|
Vloeken met Norder
In Scheveningen staat nu al vijf jaar een culturele broedplaats. Dat is een kleinschalige sociaal-culturele plek, waar iedereen die dat wil, ideeën kan ontwikkelen, werkzaamheden kan verrichten, kunst kan doen ontstaan, in gesprek kan gaan en een biertje drinken.
De broedplaats heet De Vloek. Genoemd naar het eiland Vloek of Vlook dat hier vroeger lag tussen het verversingskanaal en de binnenhavens. Nù lijkt het een vloek in een wereld vol managers, marketingconcepten, winstbejag, haast, international aanzien en prestige-objecten. Dus De Vloek moet weg. Net zoals indertijd de Blauwe Aanslag omdat die in de weg stond voor een wat kortere bocht in een verkeersplan dat nooit door is gegaan. Deze keer gaat het niet om een verkeersplan maar om een paar welgestelden die op die plek boten willen laten stallen om alsvast enige grip te krijgen op de projectontwikkelingen aldaar. Een nieuwe botenopslagplaats dus, inplaats van een culturele instelling waar gewone mensen op een bescheiden manier een zinvolle inhoud aan hun leven willen geven. Warm voorstander van dat idee is, u begrijpt het alweer: de Haagse socialistische wethouder Marnix Norder. Laatst kwam ik Marnix tegen. Voor een school in Rijswijk. Mijn kleinzoon Jurre zit op dezelfde school als de kinderen van Marnix. We stonden te wachten op de schoolbel onder een paar enorme kastanjebomen op het schoolplein. Omdat ik in mijn columns nog wel eens wat hard ben in mijn kritiek op het beleid van Marnix Norder, en ik ook weet dat hij ze leest, meende ik er goed aan te doen de gelegenheid te baat te nemen door hem eens te vragen hoe dat nou bij hem aankwam. “Mag ik je wat vragen”, vroeg ik. We kennen elkaar wel en bovendien rijdt hij op een motor van het zelfde Italiaanse merk als waarop ik me vijftien jaar heb verplaatst, dus tutoyeren moest kunnen. ”Ja. Hoor. Ga je gang”, zei Marnix. “Zeg nou eens eerlijk”, vroeg ik. “Hoe komt dat nou bij je over? Die snerende columns die ik over je schrijf? Ik vraag het maar voor de zekerheid. Sommige politici kunnen daar goed tegen. Frits Huffnagel, Pieter van Woensel, Bruno Bruins, ze zijn allemaal laaiend enthousiast over me. Maar hoe zit dat bij jou? Kan jij er tegen? Als je er slapeloze nachten van hebt moet je het eerlijk zeggen. Want dat is mijn bedoeling nou ook weer niet”. Toen begon Marnix een heel verhaal over groeicijfers, aantrekkende economie, bevolkingsaantallen en de woningmarkt. “Dat vraag ik niet”, zei ik. “Ik vroeg hoe je tegenover die snerende kritiek van mij staat. En weer begon hij over indexeringen, prognoses en de woningmarkt. “Nou, dan moet je het zelf maar weten”, zei ik terwijl de schoolbel ging. En ineens begreep ik het. Marnix wist absoluut niet wat ik bedoelde. Kleinschaligheid. Gezelligheid. Een menselijk maat. Een eerlijke vraag. Het is allemaal één grote, blinde vlek voor hem. En zo maakt wethouder Norder, hoe zei de schrijver Bordewijk het ook al weer? van Den Haag eens te meer een stad waar de gezonde, spontane lach ontbreekt en vervangen lijkt door de heimelijke lach in het vuistje.
Geplaatst op: Vrijdag 18 januari 2008 om 15:58 uur
|
383377
bezoekers |