvoeglijke wijze je welvoeglijke mening te uiten, zonder dat je daarvoor van te voren een papiertje moet aanvragen, is toch niet zomaar wat. Dat nam niet weg, dat rechter De Graaff het raadslid strafbaar achtte omdat deze geen gevolg had gegeven aan de sommatie van de ME. De Graaff noemde de voor een ieder begrijpelijke weerstand van Wijsmuller tegen lichamelijk contact met de prinsemarij ‘gezagsondermijnend’. Dus: als je de politie vraagt om je los te laten, opdat je je in al je menselijke waardigheid naar het arrestantenbusje kan begeven, is dat ‘gezagsondermijnend’. Het gezag van de politie is kennelijk in alle gevallen boven iedere twijfel verheven. Rechter De Graaff bleek tijdens de rechtzitting volstrekt ongevoelig voor de andere kant, namelijk het feit, dat hier wel degelijk sprake kon zijn van minachting voor de burger. Waardig menselijk gedrag wordt in Den Haag, door de uitspraak van rechter De Graaff, op die manier reeds bij voorbaat onmogelijk gemaakt door een onfeilbare politie. Aan het eind van de zitting achtte De Graaff het raadslid Wijsmuller weliswaar schuldig, maar hij legde geen straf op. Met rechters als De Graaff winnen we de oorlog dus ook al niet. Laat staan dat het begrip ‘respect voor elkaar’ er bij staandehouding duidelijker op wordt.
Geplaatst op: Woensdag 20 september 2006 om 11:46 uur
|
383382
bezoekers |