Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Vroeger deden we het zelf

Laatst ging mijn mobieltje. Ik schrok me een ongeluk. Want ik gebruik mijn mobieltje alleen voor noodgevallen. U weet wel. Als ik bijvoorbeeld in een gletsjerspleet val. Of ik zit met mijn kompel driehonderd meter diep vast in een ingestorte mijn. Dan zijn die dingen vreselijk handig. Maar voor de rest niet.
Vrijwel altijd kan je net zo goed even wachten tot je thuis bent als je iemand moet bellen. Al die verschrikkelijke haast is nergens goed voor.
Mijn mobieltje gaat ongeveer twee keer per jaar. Zoals gezegd schrik ik me dan een ongeluk. En als ik dan opneem is het meestal iemand met wervende praatjes over de voordelen van een nieuwer mobieltje.

Daar komt nog bij dat ik mensen die mobiel bellen eigenlijk erg onzelfstandige types vind. Vaak bellen ze tijdens de voortbeweging. Je hebt tegenwoordig sets waarmee je zo’n mobieltje niet eens meer ziet. Met oorpluggen en draadjes lopen die wousen dan als geestelijk gestoorden in zichzelf te lullen. Geheel in strijd met de menselijke waardigheid.

Maar de belangrijkste reden waarom ik nooit gebruik maak van al die in de wattenleggerij is wel, dat je er alleen maar mee afleert wat je van nature hebt meegekregen.
Een paar voorbeelden: Vroeger wist iedereen hoe laat het was. Jazeker. Dat wist u niet, hè? Toen werd de klok uitgevonden. En nu moet iedereen op de klok kijken om te weten hoe laat het is.
Vroeger wist iedereen uit zichzelf de weg te vinden. Jazeker. Dat wist u niet, he? Nou. Het is echt zo. Men had vroeger een soort ingebouwd richtinggevoel. Dat is nu, dank zij al die navigatiesystemen aan het afsterven.
Zo is het ook met de telefoon. Als iets heel erg belangrijk was, gebruikte men vroeger de telefoon. In andere gevallen wachtte men gewoon tot men elkaar tegenkwam. Of men schreef elkaar een brief.
Daardoor leerde je het belangrijke van het onbelangrijke scheiden. Nu gebruikt men de telefoon uitsluitend om elkaar op de hoogte te stellen van de plaats waar men zich toevallig bevindt of men deelt elkander mede dat men jeuk aan de neus heeft.
Nou vooruit. Nog één voorbeeld: Vroeger maakte je zelf vrienden. En die had je dan ook vaak voor het leven. Tegenwoordig krijg je je vrienden met hele netwerken tegelijk in je in-bak aangeboden. Je leutert eens wat met ze zonder ze te zien en kijk: daar zit je toch weer in je eentje duimen te draaien en je te pletter te vervelen.

Ik bedoel maar: klokken, navigatiesystemen, mobieltjes, I-pods, Hyves, Facebook. Met al die hatseflats sterven je eigen vaardigheden af nog voor je ze ontwikkeld hebt.
En op het laatst doe je alléén nog maar wat de fabrikanten willen: een nóg nieuwer model kopen.

Is er dan níets goeds aan al de technische verworvenheden van vandaag?
Jazeker.
Voor echte noodgevallen zijn ze ideaal.
Mobieltjes zijn voor de communicatie wat rollators zijn voor kreupelen. En navigatiesysteem zijn ideaal voor de gestoorde medemens die in meerdere opzichten de weg kwijt is. 

Na een half jaar ging mijn mobieltje dus weer eens. Ik schrok me een ongeluk en dacht wat nu weer.
Nog net op tijd kon ik het knopje vinden waarmee hij aan moest.
Het bleek verkeerd verbonden.
Geplaatst op: Vrijdag 22 oktober 2010 om 09:01 uur
1698324
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld