|
Veteranendag
Nietsvermoedend begaf ik mij vorige week per fiets naar de wekelijkse boekenmarkt op het Korte Voorhout. Reeds bij het Spui kreeg ik de indruk dat er een aanslag was gepleegd op Rita Verdonk. Maar dat kon eigenlijk niet. Want verstandige mensen zijn tegen Verdonk en die plegen dus geen aanslagen. Maar wel was er overal politie en veel publiek. Toen drong het tot me door. Veteranendag!
God, helpe me over de brug! Het was veteranendag. Met veel moeite, veel afstappen, veel discussie met de politie bereikte ik tenslotte het Voorhout. Niks! Helemaal niks. De boekhandelaren hadden het terrein moeten ruimen voor een wapenschouw van ouden van dagen. Teleurgesteld wilde ik op mijn schreden terugkeren maar het was al te laat. Via de Amerikaanse ambassade, van waaruit door open ramen goedkeurend werd neergekeken op het historiserende spierballengedoe, wurmde ik me met de fiets langs belangstellenden die rijendik waren samengestroomd om Neerlands hoop in bange dagen te aanschouwen. De eerste peletons oudjes waren reeds marcherend gepasseerd. Of in jeeps waarop reusachtige zoeklichten waren gemonteerd. Alsof men de weg een beetje kwijt was. Eén, twee, drie, vier! Eén twee drie vier. Waarbij ‘één’ er nog wel een beetje behoorlijk uitkwam maar ‘twee’, ‘drie’ en ‘vier’ in de loop der jaren, het moet gezegd, een beetje versleten waren geraakt. De weg naar Tipperary bleek nog steeds erg lang. Steeds als er een peleton passeerde klonk er applaus vanuit het publiek. Vooral toen er een stelletje griezelige, in witte lakens gehulde bultenaars langstrok. Niet alleen jongeren, in de kracht van hun leven, stonden zich schaamteloos in het zweet te applaudisseren bij het zien van zoveel dapperheid voor vrijheid, vaderland en vrede. Ook ouderen, die beter hadden moete weten, klapten. Men moest wel heel erg gebukt gaan onder een minderwaardigheidsgevoel wilde men vreugde aan dergelijke vertoningen ontlenen. Onder de bomen naast het Malieveld trachtte ik me te onttrekken aan het geweld van laagvliegend oorlogstuig terwijl de jeugd naast me op inderhaast opgestelde tanks mocht klimmen om alvast te wennen aan het idee van mogelijk kanonnenvoer. Het lukte me maar niet huiswaarts te keren. Steeds weer waren er afzettingen. Heel soms, als de volgende peletons even op zich lieten wachten, lieten vriendelijke politieagenten groepjes geïrriteerde voetgangers en fietsers door die net zoals ik onderweg waren naar elders maar ook overvallen waren door deze dolzinnige optocht. Steeds als ik me haastte van deze dienst gebruik te maken bleek ik te laat en denderden er weer een clubje spookachtige grijsaards met doorschijnende gelaatskleuren en uitgemergelde grijnzen voorbij. God, wat bleek de weg naar Tipperary lang. Er kwam geen eind aan. Ter hoogte van het Hertenkamp ontwaarde ik tussen het publiek een saluerende bejaarde die zichzelf die ochtend bij het aankleden behangen had met tal van onderscheidingen. Toen ik wat dichterbijkwam bleek het gemiddelde van deze versierselen vooral te bestaan uit beloningen wegens het met succes beeindigen van duinenmarstrajecten, merentochten, en cursussen voor het behalen van zwemdiploma’s. Dat deed mijn gedachten uitgaan naar vroeger. Toen liep er altijd een dorpsgek achter de optochten aan. Destijds werd dat getolereerd. Had-ie ook eens een pleziertje. Maar deze keer was er achteraan de stoet geen plaats voor dorpsgekken. Dat mocht misschien niet meer. Maar waarschijnlijker was, dat ze deze keer alle dorpsgekken uit heel Nederland hadden verzameld in één, hele grote optocht. En inderdaad, het plezier straalde van ze af.
Geplaatst op: Vrijdag 30 juni 2006 om 19:10 uur
|
383380
bezoekers |