Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Vlaggetjes op het plein

Het moet maar eens worden gezegd. We wonen op het mooiste plein van West-Europa. In de lente ontluiken op dat plein tussen het gras duizenden krokussen. Spoedig daarop gevolgd door talrijke madelieven. Zevenentwintig prachtige lindebomen zorgen ’s zomers voor het noodzakelijke lommer en ’s winters voor het idee dat de natuur altijd dichterbij is dan je denkt. Verder staat er een kerk, een muziektent, een grote, gebeeldhouwde waterpomp die het niet meer doet en een elektriciteitshuisje, verscholen tussen het struikgewas. Een klein, houten huisje in de vijver (vaete noemen ze dat hier) huisvest zo’n tien eenden die iedere lente driftig moeite doen zich te vermeerderen. Maar van de eerste negen eendenkuikens, die vorige week het licht zagen bleven er na een paar dagen slechts drie over. Drie! Die zich hadden kunnen vrijwaren van de behoeften van reigers, katten, passerende auto’s en andere onverlaten.

Het plein stond er al in 1326. In de loop der tijd is het in de monumentenwet opgenomen als beschermd dorpsgezicht. In een beschrijving aldaar lezen we: ‘Het ruimtelijk karakter is ondanks de grote afmetingen van het plein (200 x120 meter) en de bescheiden schaal van de omliggende bebouwing (met uitzondering van de kerk), besloten en introvert’.

Nou. Wat wil je nog meer?

Toch zijn ze er, de mensen die nóg meer willen.
Op 11 april jongstleden werd het Dorpsplein verrijkt met 143 vlaggetjes in de tinten rood, wit, blauw en oranje. Gespannen aan een touw tussen de buitenste bomen op het plein. Alle 19 lantaarnpalen werden voorzien van dikke oranje kransen, bekleed met materiaal in de meest uiteenlopende, felle keuren, gelardeerd met zilver- en goudkleurige stroken. Allemaal ter gelegenheid van de verjaardag van onze koning Willem Alexander op 27 april. Zestien dagen later! En als je dan denkt, dat men zich na die 16 dagen haast om al die, van een fundamenteel naïeve gedachtenwereld getuigende versierselen weer te verwijderen, komt je bedrogen uit. Nee, het blijft allemaal nog even hangen omdat er op 11 mei een jaarlijkse ‘Meidoornloop’ is. Een traditionele hardloopwedstrijd die start en eindigt op het Dorpsplein. En dan is het natuurlijk geweldig leuk als die 143 vlaggetjes en die 19 dikke oranje kransen er nog steeds hangen.

143 Vlaggetjes en 19 dikke oranje kransen! Van 11 april tot 11 mei! Een maand lang!
Ik neem aan, dat u inmiddels al wel door hebt, dat ik bepaald geen monarchist ben. Maar wèl een voorstander van leven en laten leven. En een feestje? Natuurlijk! Bijbehorende versierselen? Natuurlijk! Drie, vier dagen? Mij een zorg. Maar een maand lang? Voor de verjaardag van één lullig koninkje?

Omwille van de objectiviteit vraag ik het anderen. Suus bijvoorbeeld. Suus is de beheerster van het Dorpshuis in ons dorp. Die kan het weten. Wat vindt Suus ervan?

‘Kijk’, zegt ze na enig nadenken. ‘Wat mij betreft mogen die vlaggetjes en die kransen daar het hele jaar blijven hangen. En weet je waar ik vooral zo blij om ben. Dat jij je druk maakt over die dingen. Want anders zou je je druk moeten maken over ècht erge dingen. En dàt zou pas vervelend zijn’.

Tja. Dat is natuurlijk ook weer zo.
Maar toch. Toch blijf ik erbij dat ons pleintje het mooist is mét krokussen, madelieven en eenden. En zònder vlaggetjes.
 
Geplaatst op: Donderdag 18 april 2019 om 08:13 uur
1575615
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld