Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Vrouwentaken en mannentaken

Ruim drie jaar strijk ik nu mijn eigen overhemden. En, het moet gezegd, het gaat steeds beter. Overhemden van denim zijn weliswaar nog steeds wat moeilijker dan van katoen maar doorgaans beschouw ik me tegenwoordig als een meester in het strijken.
Vooral de schouders. Daar heb ik een handigheidje bij ontwikkeld, dat is niet uit te leggen. Dat zou je moeten zien. De routineuze vaardigheid straalt er vanaf.

Maar nog steeds strijk ik liever niet in de voorkamer vlak voor het raam. Waar iedereen me zou kunnen zien strijken. Ik zou het zelf ook niet prettig vinden dat ik, als ik ergens naar binnen keek, een man zag strijken. Ik weet heus wel, dat er van alles aan het veranderen is. En waarom zou ik verlangen, dat de rest van de wereld stilstaat terwijl ik zelf wel ouder wordt?
Maar strijken is nog steeds geen mannenwerk. Dat gaat er bij mij niet in. Ik doe de afwas. Ik zuig stof, ik zorg voor de kippen en ik maak mijn eigen Brinta zonder dat ik er ook maar een moment bij stilsta of dat mannentaken of vrouwentaken zijn.
Maar strijken? Nee. Als ik strijk wil ik dus liever niet gezien worden.

Laatst vroeg ik mevrouw Pasgeld of zij ook zo’n bezigheid kende. Waarbij ze, als ze dat deed ook liever niet zou willen worden gezien. Omdat het een typisch mannentaak zou zijn.
‘Daar moet ik eens goed over nadenken’, zei ze. Ik was wel benieuwd, dus de volgende dag vroeg ik het weer.
‘Nee’, zei ze. ‘Ik heb er echt goed over nagedacht. Maar ik kan aan bezigheden niks bedenken waarbij ik liever niet gezien zou willen worden.’
‘Echt niet?’, drong ik aan. ‘Ook niet, dat je bijvoorbeeld aan het drilboren bent? Of aan het biljarten? Of dat je je moet scheren? Sommige vrouwen moeten heel af en toe de donshaartjes van hun gezicht scheren. Zou je dat echt niet vervelend vinden als iemand je dat zag doen?’
Maar mevrouw Pasgeld hield voet bij stuk. Ze kon niks bedenken.
Het leek me tekenend voor de moderne, zelfverzekerde vrouw van vandaag.

Vroeger ‘deed’ een vrouw het huishouden. Ze kookte, ze zorgde en ze beviel van kinderen en ‘deed’daarna de kinderen. De man zorgde voor het geld.
Maar toen kwam er een tijd dat dat niet genoeg geld was om bijvoorbeeld naar het buitenland te gaan met vakantie. Of om met een mooie auto indruk te maken op de buren. Dus ging de vrouw, naast haar buitengewoon drukke taak, ook ineens maar voor het geld zorgen. En diende de man, behalve het aansnijden van het vlees opzondag in zijn vrije tijd ook nog eens een deel van het huishouden en de kinderen te doen.

Dat was vroeger. Maar nu? Ik zou nu echt niet meer weten waar ik me in mijn mannenrol nog op zou kunnen voorstaan.
Vind ik dat erg?
Nee. Helemaal niet. Ik schreef zoeven al, dat de wereld nou eenmaal aan het ververanderen is.
Maar ergens, diep in mijn hart heb ik toch het gevoel dat er iets waardevols verloren is gegaan.
Vooral tijdens het strijken.
 
Geplaatst op: Donderdag 7 december 2017 om 08:44 uur
1308685
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld